Indische schetsen (1)

imageEen platje is eigenlijk een overdekt terrasje, iets breder dan een veranda. In de tropen woont men buiten en de zitkamer binnen wordt eigenlijk weinig gebruikt. Die van ons was min of meer een doorloopvertrek, aan twee kanten openslaande deuren, een deur naar de slaapkamer van mijn ouders en aan de andere kant liep de zitkamer in de eetkamer over.

Het platje was aan de voorkant van het huis. Het functioneerde als zitkamer, waar we ook onze gasten ontvingen. Er gebeurde zoveel op het platje. Wij speelden er op de grond of op de treden die er heen leidden. In de namiddag dronken we er thee en vader las de krant. Net voor de duisternis werd het dan tijd voor een biertje. Inmiddels hadden mijn zusje en ik dan gebaad en waren wij schoon en gereed om aan tafel te gaan. We aten in de eetkamer.

Maar soms in het weekend kwam familie of vrienden langs en dan was het voor ons kinderen feest. De mensen kwamen op de thee, bleven een biertje drinken en dan was het uitkijken en luisteren naar de toekan sate. Je hoorde hem al van verre komen. Een hoog schril sate-geroep betekende dat hij in aantocht was. Vader liep dan, als het geluid dichterbij kwam naar de weg en wenkte de man op het erf te komen. Wij waren gefascineerd door dit ritueel. Hij zette zijn drager neer en maakte in een rooster een houtskoolvuurtje klaar. Hierop werden de satéstokjes met gemarineerde kip of varkensvlees geroosterd. De geuren waren betoverend. Op een ander vuurtje had hij een wadjan waarin hij de satesaus opwarmde. De eerste ronde was klaar en er kwam een schaal die met de stokjes gevuld werd. Het mannetje zat geduldig gehurkt te wachten tot er meer besteld werd, terwijl hij zachtjes zijn vuurtje met een kiepas aanhield. Zo in het duister naast het platje gaven die lichtjes van het vuur een sprookjesachtige vertoning. Op zo’n avond werden de zintuigen gestreeld. Na de eerste ronde moesten wij kinderen naar bed, terwijl de ouderen nog tot diep in de avond doorkletsten en lachten. Dat konden wij in bed allemaal horen en er was geen gezelliger geluid om bij in slaap te vallen.

In het weekend hielden mijn ouders siësta en wij moesten daar onder lijden. Maar we hielden ons muisstil en kropen ons bed uit, slopen door de zitkamer en gingen op het platje spelen. Het enige wat niet te veel lawaai zou maken was daar met een krijtje op de tegels boter, kaas en eieren te spelen. Of was het melk, boter en kaas? Dat weet ik niet meer. Wij noemden het noughts and crosses. Als we dan onze ouders hoorden opstaan, renden wij naar ons bed en pretendeerden ook geslapen te hebben.

Ook in de regentijd was het platje een uitkomst. Je kon buiten zijn en “droog” blijven, alhoewel alles toch vochtig was. ‘s Avonds stond een olielamp op de tafel van het zitje en het licht werd een trekpleister voor allerlei ongedierte dat zich ertegen te pletter vloog. Bepaalde tijd van het jaar wemelde het elke avond van larongs, vliegende mieren. De volgende ochtend kon je de vloer op het platje niet meer zien door alle vleugels die erop terechtgekomen waren. Waar de mieren bleven is me nooit duidelijk geweest. Waarschijnlijk wel door tjitjaks opgepeuzeld.

Wij hadden geen ijskast, maar een ijskist. Dit was een rechthoekige houten bak op poten, gevoerd met lood. Er was een deksel aan de bovenkant die je als een kist opende. Onderaan de kist was een kraantje, waar het water uit kon lopen als je de stop binnen in de bak er uittrok. Er kwam eens in de week een toekan es (een ijsman) langs, die uit zijn wagen een staaf ijs haalde, die hij op een jutezak op zijn schouder en tegen het hoofd, naar onze ijskist bracht, waarbij hij over het platje en door de zitkamer heen liep, want de ijskist stond op de achterveranda. Ik vond dat altijd een prachtig gezicht hoe die man zo met dat ijs sjouwde. Hij moest hem daarna in drieen hakken om in de kist te passen. Dan gingen de drankjes, boter en vlees er in. Gedurende de week smolten die ijsstaven en op het eind zette je het kraantje open om het water af te voeren.

 

Advertenties

7 reacties to “Indische schetsen (1)”

  1. ik ruik nog steeds de kampong , de sate de trassie de rook
    Die lucht heb ik ook later in indie nooit meer geroken

  2. Prachtig verhaal. Ik word er blij van. Nee, nooit in Indië geweest, wel in de tropen aan de andere kant. Jammer.

  3. Es werd geleverd door de firma Petodjo voor de ijskist.
    Voor consumptie ijs had je ook nog in Bandoeng de BMC. Bandoengse Melk Centrale.
    Als je al meisje (noni) flink geschapen was dan kreeg je het stempel BMC opgedrukt.
    Langs de weg, maar meer met waterijs was dat van Baltic.
    Op school kwam op een dag zo’n verkoper langs en die riep luid Baltic.
    Was een klasgenoot, die aan een totok meester vroeg: “Nir, Nir wilt u ook een baltic?”
    Hij maakte daarbij een slintik gebaar. Een handeling die je verrichtte als vanaf de duim en middelvinger iemands oorlel en opduvel gaf.
    Die klasgenoot kon gelijk vertrekken en werd gestraft (was geen taakstraf om 100x iets overschrijven).

  4. Ocean King, dank voor al die extraatjes. Van Petodjo weet ik nu weer, maar de rest was mij onbekend. Dat waterijs hoef je nu niet meer te proberen, want je kunt daardoor van alles oplopen. Ook het woordje slintik kende ik niet, maar ik ken het gebaar wel. Dank hiervoor.
    Breinbrouwsel, tropen zijn tropen, klammig, schimmelig, onweer en stortregens, ongedierte en met een speciale stank, maar nooit koud. Dat zul je wel eens zijn met me.
    Henk Verhoef, het was juist die lucht die mij weer thuisbracht toen ik later naar Bali ging. Zo heeft ieder zijn herinnering, zijn herkenning.

    • sama-sama. (mangga-mangga = soendanees) m.a.w. geen dank of graag gedaan.

      Een andere vorm van kindermishandeling is de djitak. Met de (4) knokkels van de vingers (gebalde vuist) een dreun op je kop krijgen.

      Verander je de d in de t en voeg je een t toe dan krijg je dat beestje wat je boven al noemde. Waarvan het staartje zelf weer kon aangroeien.
      Zijn grote broer is de tokeh. Als deze 7 keer heeft geroepen (op Ambon) dan mag je een wens doen. Lange tijd was deze roep mijn ringtone voor een sms. (soedah makan sakit).

      Waterijs disana daar is onze darmflora niet meer op berekend. In het gunstigste geval is het hollen hollen naar de . . .. . want mèntjrèt.

      Overigens het toppunt van snelheid volgens Boeli op de lagere school als antwoord op de vraag van de meester (niet Mees Kees). Wie weet het toppunt van snelheid.
      1. Donder nir. Je ziet flits en dan geluid ister. 2. Listrik nir. Je beweegt lichtknop lich ister.3. Mèntjrèt nir. Je weet niet ister al (naar Tjalie Robinson).

      Ik hoop Carlo dit is niet teveel omong kosong (HO eg omgekeerde volgorde)

  5. Dank Ocean King voor deze uitleg. Weer wat bijgeleerd. De tokeh die 7 keer moet tokeh zeggen kende ik wel. We waren altijd aan het tellen. Maar meestal was het toch mooi weer. Sama-sama zeggen ze op Bali en op Java is het natuurlijk Soendanees. Maar mangga – mangga kende ik nog niet.
    Overigens is Omong Kosong van Hein Buitenweg een heerlijk boek met al even heerlijke illlustraties. Heb hier nog een “oud” boek van hem, druk uit 1957.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: