Archive for maart, 2014

maart 31, 2014

Een mooi moment

Mea culpaHet was een mooi moment, al die instemmende reacties onder de oproep van prominente Marokkanen, die in een gezamenlijk geschreven opiniestuk in de landelijke dagbladen hun mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa uitspraken over de vele jaren van schande die hun volksgenoten over zichzelf uitgeroepen hebben. Zo was er een volmondig excuus voor de vele keren dat hun puberende kroost jonge meisjes lastiggevallen had in zwembaden. Een excuus voor het hoerroepen naar meisjes en vrouwen. Voor het met stenen bekogelen van de godvruchtige kerkbezoekers van Gouda. Voor het bedreigen en verjagen van de reportageteams van de omroepen. Voor het bedreigen van politici en opiniemakers. Voor de herhaalde groepsverkrachtingen van een zwakbegaafd Amsterdam meisje. Voor de vele roofovervallen op argeloze burgers. Voor de mishandelingen en moorden van degenen die toevallig in de weg stonden. Voor de Hitlergroeten naar Joden. Voor het voetballen met de herdenkingskransen voor de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog. Voor het intimideren en verjagen van buurtgenoten. Voor de pooierboy’s. Voor de bijdrage aan de jihad in Syrië. Voor de percentuele oververtegenwoordiging in de misdaad. Voor het misbruiken van de genoten gastvrijheid. En ja, zelfs voor de moord op Theo van Gogh.

Eindelijk dan de tekenen van empathie en compassie van de prominente Marokkanen, die plechtig beloofden de hand in eigen boezem te steken en niet langer de PVV van munitie te voorzien. Er werden zelfs spontaan demonstraties in Eindhoven en Deurne georganiseerd met spandoeken waarop met imponerende letters spijt betuigd werd voor het feit dat een hardwerkend juweliersechtpaar in het ongeluk gestort werd.

Maar opeens klonk wreed het slaan van een deur, kwamen voetstappen naderbij en galmde een schrille stemklank “Wakker worden Stiche, het uur van de waarheid is aangebroken!”

En overrompeld door zo veel bruutheid en in het nijdige schootsveld van mijn driftig gesticulerende eega, zette ik mijn verkeerde been uit bed om bij een dampende kop arabica dit geniepige stukje tekst uit mijn toetsenbord te wurgen.

Straks bij Action maar weer een nieuwe kopen.

 

maart 30, 2014

Indische schetsen (1)

imageEen platje is eigenlijk een overdekt terrasje, iets breder dan een veranda. In de tropen woont men buiten en de zitkamer binnen wordt eigenlijk weinig gebruikt. Die van ons was min of meer een doorloopvertrek, aan twee kanten openslaande deuren, een deur naar de slaapkamer van mijn ouders en aan de andere kant liep de zitkamer in de eetkamer over.

Het platje was aan de voorkant van het huis. Het functioneerde als zitkamer, waar we ook onze gasten ontvingen. Er gebeurde zoveel op het platje. Wij speelden er op de grond of op de treden die er heen leidden. In de namiddag dronken we er thee en vader las de krant. Net voor de duisternis werd het dan tijd voor een biertje. Inmiddels hadden mijn zusje en ik dan gebaad en waren wij schoon en gereed om aan tafel te gaan. We aten in de eetkamer.

Maar soms in het weekend kwam familie of vrienden langs en dan was het voor ons kinderen feest. De mensen kwamen op de thee, bleven een biertje drinken en dan was het uitkijken en luisteren naar de toekan sate. Je hoorde hem al van verre komen. Een hoog schril sate-geroep betekende dat hij in aantocht was. Vader liep dan, als het geluid dichterbij kwam naar de weg en wenkte de man op het erf te komen. Wij waren gefascineerd door dit ritueel. Hij zette zijn drager neer en maakte in een rooster een houtskoolvuurtje klaar. Hierop werden de satéstokjes met gemarineerde kip of varkensvlees geroosterd. De geuren waren betoverend. Op een ander vuurtje had hij een wadjan waarin hij de satesaus opwarmde. De eerste ronde was klaar en er kwam een schaal die met de stokjes gevuld werd. Het mannetje zat geduldig gehurkt te wachten tot er meer besteld werd, terwijl hij zachtjes zijn vuurtje met een kiepas aanhield. Zo in het duister naast het platje gaven die lichtjes van het vuur een sprookjesachtige vertoning. Op zo’n avond werden de zintuigen gestreeld. Na de eerste ronde moesten wij kinderen naar bed, terwijl de ouderen nog tot diep in de avond doorkletsten en lachten. Dat konden wij in bed allemaal horen en er was geen gezelliger geluid om bij in slaap te vallen.

In het weekend hielden mijn ouders siësta en wij moesten daar onder lijden. Maar we hielden ons muisstil en kropen ons bed uit, slopen door de zitkamer en gingen op het platje spelen. Het enige wat niet te veel lawaai zou maken was daar met een krijtje op de tegels boter, kaas en eieren te spelen. Of was het melk, boter en kaas? Dat weet ik niet meer. Wij noemden het noughts and crosses. Als we dan onze ouders hoorden opstaan, renden wij naar ons bed en pretendeerden ook geslapen te hebben.

Ook in de regentijd was het platje een uitkomst. Je kon buiten zijn en “droog” blijven, alhoewel alles toch vochtig was. ‘s Avonds stond een olielamp op de tafel van het zitje en het licht werd een trekpleister voor allerlei ongedierte dat zich ertegen te pletter vloog. Bepaalde tijd van het jaar wemelde het elke avond van larongs, vliegende mieren. De volgende ochtend kon je de vloer op het platje niet meer zien door alle vleugels die erop terechtgekomen waren. Waar de mieren bleven is me nooit duidelijk geweest. Waarschijnlijk wel door tjitjaks opgepeuzeld.

Wij hadden geen ijskast, maar een ijskist. Dit was een rechthoekige houten bak op poten, gevoerd met lood. Er was een deksel aan de bovenkant die je als een kist opende. Onderaan de kist was een kraantje, waar het water uit kon lopen als je de stop binnen in de bak er uittrok. Er kwam eens in de week een toekan es (een ijsman) langs, die uit zijn wagen een staaf ijs haalde, die hij op een jutezak op zijn schouder en tegen het hoofd, naar onze ijskist bracht, waarbij hij over het platje en door de zitkamer heen liep, want de ijskist stond op de achterveranda. Ik vond dat altijd een prachtig gezicht hoe die man zo met dat ijs sjouwde. Hij moest hem daarna in drieen hakken om in de kist te passen. Dan gingen de drankjes, boter en vlees er in. Gedurende de week smolten die ijsstaven en op het eind zette je het kraantje open om het water af te voeren.

 

maart 30, 2014

De ondraaglijke lichtvaardigheid van het bestaan

gewapende-overvalIn het jaar 2005 raakten de emoties in Amsterdam zwaar op tilt nadat een overigens donkergetinte Germaine C. ietwat obstinaat reageerde nadat een lichtgetinte jongeman haar tas uit haar auto geroofd had. Ze accelereerde achterwaarts om de jongeman te vatten, tengevolge waarvan de jongeman zodanig bekneld raakte dat hij ter plaatse overleed. De jongeman, die kort daarvoor nog aan de balie moest verschijnen wegens zijn betrokkenheid bij een gewapende roofoveral op een Xenos-filiaal, werd postuum bedolven onder een golf van adhesiebetuigingen: Na het incident in de Derde Oosterparkstraat liepen de emoties binnen de Marokkaanse gemeenschap in Amsterdam-Oost hoog op, omdat een racistisch motief werd vermoed. (Elsevier)

Of de toen nog 19-jarige Ali el B. indien hij na de tasjesroof niet het leven gelaten had, het rechte pad opgezocht en bewandeld zou hebben, lijkt niet zeer aannemelijk. Misschien zou hij als 28-jarige Marokkaanse Kalashnikov-virtuoos argeloze Amsterdammers de schrik op het lijf gejaagd hebben.  In de harde crimescene blijkt het namelijk zo te zijn dat er ongeveer net zo gemakkelijk met lood gestrooid wordt als dat de racistische Zwarte Pieten met pepernoten strooien. Zo’n zak met “pepernoten” blijkt in Brussel voor een 3000 euro van hand tot hand te gaan. Maar er zijn bronnen die beweren dat het ook voor minder kan.

Of Germaine C. destijds levens gepaard heeft door er een te nemen, weten we niet. Wat echter opvalt, is dat er toch wel heel erg vaak partij getrokken wordt voor plegers van misdrijven, en dat dit er niet zelden toe leidt dat het van kwaad tot erger gaat. Wanneer je als optredende crimineel veel applaus krijgt wil je dat nog wel eens als een bis, bis, bis opvatten. Slachtoffers van criminaliteit zijn daarentegen meer te begeesteren voor minder, minder, minder criminaliteit.

Dat in Eindhoven een spontane demonstratie voor de twee overvallers van het juweliersbedrijf van het echtpaar Sanders georganiseerd werd, past dan ook precies in dit patroon. Grote kans dat over dit drama weldra de eerste signalen van racistische vermoedens geuit zullen worden.

En na het We zijn allemaal Marokkaan, zou binnen de Marokkaanse samenleving wel eens een stemming kunnen ontstaan waarbij ieder crimineel wissewasje moreelracistisch witgewassen wordt, zodat uiteindelijk de slachtoffers van criminaliteit de daders van criminaliteit worden.

Deze racismereflex, die aan ieder rationeel denken een resoluut einde maakt, maar de vraag buiten beschouwing laat, wat er gebeurd zou zijn als het roversduo succesvol de juwelierszaak van Marina en Willy Sanders verlaten hadden, zou wel eens smeerolie voor de criminaliteit kunnen worden.

En dan de vraag, ingeval het roversduo ongedeerd en met buit de juwelierszaak verlaten zou hebben, of er op enig moment door de hand van de beide roofovervallers niet ergens gewonden of doden gevallen zouden zijn. Zou het met dit tweetal niet van kwaad tot erger geworden zijn, want succes smaakt immers naar meer?

Dat de adhesiebetuigingen met criminelen niet al te lichtvaardig opgevat dienen te worden, is iets dat de slachtoffers van misdrijven misschien het beste kunnen beoordelen. De extase van aangiften tegen Wilders zou bij de slachtoffers van misdrijven dan ook wel eens geheel tegengestelde emoties teweeg kunnen brengen. En gezien het luttele feit dat heel veel van die slachtoffers nimmer de naam van de dader van hun ongeluksmoment zullen vernemen, omdat de kans dat die ooit opgespoord en berecht zal worden vrijwel nihil is, moeten we de grote belangstelling van de omroepen voor deze aangiftetribunalen maar met een flinke korrel zout nemen. Er zijn aanzienlijk meer slachtoffers van criminaliteit te tellen dan er zweetvoeten aangifte tegen Wilders kwamen doen.

De ondraaglijke lichtvaardigheid waarmee er omgesprongen wordt met slachtoffers van criminaliteit zou dan ook wel eens onverwachte wendingen kunnen krijgen. Zoals we dat nu ook zien bij de vele moreel ondersteunde reacties voor het echtpaar Sanders. En dat zouden er wel eens heel veel meer kunnen worden dan er aangiften tegen Wilders op de politiebureaus op behandeling liggen te wachten. Per slot van rekening gaat de criminaliteit doodgewoon door en neemt het aantal slachtoffers daarmee ook toe.

 

maart 29, 2014

Wilders en de no-go-area

Fort van de kale rode bosmierJe kunt je afvragen wie de meeste aanhang voor de PVV verwerft: Wilders of zijn tegenstanders. Wie de videobeelden ziet van hoe een menigte aangifteplegers tegen Wilders een reportageteam van GeenStijl te lijf gaat, kan snappen dat zich een zwijgende meerderheid aan het vormen is, die misschien niet zo luidruchtig is als de moedig rondom een verslaggever opdringende menigte, maar achter het velours van het stemhokje wel luidruchtig is.

Op de door GeenStijl aangeboden videobeelden is te zien hoe anno 2014 een deel van de samenleving met de vrijheid van meninguiting en het journalistieke recht op waarheidsvinding omgaat. En alsof de duivel ermee speelt, of toch het we zijn allemaal Marokkaan, beschermde de politie het reportageteam niet tegen de agressie, maar maakte die laf een terugtrekkende beweging, zodat het team onbeschermd achterbleef, dan wel om veiligheidsredenen gedwongen was af te druipen.

En nu niet beweren dat het vanwege de opvattingen van GeenStijl is, dat de menigte het reportageteam bruutweg de mond snoerde, want het belagen van reportageteams, verslaggevers en zelfs democratisch gekozen politici op z’n Noord-Afrikaans, wordt al jaren succesvol bedreven: hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier en hier  ziet u minder, minder, minder, minder en nog eens minder.

Je hoeft tegenwoordig echt niet het Tahrir-plein op te schuifelen om een lesje in journalistieke en politieke onvrijheid te krijgen. In Europa is het inmiddels ook folklore geworden reportageteams, verslaggevers en politici te grazen te nemen.

De beelden van het bestaan van no-go-area bevestigen niet alleen een bang vermoeden, maar zijn brandstof voor de PVV en moedigen het electoraat aan niet alleen in angst bij de pakken neer te zitten, maar op de momenten dat dat weer eens kan op de PVV te stemmen.

Voeg daarbij de wijze waarop het linkse deel van de pers, omroepen en politieke partijen het journalistieke en politieke muilkorven ontbekritiseerd laat, en je hoeft niet naar verre landen te gaan op zoek naar brandstof, maar de vijanden van Wilders leveren deze zelf aan.

De moord op Pim Fortuyn was niet ook een moord op zijn electoraat. Fortuyn bleek zelfs postuum tot nog meer Kamerzetels in staat te zijn. En zelfs nadat ook de LPF morsdood was, was dat electoraat nog niet naar de denkbeeldige Goelags afgevoerd maar bleek springlevend de stemhokjes te bereiken.

De les die hieruit getrokken moet worden is dat niet Wilders of welke rechtse politicus dan ook, de omvang van het electoraat bepaalt, maar de stand van zaken in het land hierin de overheersende factor vormt. Iedere trap in de rug van Wilders mag dan bij de “rechtschapen” mens een gevoel van extase schenken, in het stemhokje heerst het recht op vrije meningsuiting nog steeds volop.

Dat Wilders zo nu en dan met een verdord twijgje in een mierenhoop port zodat het ganse domlinkse mierenvolk in de aanval gaat, valt niet alleen Wilders aan te rekenen, maar zeker ook de op wraak beluste mierenzuurspuiters. Die lijken er op te zitten wachten, want het leven zonder aartsvijand past namelijk niet in het dierlijke instinct van de boze rode bosmier.

Nu de zomerse waarden weer aanbreken moet de wandelaar dan ook sterk ontraden worden zomaar ergens in een bos het vermoeide lijf te rusten te leggen, want voor je het weet zit je in de no-go-area van moeder natuur.

maart 28, 2014

Mark Rutte spreekt bij omroep Max de bejaarden toe

Zet-hem-op-RutteTot grote verrassing van velen maar vooral van de achter gebarricadeerde deuren in angst verkerende bejaarden, heeft minister-president Mark Rutte vandaag geheel op eigen initiatief zendtijd opgeëist bij Omroep Max en zich vastgrijpend aan de microfoon de bange bejaarden toegesproken.

Zichtbaar ontroerd sprak hij: Dat we in dit land niet langer zullen accepteren dat machteloze bejaarden in elkaar gebeukt worden, door straatrovers uit hun rolstoel of scootmobiel gerukt worden, of aan huis voor een gewelddadige beroving bezocht worden.

Dat laten we niet meer toe, zei Rutte op de vraag of de bejaarden nog langer aan geweldpleging blootgesteld zullen worden. Die angst hoeven de oudjes niet meer te hebben. Nooit!

Opa Vlemmix, de 89jarige man die recentelijk zwaar toegetakeld werd, kreeg van de minister-president een resoluut Van oudere mensen blijf je af, te horen.

Opa Vlemmix

Wat de partij E66 (Euthanasie66) ook beweren mag, bejaarden hebben recht op een veilige oude dag. Zij immers hebben het land na de grote crisis en de Tweede Wereldoorlog opgebouwd en verdienen een veilige oude dag, zei de minister-president met tranen in de ogen.  

maart 27, 2014

Max van Weezel, de Poetin van de vaderlandse pers

VNDe lijnen van het politieke denken lopen nogal eens kriskras door elkaar. Ongeveer zoals het onder de trottoirtegels eruit moet zien met al die elkaar beconcurrerende kabels en buizen van de nutsbedrijven. Dat Max van Weezel in zijn Vrij Nederland schrijft dat een stem op Wilders een stem op Poetin is, mag duidelijk maken dat de man in Den Haag van dat opinieweekblad zowel tegen Wilders als tegen Poetin is. Tegen Wilders omdat die zou konkelfoezen met Holocaustontkenners en antisemieten. Tegen Poetin, omdat die een autocraat en bezetter van de Krim is. Dat Max van Weezel zich monter opstelt als verdediger van de democratie, verdient het echter de loep uit het etui te trekken en eens even nader te kijken naar diens tegenstrijdige opvattingen over de democratie.

In de politiek roerige jaren zeventig van de vorige eeuw was de VVD onder de jonge branie Hans Wiegel, doch geheel volgens de algemeen heersende democratische normen, groter gegroeid. Zelfs zo groot, dat de VVD volgens de algemeen heersende democratische normen voor regeringsverantwoordelijkheid in aanmerking kwam middels een coalitie met het CDA. Maar hoe democratisch dat kabinet ook tot stand gekomen was, het werd gegijzeld door de marxistisch getinte ARP-bloedgroep in het CDA en… door Max van Weezel en zijn politieke vrienden van de pers en omroepen, en met een heus manifest bestreden:

De ondertekenaars waren journalisten van de weekbladen VN, Haagse Post en De Groene Amsterdammer, kranten als de Volkskrant, Het Parool en het toen nog niet opgeheven communistische dagblad De Waarheid en medewerkers van de omroepen KRO, IKON en VARA. Een paar beroemde namen: Martin van Amerongen, Anet Bleich, Paul Brill, Elsbeth Etty, Hanneke Groenteman, Geert Mak, Henny Stoel, Herman Vuijsje en Geke van der Wal. En o ja, Max van Weezel. (Bron: Vrij Nederland)

Let wel: dagbladen, weekbladen en omroepen konden zich niet neerleggen bij wat de kiezer kennelijk besloten had, namelijk voor een Tweede Kamer te kiezen die een centrumrechts kabinet mogelijk maakte. Een andere meerderheid zat er na alle onverkwikkelijkheden tussen de PvdA en de voorgangers van het CDA niet in. Zelfs niet ondanks het demagogische Kies de minister-president, waarmee Joop den Uyl bedoeld werd, kwam de zogenaamde progressieve (zoals dat toentertijd eufemistisch genoemd werd) meerderheid er niet. Kennelijk was de kiezer anders dan de journalistieke opposanten meer beducht voor zo’n progressieve meerderheid dan de linkse cohorten van Max van Weezel.

Dat Max van Weezel in het manifest samenhokte met het communistische dagblad De Waarheid om de rasechte democraat Hans Wiegel uit de Trêveszaal te krijgen, zal niet op verbazing stuiten in de wetenschap dat de journalistieke monarch van Den Haag, Jarenlang lid was van de partij die de nogal antisemitische en totalitaire Sovjet-Unie een warm hart toedroeg. Het bezetten en herbezetten van landen werd door de CPN en het lijfblad van de partij De Waarheid zeer gewaardeerd. Enigszins saillant hierin is dat Vladimir Poetin als jonge rekruut van de KGB in de tijd van het manifest tegen Wiegel, nog bondgenoot was van de ruim een jaar oudere Max van Weezel.

Er waren in de Sovjet-Unie die Max van Weezel via zijn CPN-lidmaatschap moreel faciliteerde anti-Joodse maatregelen uitgevaardigd. Maar toen dat de Joden te gortig werd, werd het ze ook nog eens verboden te emigreren. Het minder, minder, minder Joden werd er wegens het opwellende antisemitisme weliswaar zeer gewaardeerd, maar anders dan de situatie van de dubbelpaspoortige Nederlandse Marokkanen, werden de Joden van de Sovjet-Unie gegijzeld.

Tijdens het lidmaatschap van Max van Weezel van de CPN bleef de vlucht uit de Sovjet-Unie dan ook beperkt tot 4.000 zielen. Na het beëindigen van dat verbod werden het er 250.000. Ongeveer het aantal Joden dat alleen al uit Marokko vluchtte. En dat in een periode dat Max van Weezel en zijn linkse cohorten de komst van honderdduizenden Marokkanen als het multiculturele wonder bejubelden.

Dat Max van Weezel zich inmiddels van antidemocratische rups tot vlinderende opperdemocraat en verdediger der Joodse belangen ontpopt heeft, moet dan ook met de grootst mogelijke scepsis bejegend worden. Immers, onder de verdedigingsrite van de Oekraïne door Max van Weezel gaat toch ook het oplaaiende antisemitisme in dat land schuil. De vader van Marine le Pen mag dan gezegd hebben Ik stel mezelf verschillende vragen. Ik zeg niet dat de gaskamers niet bestaan hebben. Ik heb ze zelf niet gezien. Ik heb de vraag niet specifiek bestudeerd. Maar ik geloof dat het maar een detail is in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Max van Weezel en Frans Timmermans conformeren zich daarentegen aan het niet gekozen Oekraïense regime waarbinnen een heuse nationaalsocialistische en zeer antisemitische Svoboda zes ministers inclusief een vicepremier levert.

Naar welke richting de kabel van de firma Van Weezel onder het trottoir slingert, hoeven we ons dus niet af te vragen. Als het maar anti-Wilders, anti-Israël en anti-Nederlander is, weet die kabel de weg wel te vinden. Nu nog wachten op het moment dat de illegale regering in Kiev de legale regering van Israël in de ban doet, zodat in huize Van Weezel de feestverlichting ontstoken kan worden.

maart 26, 2014

De Roze Khmer geeft zich over

KaalscherenOmringd door een joelende, tierende en met gebalde vuisten zwaaiende menigte heeft het partijkader van de Roze Khmer zich in een plechtig defilé aan het wettig gezag overgegeven. In een proclamatie waaruit oprecht berouw spreekt, heeft het partijkader kond gedaan van deze moedige doch onafwendbare stap: Dames. Heren ook. De voltallige redactie van GeenStijl heeft hedenmiddag op een hoofdstedelijk bureau een van te voren door de politie ingevulde aangifte tegen onszelf ondertekend en ingediend. We vinden onszelf namelijk verachtelijk. In de afgelopen jaren heeft GeenStijl keer op keer verzuimd om stelling te nemen tegen Geert Wilders en zijn PVV. Teneinde niet buiten de boot te vallen op de Ark van het Naoorlogse Verzet, hebben wij derhalve besloten onszelf aan te geven, en daar bij dezen met gepaste stemmigheid over te berichten.

De feestelijkheden betreffende deze overgave konden meteen van start gaan. Onder toeziend oog van het standbeeld van de altoos zwijgende Willem de Zwijger en de zich hevig vermakende Haagse burgervader Jos Aars, werden de trawanten van de Roze Khmer ten publieke gevoerd zodat de menigte getuige kon zijn van de gemene fysionomie van deze landverraders. Bij een nabijgelegen kapsalon werden spontaan tondeuses ingezameld om het laaghartige gespuis na al die jaren van geleden ellende eindelijk mores te leren.

De wandelende baard van de profeet Vadzak Jneid mocht het voortouw nemen en de baard van de Max Blokzijl van de Roze Khmer Jans Hansen hoogstpersoonlijk komen afscheren. En omdat dit meteen de aanmoediging om meer, meer, meer bleek te zijn, drongen twee vastberaden doch minstens zo moedige verzetsstrijders, die zich inmiddels ook van een paar tondeuses meester hadden gemaakt, naar voren.

Twee met de meedogenloze schurken collaborerende sloeries werden aan de haren tot aan de schoenzolen van Willem de Zwijger gesleurd. Het zich plaatselijk suf copulerende en schijtende duivenvolk stoof van schrik op terwijl de zelfraciste Brute Umar een flinke kappersbeurt van de moedige doch zelf geheel onbehaarde Dick Zwamsoms kreeg. Geruchten dat hij het harige residu zou aanwenden om zichzelf een smaakvol toupet te verschaffen, konden helaas niet bevestigd worden. Maar gezien de gretigheid waarmee hij de tondeuse over het hoofd van de sloerie tractorde, leek het gerucht allerminst uit de lucht gegrepen te zijn.

Na het moedige vertoon van Dick bood Hans Spekzool zijn diensten aan de tondeuse manmoedig te hanteren. De onder de duivelse bezetting veelvuldig in delirium aangetroffen Lellebela Etteringa stond op de nominatie wegens haar hoererende activiteiten met de vijand, in het onaangenaam geurende stof van de slobbertrui van Hans te bijten. En het was de vraag wat erger was, het verliezen van haar weelderige coiffure, of de emissie die uit de uitmonstering van de dappere Hans uitsteeg. Er zijn er zelfs die beweren dat ieder ten tonele verschijnen van Hans ongeveer gelijkstaat aan een gifgasaanval, en dat dan weer de oorzaak zou zijn van het enorme minder, minder, minder van zijn partij.

Terwijl de menigte om teer, teer, teer riep, sjokte de poedelnaakte dakbedekker Petrus Smalbeeld, in de ene hand een emmer teer meetorsend, met de andere hand zijn door wespen belaagde scrotum beschermend, Het Plein op om eigenhandig de beide sloeries van de Roze Khmer van een nieuwe dakbedekking te voorzien. En omdat zijn oproep tot het neermaaien van landverraders er nog niet toe geleid heeft dat het plaatselijke mortuarium wegens de overstelpende drukte de deuren moet sluiten, zal het bericht dat graaf Volkert van Groeningen ook weer aan het politieke proces mee kan doen velen verheugen. Hij kan dan ook meteen aan de slag.

Tot zover dit bericht van onze man in Den Haag.

 

 

 

maart 25, 2014

Haagse herinneringen (3)

Waterpartij in de winterVandaag geef ik wederom het woord aan de dame die het Den Haag van mijn jeugd goed kent en die haar schat aan herinneringen in een serie impressies graag aan de lezers wil offreren.

Koud Holland

Mijn eerste winter in Holland was een grote tegenvaller. In de winter ’46/’47 was ik er ook, maar ik weet niet meer of ik het toen ook koud had gevonden. Maar in ’52/’53 drong het goed tot me door, ja, zelfs tot de botten. Het lopen door de sneeuw naar school viel eigenlijk wel mee, flink doorstappen maakte je wel warm. Maar wanneer ik op de fiets ergens heen moest kon ik niet tegen de gure wind en de kou op mijn handen. Ik kreeg een soort kappen aan het stuur van mijn fiets, waarin je zo je bewante handen kon stoppen. Dat scheelde wel. Met mijn gezicht was het anders gesteld. Ik had zelfs de wollen sjaal voor mijn mond omhoog getrokken en een muts diep over de oren, maar toch. Om van bevroren tenen maar niet te spreken. Ik had dan ook prompt wintertenen. Hiervoor gaf de dokter mij een kalkinjectie, maar of dat geholpen heeft? Ik vond de injectie ook erg pijnlijk. Nee, het was geen lolletje.

Op een goede dag toen ik met een vriendinnetje van school door het besneeuwde park aan de Groot Hertoginnelaan liep kwamen er wat vervelende knullen van de andere kant aan en ik weet niet meer of ze ook van onze school waren, maar ze dachten ons een poets te bakken door ons eens lekker in te zepen met sneeuw. Eerst kregen we wat ballen naar ons hoofd geslingerd, maar toen kwam er een knul met een hand vol sneeuw en wreef dat over mijn gezicht. Was het alleen sneeuw geweest, dan zou ik dat niet eens zo erg gevonden hebben, maar er zat hondepoep bij en dat was vreselijk. Ik was echt woedend, maar de jongens lachten zich rot. Toch dropen ze af. Mijn vriendinnetje heeft toen met schone sneeuw mijn gezicht enigszins opgeknapt. Gelukkig was ik niet al te ver van huis, waar ik me eens goed kon wassen.

Dit waren dus minder prettige dingen van de winter. Inmiddels mocht ik af en toe naar de HOKIJ in de Houtrusthallen gaan om mijn schaatsvaardigheid te bevorderen. Het was op een zondagmorgen, toen ik aan het eind van de schaatssessie weer door mijn tante werd opgehaald, dat ik te horen kreeg van de watersnoodramp in Zeeland. Het was heel moeilijk om mij dat enigszins voor te kunnen stellen, maar het moet vreselijk geweest zijn zo naar het serieuze gezicht van mijn tante te oordelen. Zij had alles over de radio gehoord. Springvloed door hoog getij en volle maan, flinke storm en de dijken waren op vele plaatsen doorgebroken. Ze sprak over kleren inzamelen en dergelijke toestanden. Nou had ik zelf haast nog geen wintergarderobe en kon niets missen, maar tante zelf had e.e.a. en dat brachten we dan samen naar een soort inzamelgebouw. Later in de week nam ze mij mee naar de Cineac, waar we tijden in de rij stonden, maar uiteindelijk toch al die vreselijke beelden op het scherm konden zien. Pas toen had ik echt een idee gekregen van wat er gebeurd was. Ik was er stil van.

De somberte van de donkere dagen in de wintermaanden heeft mij vaak naar Indië terug doen verlangen. Het enige wat het enigszins verzachtte waren die beeldige etalages gedurende de Kerstperiode en de Kerstvieringen zelf. Een keer lag er op Nieuwjaarsdag een pak sneeuw en Oom en ik zijn toen de stad in gegaan en hebben bij de Driehoekjes geluncht. Het viel mij op hoe een vers pak sneeuw het hele aanzien van de stad veranderde door de weerkaatsing van het licht. Alles zag er zo veel vrolijker uit. Toen ik wat ouder was gingen we wel eens ’s avonds schaatsen op de verlichte en ondergelopen tennisbanen en daar heb ik van genoten. Er heerste daar altijd een sprookjesachtige sfeer, iedereen was vrolijk en warm geschaatst. Helemaal fraai werd het wanneer de Waterpartij aan de Scheveningse weg ook dicht zat en daar ‘s avonds onder gezellige verlichting geschaatst werd. Eveneens stond er een tentje waar je warme chocolade of slem (?) kon drinken. Mijn Ooms en Tantes met hun kinderen hadden mij dan opgehaald en zo werd het een beetje familiefeest.

bovenstaande foto: Waterpartij in de winter. Sedert 18 augustus 1988 bevindt zich in de nabijheid ook het Indisch Monument.

 

maart 25, 2014

Van der Laan heeft jammerlijk gefaald

JihaatEen burgemeester dient boven de partijen te staan. Niet voor niets is dit een benoeming door de Kroon. Onpartijdigheid is het eerste waar Amsterdammers een burgervader op moeten afrekenen.

Eberhard van der Laan heeft dit weekeinde jammerlijk gefaald voor die test. Hij voerde het woord op een haatbijeenkomst, gericht tegen één politieke partij. Zijn verontwaardiging is bovendien politiek gedreven.

Witte school
PvdA-burgemeesters kijken meestal de andere kant op bij geluiden uit eigen kring. Als Diederik Samsom de straatcoach uithangt en vaststelt dat Marokkanen een ‘etnisch monopolie’ hebben op overlast, kan dat niet boeien. Als PvdA-voorzitter Hans Spekman voorstelt Marokkaanse jongeren te vernederen, levert dat evenmin verontwaardiging op. PvdA-burgemeester Job Cohen staat schaapachtig te lachen als naast hem PvdA-wethouder Rob Oudkerk de term kut-Marokkanen introduceert. Als linkse politici voor hun eigen kinderen minder Marokkanen willen en dus hun kroost verhuizen naar een witte school, klinkt geen protest. Een cartoonist die islamkritische tekeningen maakt, wordt door tien man politie van zijn bed gelicht. Vanwege zijn mening. Dat hadden we sinds de oorlog in de stad niet meer meegemaakt.

Van der Laan is als burgemeester ook verantwoordelijk voor zijn voorgangers. Zaterdag spreekt hij op een demonstratie van Mohamed Rabbae, die ooit als lijsttrekker van GroenLinks pleitte voor het verbieden van De duivelsverzen van Salman Rushdie en mededeelde dat ‘wij, islamieten’ homoseksualiteit nooit zullen aanvaarden. De organisatie is in handen van radicale clubs als Internationale Socialisten en Nederland Bekent Kleur – fans van Hamasbaas Ahmad Yassin.

Jihadvlag
Op de demonstratie wappert de vlag van de jihad, de eeuwendurende massamoord op niet-moslims. Van der Laan vindt dat prima. Dat gebeurt allemaal op een steenworpafstand van twee synagogen, en onder de Dokwerker. Een mevrouw heeft een bord ‘Alle PVV’ers het land uit’. Die moeten raus.

Van der Laan spreekt op het podium van ‘hartverwarmende reacties’. Sprekers roepen op tot het oppakken van Kamerleden. Van der Laan pruttelt wat over groepen die tegen elkaar worden opgezet. Dat groepsdenken de essentie is van de islam, vergeet hij. Er wordt geroepen ‘wij zijn allemaal Marokkanen’. Niet: wij zijn allemaal Nederlanders. Niet integreren, maar segregeren. De PvdA ziet dat het goed is.

Als toppunt van smakeloosheid is er het spandoek ‘Wilders, hond van Israël’. De bloeddruppels eronder illustreren het verlangen deze enige democratie in het Midden-Oosten bloedig te vernietigen; een islamitische agenda. Mooi eerbetoon aan onze tachtigduizend vermoorde Joodse stadsgenoten die misschien nog hadden geleefd als de staat Israël er tien jaar eerder was geweest.

Van der Laan heeft niet de behoefte de burgemeester te zijn van alle Amsterdammers. Hij kiest partij voor de radicale islam en de Israëlvernietigers. Zijn verontwaardiging is niet oprecht, maar gedreven door de wil een groep Amsterdammers, namelijk PVV-kiezers, aan te vallen. Een bevolkingsgroep wordt weggezet. ‘Opgeruimd staat netjes’, lezen we op het bordje van de mevrouw die oproept tot deportatie van mij en honderdduizenden PVV-stemmende Nederlanders. Zo diep is onze stad gezonken. Wat kan ons nog redden?

Deze open brief van Martin Bosma, Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Vrijheid, staat vandaag (25-03) in Het Parool

maart 25, 2014

Grenzeloze hoogmoed en de nagels van de beer

Dansende beerDe dagbladen schrijven dat het onderonsje van de wereldleiders, lees hiervoor de G7 en de EU, besloten heeft de Russen nog verder onder druk te zetten betreffende de bezetting van de Krim. Dat Rusland alvorens dit onderonsje te plegen uit de G8 gestoten werd, deed de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov slechts schouderophalen met de opmerking dat de G7 zijn beste tijd gehad heeft. Misschien een niet geheel ten onrechte gedane observatie, want de G7 zonder inbreng van de Russen en andere grote economieën als China, Brazilië, India en Mexico, is slechts een superselect praatclubje, dat het dan misschien heel erg snel met elkaar eens is, maar nauwelijks in staat is te sanctioneren zonder er zelf last van te krijgen. Dat aangaande lijkt het op een wedstrijdje boemerang werpen zodat de deelnemers zich straks voor de Paralympics kunnen melden.

Daarbij komt nog dat dat clubje zich kennelijk niet heeft gerealiseerd dat je een beer misschien lang kan tarten, plagen en vernederen, maar dat toch eens het moment komt dat het dier zijn nagels uitslaat. En kennelijk heeft de beer Rusland sedert de val van het Sovjetregime dat gevoel opgebouwd. Het heeft het Russische volk tot een herlevend patriottisme gedreven en tot strijdlust gemobiliseerd.

Ongeveer zoals je een volk, zoals ook het Nederlandse, niet grenzeloos kunt tarten, plagen en vernederen, zonder dat er ooit een Fortuyn of Wilders opstaat die de nagels uitslaat. Of, een megalomaan Europa kan stichten waarbinnen de burgers monddood overgeleverd zijn aan de willekeur van een piepkleine elite, zonder dat dit tot euroscepcisme of een herlevend patriottisme zou leiden.

Je kunt het grenzeloze hoogmoed noemen. De gedachte dat je zomaar van alles kunt doen met de mensheid zonder dat die zich op enig moment zal verzetten. In dat opzicht kun je de leiders van de G7 en de EU van overmatige naïviteit betichten, dat zij in de veronderstelling verkeren dat bij dergelijke arrogantie de opponent lijdzaam op zijn knieën valt en aan de ketting door de neus, pootjes geeft en danspasjes maakt.

Wat als de Russen bij de verder opgeschroefde sancties blijven schouderophalen door doodgemoedereerd de Krim ingelijfd te houden? Verder opschroeven, fysiek bedreigen, aanvallen? Het zou wel eens zo kunnen zijn dat de G7 en de EU gedoemd zijn op termijn de beschamende conclusie te trekken dat de beer niet meer wil dansen naar de pijpen van zijn hoogmoedige meesters en dat de tijd aanbreekt voor een alternatieve wereldorde naast die van de G7 en de EU. Er staan immers landen die hiervan buitengesloten zijn te trappelen van ongeduld ook zeggenschap te verwerven over wat er met de wereld gebeurt.

In het klein zie je het met het hoogmoedig bejegen van de PVV. Wat men ook allemaal met die partij uitspookt om het tot dansen naar de pijpen van het establishment te krijgen, deze weet toch steeds te overleven zonder zich aan de afgedwongen vernedering over te hoeven geven.

Daarom zie je de Russen schouderophalen, en staat voor de aanstaande Europese verkiezingen een kersvers PVV-team klaar om in Brussel die hoogmoed te bevechten.

Nou Hans Jansen, succes gewenst,