Haegsche kronieken (1)

Lezing 1rDeze week gebeld door een confrère die mij weer eens aan mijn lidmaatschap van Sociëteit de Witte herinnerde en die mij terstond tot een bezoek aan dit gerenommeerde oord des verderfs verleidde om er een lezing bij te wonen van de vermaarde wereldreizigster Lidwina Geevelstuk. Zij maakte een studiereis naar het eiland Goemboeboepoetinak en schreef er het inmiddels vermaarde boek over: Mijn leven onder de Goemboeboepoetinakianen. Reden te meer op Sociëteit de Witte een diner met flankerende lezing bij te wonen.

De sociëteit mag bij velen als een ietwat bekakt instituut gezien worden, het verblijf is er echter idyllisch te noemen. Neem de befaamde moeder-en-dochterdiners, die het levende bewijs zijn van het feit dat de dochters hun moeders inmiddels in verleptheid progressief voorbijgestreefd zijn.

En wat verleptheid betreft, meteen na mijn aankomst zag ik daar freule Hermelien Witkont-Zachtestraal nog net zo aandachtig turen in de omnibus van streekverhalen en legenden als mij bij mijn vorige bezoek reeds opgevallen was.  Zeker, Sociëteit de Witte heet voluit De Nieuwe of Littéraire Sociëteit De Witte, en dus wordt er soms ook een boek gelezen. En er zouden zelfs leden zijn die er twee gelezen hebben.

Het glas port van de freule  stond nog steeds onaangeroerd en haar leeslat op dezelfde pagina gericht als drie weken terug. Dus besloot ik voorzichtig te vermoeden dat de freule zich weliswaar stoffelijk nog in Sociëteit de Witte bevond, maar geestelijk reeds in het hiernamaals de dans der zalige geesten pleegde. En inderdaad, omfloerste een vreemde doch onaangename geur haar directe nabijheid, naast dat een horde huisvliegen haar in het sfeervolle lamplicht gezellig omcirkelde.

Nadat George, een van de meest trouwe kelners van Sociëteit de Witte, het revers van haar tweedblazer  aanraakte, verpulverde de freule dan ook subiet op het visgraatparket en moest de huishoudelijke dienst het hele zaakje bijeen vegen.

In de zaal ernaast trof ik dan mijn confrère achter een glas armagnac en in de avondkrant turend naar de advertenties van zich ter vermaak aanbiedende deernen.

Walther Snickel mag dan een gelukkig getrouwd man zijn, zijn faam als paleontoloog bestaat er vooral uit dat hij menig bordeel bezocht heeft en er een boekenkast vol over kan schrijven. Mocht er ooit een leerstoel over het oudste beroep in het leven geroepen worden, dan zou Walther Snickel zeker voor het professoraat in aanmerking komen. De venerische aandoening die hij bij zijn paleontologisch onderzoek opgelopen heeft weet hij met sloten armagnac te stabiliseren, wat niet wegneemt dat hij er zodanig gebogen bijloopt dat George ooit een dienblad op zijn rug kon parkeren.

Gezamenlijk dreven we af naar de dinerzaal waar de lezing met lichtbeelden plaats zou vinden. Ik wrong me met veel moeite tussen twee dames wier armen zo gezet bleken dat ik even met de vurige punt van mijn sigaar wat ruimte moest creëren. Met hoge toontjes grepen ze ontzet naar hun lorgnet om te zien wie die kwaadaardige kwezel was door wie ze zo gemarteld werden.

Nog voor ik mijn tegenspartelend kwarteleitje naar binnen kon slurpen, werd het eerste lichtbeeld geprojecteerd en ving Lidwina Geevelstuk de lezing aan. En de wervende naam van deze wereldreizigster was geheel in overeenstemming met haar voorkomen, zo bleek mij uit de silhouetten die ze met haar lichaam op het diascherm projecteerde.

Het begon allemaal met het bekende ritueel van de Goemboeboepoetinakianen, het belagen van de schoonmoeders met van giftige pijlen voorziene blaaspijpen. Een ritueel dat volgens Lidwina Geevelstuk ontstaan zou zijn uit het overschot van deze bevolkingsgroep en die wij als westerlingen daarom met meer begrip zouden moeten omhelzen. Dat alleen de heren aan tafel instemmende boertjes lieten horen, viel dan ook te begrijpen.

De daaropvolgende beelden van een plaatselijke theeceremonie was zeer verhelderend te noemen. Uit de uitgeholde schedels van de gevallen schoonmoeders slurpend, werd zichtbaar genoten van scrotumthee. Een plaatselijke lekkernij, die echter vanwege het grote aanbod van theebuiltjes ruimschoots voorhanden is.

De thee zou rustgevend zijn en volgens Lidwina Geevelstuk zouden de Goemboeboepoetinakianen daaraan hun vreedzame geaardheid te danken hebben.

Hoe vreedzaam zagen we, terwijl ik een knapperige eendenborst trachtte ze couperen, aan de wijze waarop Goemboeboepoetinakianen met hun naaste buren, de bewoners van het eiland Koetikoetikoetinak omgaan. Iedere vrijdagmiddag vangt er een ritueel aan, waarbij de beide volken elkaar in boomstamkano’s benaderen en bij het uitstieten van magische klanken elkaar met speren doorboren.

Nu wist Lidwina Geevelstuk ons te vertellen dat de Koetikoetikoetinakianen in tegenstelling tot de Goemboeboepoetinakianen de overtollige schoonmoederpopulatie niet met blaaspijpen uitdunnen, maar er smakelijke maaltijden van bereiden. En om de nieuwsgierige aanwezigen daar nader over te informeren, werd dit culinaire ritueel met lichtbeelden verluchtigd. Smakelijk gezeten aan braadstukken zagen we de Koetikoetikoetinakianen smullen.

Fijnzinniger beelden waren niet te bedenken, zodat ik zowel de amuse, het voorgerecht als de helft van de licht krokante eendenborst op mijn bord terugkotste. Een wijze van voedselrecycling waar de milieugroene medemens zeer mee in z’n sas zou kunnen zijn, ware het niet dat eendenborst in die kringen met doodsverachting beoordeeld wordt.

De beide dames die mij beknelden met het lillende vlees van hun armen, deden gretig mee met het recyclen van de heerlijke maaltijd. En weldra droop het diner van het damast op het visgraatparket.

Aan het eind van de lezing reciteerde Lidwina Geevelstuk een tekst van het stamhoofd van de Goemboeboepoetinakianen, die ik aan de lezers niet wil onthouden wegen de vele wijsheden die deze bevat:

Goemboeboepoetinak oekoe oekoe, poeloe knoetoe, poepoe poepoe, knoep  poeloe knoetoe. Poeloe knoetoe doeloe petoetoe.

Bij deze stichtende woorden wil ik me dan ook graag aansluiten.

Na het dessert werd nog een inzameling gehouden voor de bouw van een peniskokerfabriek om de werkeloosheid onder de Goemboeboepoetinakianen te lenigen. Dit wetende, liet ik het dessert aan mijn neus voorbijgaan en glibberde ik over de drab naar de uitgang van de sociëteit. Thuisgekomen begon ik meteen aan mijn verslag. Waarvan akte.

2 Responses to “Haegsche kronieken (1)”

  1. Mijn hemel! Wat heb je toch een onuitputtelijke bron van fantasie en schat aan woorden in dat brein. Heerlijk gewoon, ik heb genoten.
    En dat zich afspeelde in Societeit de Witte, onvoorstelbaar.

Trackbacks

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: