De boomslag van Camille Corot

De term lijkt verdwenen, maar in de oude schilderkunst werd de term boomslag gebruikt voor de wijze waarop het loof van bomen geschilderd werd. Vaak herken je de schilder aan de specifieke wijze van neerzetten van het loof. Het kan zelfs gekenmerkt worden als het handschrift van de schilder. In de vroege periode van de schilderkunst, zoals de laatgotiek, was de schilder geneigd in een minutieus monnikenwerk het boomloof blad voor blad penseelmatig te tekenen. Wie echter op afstand een boom bekijkt, vangt geen blad voor blad op het netvlies, maar ziet verscheidene nuances in groen. Dat zien en schilderkunstig interpreteren van het boomoof kregen de kunstenaars van na de periode van de Laatgotiek beter door.

Je weet weliswaar dat het loof uit verschillende blaadjes bestaat, maar in de perceptie bestaan die blaadjes niet meer en wordt het een massa in groenachtige nuances. In de barokschilderkunst valt op dat de landschapsschilders dat al begrepen en een andere en meer realistischer opvatting van de penseelvoering in het boomloof ontwikkelden. Er werd met een minder minutieus neerzetten van de bladeren geschilderd, maar aan de contouren valt nog steeds het blad-voor-blad-schilderen op.

Op weg naar het impressionisme werd de grote stap gezet naar het schetsmatige handschrift in het noteren van het boomloof, zodat het verschil tussen het artificiële en de werkelijkheid kleiner werd.

Wie de landschappen van de grote meesters bekijkt ziet dat iedere schilder zo’n beetje een eigen herkenbaarheid in boomloof ontwikkelde. Je zou het als een maniertje kunnen opvatten, zoals ook componisten hun maniertjes hebben waaraan ze te herkennen zijn.

Zoals je geneigd bent bepaalde componisten je voorkeur te geven, zo ontstaat naarmate je meer werk van schilders onder ogen krijgt ook een voorkeur voor de wijze waarop het boomloof weergegeven wordt. Voor mij is dat al jaren het boomloof van Camille Corot. Nog afgezien van het gemak waarmee zijn weergave ervan uit duizenden te herkennen valt, wil ik het poëtische karakter ervan niet onbelicht laten.

Met een ogenschijnlijke teerheid in penseelvoering weet hij het boomloof vederlicht tegen dromerige schemerluchten aan te zetten. Gespeend van de vaak zwaarmoedige en theatrale wijze waarop de vroegere landschapsschilders bomen componeerden, deed Camille Corot dat alsof hij zich dagelijks laafde aan de Beethovens Pastorale alvorens in de stemming te raken voor zijn opvatting van het boomloof.

Maar gezien de toentertijd beperkte middelen muziek in het atelier ten gehore te brengen, moet de schilder zichzelf in een bewasemde stemming gebracht hebben om tot de markante penseelvoering te raken waaraan het oeuvre van de schilder zo goed te herkennen valt.

Of misschien was toch het vrouwelijke schoon waar hij zijn lichtzinnige opvatting van het boomloof door liet inspireren? Soms worden zijn werken namelijk bevolkt door herderinnetjes, bosnimfen en zelfs een badende Venus, die niets verhullend en wegdromend in een bospoel staart. En dat dromerige, die tere poëtische lichtzinnigheid valt uit het boomloof van Corot te fantaseren.

Maar beken ik u, dat is de zonde waaraan ik me schuldig maak als ik een werk van de schilder bekijk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: