Zomaar een avond in het veld

 

Zodra de afdalende zon traag de eerste kruinen van de bomen raakt begint langzaam de avond te vallen en krijgt de hemel een rustgevend licht te verwerken.  Ik ben een aanbidder van de avond. Nou ja, die in het veld, dan wel te verstaan. Geen periode van de dag fascineert mij zo sterk als de avond. Het is alsof flora en fauna eindelijk kalmeren van een zware dag arbeid, zoals de strijd voor het bestaan genoemd mag worden. Door de opkomende avondkoelte begint het landschap een odeur af te geven waar je, mits je er gevoelig voor bent, van in een roes kunt raken. Het is de melange van geuren van afkoelende vegetatie en beginnend dauw, versluierd in een mystieke grondnevel. Op zo’n avond kun je overvallen worden door het soort weemoed waar een dichter zijn ganzenveder voor in beweging zette in tijden waarin de mens nog volop ontzag en bewondering toonde voor het landschap en de daarin verborgen kroonjuwelen.

De verwondering van toen voor al dat schoons lijkt opgelost in oppervlakkigheid en een allesoverheersend materialisme. En dat was nog in de tijd dat schilders uit louter eerbied voor de geboden schoonheid aan een veldezel gekluisterd, de mens er kond van deden met schilderkunst die allang niet meer kan en mag. Een avond schilderen was iets waar niet iedere schilder begaafd genoeg voor was.

Op zo’n avond ga ik lyrisch door het veld en ben getuige van een verval in licht en een expressiviteit van luchten waar een Johan Barthold Jongkind, een Camille Corot of een Charles-François Daubigny geroemd om waren.

Het notuleren van een landschappelijke sfeer die niet meteen een juichstemming veroorzaakt maar juist noopt tot bezinning en een wijsgerig overdenken over wat het leven zo fascinerend maakt, is niet iets dat en masse aangevoeld wordt.

Zelden ontmoet ik mensen op zo’n avond. En juist daarom wagen ook naarmate het licht dooft steeds meer dieren zich buiten hun beschermingsgebied om in een gemoedstemming van veiligheid de voor het voortbestaan zo noodzakelijke activiteiten te plegen.

Op z’n avond zie je aan een bosrand en in een verlangen naar vochtig gras reeën tevoorschijn schuifelen. Doemt plots vanuit een nevelflard een velduil tevoorschijn. Jagen heidelibellen en vleermuizen op de door ons zo verafschuwde insecten. En dwarrelen duisternisminnende vlindertjes en motten elfachtig tussen geurig struweel.

Zo’n soort avond was het ook toen wolken in monsterlijke vormgeving een grillige dans met het schemerlicht begonnen. Een avond die langzaam in duisternis stierf en mij overleverde aan het kleine geritsel der dieren en het laatste vogelgezang van die avond dat de zanglijster als epiloog van een inspannende dag inzette.

Ja, weemoedigheid is ook een vorm van schoonheid die te vaak als onaangenaam ervaren, de mens tot de mooiste kunstuitingen kan verleiden.

Advertenties

8 reacties to “Zomaar een avond in het veld”

  1. Dit stuk doet mij denken aan de veelbelovende start
    van DVC. destijds.

    Met mijn iPad op de bank en genieten van al dat moois
    in woorden gevat.

    Succes Filantroop.

  2. @Martha
    Bedankt voor je vriendelijke woorden.

  3. Hieronder een verluchte uitvoering van Clair de Lune van Debussy.
    Misschien niet de allermooiste uitvoering,

    httpv://youtu.be/tNoSB1E7tYE

  4. Misschien doet deze het.

  5. @Philippine
    De “maanzieke” stemming heeft waarschijnlijk de negentiende eeuw niet alleen de Fransen en Johan Barthold Jongkind geïnspireerd, Beethoven bleek met zijn Mondschein Sonate er ook iets mee te willen. De maan blijft inspireren als baken in de emotionele duisternis waartoe de avond ons dwingt.

    Nu sinds kort een kudde schapen nabij ons huis graast, daalt het maanlicht op hun zachte ruggen teder neer. In de nacht kruipen ze tezamen, elkaars warmte minnend.

  6. De benaming Mondschein-Sonate komt waarschijnlijk niet van Beethoven maar van de dichter Ludwig Rellstab, die bij een maanovergoten bootttchtje op de Vierwaldtstädtersee opeens aan het eerste deel van die sonate moest denken en daar indringend werk van maakte.
    Hieronder een foto van een Achterhoekse/ schaapskudde. Niet met maan- maar wel met mooi licht.

  7. Heel mooi licht op die foto Philippine, dank voor de link.
    Filantroop, wat een prachtig geschreven stuk weer, met plezier gelezen.
    Een laatste vogelzang….doet me denken aan de groepen schreeuwende kleine vogels ( ik weet niet welke ), die bepaalde tijd van het jaar tegen donker aan over vlogen. Dan leken ze weer tussen een stel bomen te gaan rusten, om een paar seconden later weer even lawaaiig tevoorschijn te schieten en door te fladderen. Zo ging dat door totdat de duisternis gevallen was en dan ineens was het muisstil. Maar dan moesten we naar binnen, want het begon af te koelen.

  8. @carloadofdogs
    Dat zijn vogels die zich groeperen voor het gezamenlijk bevolken van slaapplaatsen. Vaak verzamelen ze zich eerst op subplaatsen, om zodra het moment daar is in stilte op de definitieve slaapplaats te gaan rusten. Het kunnen onder meer kauwen, spreeuwen of roeken zijn.

    In Den Haag had je in het park Zorgvliet een befaamde kauwenslaapplaats. Enorme aantallen kauwen trokken daar samen. Het kan van het ene moment van zeer luidruchtig, op het andere opeens heel stil worden. Ja, zelfs vogels kennen beschaafde momenten.

    Soms, als ik in de duisternis een tocht door de duinen maakte, kon ik opeens stuiten op een slaapplaats van kramsvogels. En dat werd dan meteen een heksenketel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: