Hommage aan de Britse alleskunner Noël Coward

Binnen de Nederlandse wateren hebben we nimmer een kunstenaar onder de hemel mogen prijzen die bijna alles, zo niet alles kon. Het zal ongeveer een keer per twee jaar zijn dat ik mijn bedevaart maak naar de door deze alleskunner van script voorziene speelfilm Brief Encounter, van de hand van de al even door mij bewonderde regisseur David Lean. Ik heb het over de toneelschrijver, librettist, componist, regisseur, acteur en zanger Noël Coward (Teddington, 16 december 1899 – Jamaica, 26 maart 1973). Een alleskunner die zijn aanbidders zich zullen herinneren als de ietwat narcistisch met tenger sigarettenpijpje poserende dandy.

Wie Brief Encounter kent, begrijpt meteen dat dialogen geen moord nodig hebben om een niets ontziende spanning op te bouwen. De film zuigt zich vast aan een foute liefde tussen personages aan wie deze liefde misgund wordt, en die dan ook in een snijdende spanning en in de wrede akoestiek van een station zijn einde vindt. Hoe onnozel het verhaal met een vuiltje in het oog ook mag beginnen, het kleine onheil dendert in het groteske tweede pianoconcert van Rachmaninov de kijker tegemoet.

Ziedaar, mijn eerste kennismaking met Noël Coward, toen ik me als pril jongmens liet meeslepen door de film waarvan ik toen het slot nog niet kende. Pas vele jaren daarna ben ik meer van deze kunstenaar gaan zien, horen en begrijpen en kwam ik tot het besef dat een kunstenaar van zijn omvang alleen in dat rare land Groot-Brittannië tot wasdom kon komen. Het land waar kunst altijd een beetje anders zal zijn dan op het vaste continent.

Het land waar het sentiment nog niet door de intelligentsia naar de afvalverwerking gezonden is. Waar ieder jaar een Last Night of the Proms gehouden kan worden, alwaar heerlijke dwazen staande in de zaal mee staan te zingen en dirigeren bij Rule Brittania, en humor nog geen politiek statement hoeft te zijn.

Wij hebben de banaliteit van Paul de Leeuw, Freek de Jonge en Youp van ’t Hek. De Britten zochten het in het delicate sentiment en de beschaafde humor van Noël Coward.

En het was zijn London Pride dat ondanks dat de Stuka’s, de V1’s en V2’s het Britse volk terroriseerden, dat volk overeind hield. En daarom met hetzelfde sentiment door de acteur Jeremy Irons op de Last Night of the Proms gezongen werd. Want dat soort nationalisme weerstond het nationaalsocialisme, voor mocht iemand nog denken dat nationalisme net zo vies smaakt als Hitlers idioom.

Voor wie het nog niet wist, was Noël Coward de componist van songs die zijn befaamde operette Bitter Sweet wisten te overleven en die tot in lengten van dagen gezongen zullen worden omdat het sentiment nooit verdwijnen zal. Daarom is er een The Noël Coward Society door zijn bewonderaars opgericht. En ook daarom dat ik deze hommage niet aan de lezers onthouden kon.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: