Haegsche kronieken (4)

Gouden bunzingHet was een ware overlevingstocht me een weg te banen tussen de pushup beha’s en de Niagara van siliconen. Meestal zoeken die het aan het begin van een feestelijke avond hogerop, om geleidelijk droevig naar lagere oorden af te zakken. Maar na enig stroef dringen lukte het me toch het epicentrum van de uitreiking van de Gouden Bunzings te bereiken.

Gelukkig had ik mijn mondkapje paraat voor de lucht van de toiletreiniger, waar de aftershave en parfummetjes van tegenwoordig naar ruiken. Het moet dan ook als een gouden vondst gezien worden dat de filmavond van het jaar de titel Gouden Bunzings kreeg. Het dier is immers geroemd om zijn muskusachtige afscheiding bij dreigende opwinding. En blijkbaar verkeerden de aanwezigen in hoge staat van opwinding.

Een leger soapies etaleerde voor de gelegenheid met grandeur smoel- en kapwerk om bij de filmregisseurs in de smaak te vallen. De dames vielen op, of nog liever om, wegens de ondragelijke Niagara’s die ze mee te torsen hadden. De heren hadden zich voor de gelegenheid een week niet geschoren, want in een beetje film is het tegenwoordig in er als een Robinson Crusoe uit te zien.

En het had er dan ook alles van dat ze uitgehongerd waren, want zodra er een dienblad met gesubsidieerde foie gras en Belugakaviaar voorbij huppelde, doken ze er als piranha’s, gieren en hyena’s op af. Even had het dan ook iets van het grote voedermoment van Artis. En om dit gegeven nog even aan een nader onderzoek te onderwerpen, wierp ik een canapeetje met foie gras te midden van de naar hogerop hunkerende cast van Onderweg naar morgen, die meteen in een rugbyscrum in elkaar dook.

De uitreiking van de Gouden Bunzings was al op stoom gekomen toen ik de manifestatie binnendrong om er verslag van te doen. Niet geïnteresseerd in Nederlandse speelfilms omdat die altijd over poep, pies, seks, moord en doodslag gaan, en je dus net zo goed een uurtje kunt recreëren in een openbaar toilet, bordeel of abattoir, was ik toch nog net getuige van een paar belangrijke filmonderscheidingen.

Hoewel de term afscheiding hier beter op z’n plaats zou zijn, want het was Rutger Houwdegen, bij ieder bekend als de held uit de films van Paul de Snoever, die doordat hij de paté en de kaviaar te overdadig in de whisky gemarineerd had, tijdens het openen van de enveloppe waarin de naam van de beste vrouwelijke hoofdrol geschreven stond, de canapeetjes vanuit zijn opstandige maag de zaal in mitrailleerde.

Omdat daar net de minister van Onbezonnen Zaken Ron Piesslap stond te gapen, had die meteen ook z’n souper binnen. Dat ook Ron Piesslap inmiddels baardragend bleek te zijn, kon wel eens op zijn grote hunkering gebaseerd zijn ooit met gitaar en hoed op de film te komen.

Dat de Gouden Bunzing voor de beste vrouwelijke hoofdrol niet ging naar degene die meende er het meest voor in aanmerking te komen, zorgde voor enige ophef nadat Lena Verbeena een haarspeld in de rug van de winnares gestoken had, die de onderscheiding daarom postuum in ontvangst moest nemen.

Gelukkig was dat voorzien, en werd meteen een necrologie afgestoken over Janneke Snott, die iedereen zich vast nog wel herinnert als de snauwende doktersassistente uit de doktersserie Dokter Vleeschdosch, over de gelijknamige plastisch chirurg die wegens een nijpend gebrek aan medische kennis iedere appetijtelijke vrouw tot wrak weet te vernaaien.

De winnende acteur en speelfilm verrasten geen der aanwezigen. De film van het jaar was Wurgman, over een steeds dieper in het moeras des verderfs wegzakkende worstelaar, die na door een tirannieke vader afgeranseld te zijn troost zoekt in het bed van een medewerkster van de RIAGG en daar de eerste fijne kneepjes van de hoge kunst van het worstelen opdoet en haar vervolgens met die kennis wurgt.

Glansrijk vertolkt door de inmiddels behoorlijk op jaren zijnde maar voor de gelegenheid strak getrokken publiekslieveling Rejoen Krabbelaar. Deze keer ook met baard getooid wegens zijn onlangs overleefde overlevingstocht op de hooglanden van Rottum, alwaar hij met blote handen en als bekroning van zijn acteren in Wurgman een zeehond wurgde.

De regisseur van de film, Flex Verwarming, kwam nog even de Gouden Bunzing voor het applaudisserend publiek optillen met een korte speech over hoe gevaarlijk het was de film te regisseren. Want voortdurend Rejoen Krabbelaar van de dry gin afhouden, bleek bepaald niet ontbloot van risico’s. Waarbij niet onvermeld dient te blijven, dat dat zuipen rijkelijk door blote soapies op zoek naar carrière omclusterd werd, en het voor de regisseur dus een hele klus was zich door het vele vlees een weg naar zijn bedlegerige sterspeler te banen. Dat was dan ook de rede dat de acteur niet zelf zijn Gouden Bunzing in ontvangst kon nemen maar zijn aanstaande weduwe deze schone taak liet vervullen.

Na de prijsuitreikingen evolueerde de avond in een sfeervol feest van drank, stank, siliconen en een nevel van coke. Mezelf een weg wuivend in de mist, verliet ik nog zeer onder de indruk deze schitterende avond met een fles Piper-Heidsieck aan de mond geklemd huiswaarts, om het verslag van deze avond aan het papier toe te vertrouwen. Waarvan akte.

Vorige edities van de Haegsche kronieken zijn hier te lezen:

https://filantropius.wordpress.com/2013/09/15/haegsche-kronieken/

https://filantropius.wordpress.com/2013/09/29/haegsche-kronieken-2/

https://filantropius.wordpress.com/2013/10/05/haegsche-kronieken-3/

2 reacties to “Haegsche kronieken (4)”

  1. Dat was weer lezen met een brede glimlach op het gelaat Filantroop. Allemaal heel knappe onzin, waarvan jij alleen maar weet hoe die te brengen. Leuk, die canapeetjes die door het ruim geslingerd werden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: