Het boudoir

Vroeger, maar dan heel erg vroeger, bestond  het boudoir nog. De zalige plek waar de vrouw in de hogere sociale klasse zich in de sereniteit van het alleen-zijn kon terugtrekken teneinde zich ernstig te bekommeren over de vergane glorie van het uiterlijk. Niet dat zulke vertrekken in deze tijd geheel ondenkbaar zijn. Er zullen beslist nog vertrekken zijn waarin welgestelde dames zich in alle rust kunnen terugtrekken om er zich langdurig aan de restauratie van het uiterlijk te wijden. Of om er te pruilen, want de term is waarschijnlijk afgeleid van het Franse “bouder”, dat pruilen betekent. Een pruilend terugtreken na afgewezen te zijn door een minnaar, of als een door haar echtgenoot bedrogene?

Het mysterieuze territorium waarin de vrouw zich in alle geheimenis kon terugtrekken dateert nog uit de schone dagen van de belle epoque, toen vrouwen zich nog alles verhullend kleedden en er veel meer te raden was dan te zien. Voor naturisten moet dat de hel geweest zijn, maar voor een mens die kleding ziet als uitingsmiddel en die daar een diepere betekenis aan toekent, een gelukzalige tijd.

Het was de schilderkunst die voor het eerst met opzettelijk sentiment en lichtelijk impertinent gewag maakte van het tot dan tot geheimenis gedoemde domein van de vrouw. Of de schilder François Boucher (1703-1770) niet een al te suggestieve interpretatie van het boudoir schilderde met een zeer zinnelijk op satijnen draperieën en een groot kussen rustende jonge vrouw, laat ik aan de beschouwers van dat schilderij over.

Maar het is niet onwaarschijnlijk dat de schilder er vooral het mannelijke deel van zijn bewonderaars mee trachtte te bekoren. Zou in de jaren zestig van de vorige eeuw een fotograaf of schilder zulk een beeltenis vervaardigd hebben, dan zou die waarschijnlijk in een kalender een naar smeerolie geurende werkplaats opgevrolijkt hebben.

In de dagen dat in de kunst de geheimen van het boudoir ontsluierd werden, zagen we ook de opkomst van het oriëntalisme, waarin schilders zich ongegeneerd uitleefden in het verbeelden van de voor ongewenste bezoekers gesloten harems. Niet dat ze er ooit een voet op de fraai gedecoreerde faiencetegels gezet hadden. Het gold in de schilderkunst niet als abnormaal om de wereld in het atelier bijeen te fantaseren, want zelfs landschappen werden in het atelier verzonnen en geschilderd. Dat kon ook niet anders want de schildersmaterialen waren nog niet zodanig mobiel dat in het veld een fors doek tot stand kon komen.

De geschilderde boudoirs zouden dus ook wel eens uit de enorme duim van de kunstenaars gezogen kunnen zijn. En geheel legitiem, want ook romanciers en poëten mochten van die duim gebruikmaken om de beeldvorming voor de beschouwer te scheppen. Zo immers ontstonden ook de kolossale Bijbelse voorstellingen, en konden schilders zich uitleven in zee- en veldslagen zonder zich ooit in de zwaveldampen ervan begeven te hebben.

Het boudoir als oase van rust waarin de vrouw zich kon terugtrekken kreeg via “La Philosophie dans le boudoir ou Les instituteurs immoraux” van Donatien Alphonse François de Sade een seksuele wending die niet geheel vrij was van diens pedofiele geaardheid. Maar in de normalere betekenis van het woord, werd de erotische ambiance die het begrip ademde door de schilderkunst subtiel aangewakkerd.

In de negentiende eeuw was het een zelfs een traditie geworden vrouwen die zich kennelijk onbespied waanden in een sensuele pose en min of meer schaars gekleed te vereeuwigen. En het sensuele aspect werd dan vooral belichaamd door de schijnbare kwetsbaarheid waarin de vrouw door zich onbespied te wanen zich bevond. Een artistiek voyeurisme dat niet altijd door de vrouw afgewezen werd, hoewel het vak van kunstenaar in die dagen nog zelden door vrouwen zelf beoefend werd en er dus weinig sprake was van een artistieke instemming. Maar geposeerd werd er volop voor werken die we vergeleken met de hedendaagse pornografie als decent zouden kenmerken, maar die voor die tijd gedurfd waren. De liefhebbers ervan kwamen dan ook niet van de straat en de gewone man bevond zich er verre van.

Het valt niet uit te sluiten de kunstenaars van die tijd in hun schilderkunstige uitingen hun seksuele wensdromen tot kunst sublimeerden. En dat dat niet altijd zonder gevolgen bleef weten we van de Franse schilder Hilaire-Germain-Edgar Degas, die zeer veel moeite had de schoonheid van zijn modellen te weerstaan.

Van de kamertjeszonde van het boudoir naar de alledaagsheid van de IKEA-toilettafel in de slaapkamer duurde twee wereldoorlogen lang. De menselijke emotie die “schaamte” genoemd werd kreeg in de vrijheidsdrang van de jaren zestig zo’n omwenteling te verduren dat het terugtrekken in een boudoir buiten de dagelijkse orde gevallen was. En de woningen werden door de babyboom en de naoorlogse woningbouw ook zo petieterig dat de mens nog nauwelijks meer gegund werd dan een schichtig langs elkaar heen wurmen in een badkamer waar zich alle middelen bevonden die het menselijk lichaam aanlokkelijk moesten maken.

Laten we daarom nog nagenieten van de fossiele resten van wat ooit het privéterritorium  van de vrouw was, ook al zijn die rijkelijk aangedikt door de misschien al te obsessieve kunstenaars van weleer.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: