Indische schetsen (2)

WadjanEen wadjan is niets meer dan een wok of diepe ronde pan, tegenwoordig afgeplat op de bodem. Er valt niet veel over te vertellen, maar mijn wok heeft geschiedenis.

Mijn moeder kwam als 21-jarige jonge vrouw op de boot naar Indië en begon daar een eigen huishoudentje. Zij had al gauw een kokkie aangesteld, dat was niet moeilijk. Maar zelf moest zij wel haar eigen spullen zoals potten en pannen en ander keukengerei aanschaffen. Op de pasar kocht zij drie zware, zwarte gietijzeren wadjans. Als een nest pasten zij in elkaar, klein, middelmaat en groot. Ik weet niet of er andere pannen aan te pas gekomen zijn, zoals misschien een rijstkoker, maar in elk geval waren er die drie wadjans. Drie jaar later trouwde mijn moeder en maakten die wadjans deel uit van haar uitzet. Helaas heeft zij die in het begin van haar huwelijk niet kunnen gebruiken.

De Jap kwam en mijn vader werd gevangen genomen. Mam trok bij haar tante in voor de veiligheid en nam dus haar huishoudentje mee. Dus ook dedrie wadjans. De kokkie kwam ook mee, maar na ruim 10 maanden moesten ma en haar baby die inmiddels gearriveerd was, het kamp in, kokkie mocht niet mee. De wadjans kwamen wel mee. Veel zijn die niet gebruikt, misschien de kleinste, want veel eten kregen we niet. Het was bovendien heel moeilijk om een vuurtje te maken. Ik heb zo’n idee, dat de wadjans nog vrij nieuw waren toen we eindelijk uit het kamp kwamen, vader weer terug en een huisje konden bemachtigen met weer een kokkie. Deze drie wadjans maakten deel uit van het dagelijkse leven. Ze waren wat je noemt “seasoned”, goed gebruikt, ingevet, afgeveegd, gekruid, geoelekant en besodetted.

Na 17 jaar in Indië gewoond te hebben, heeft ma toch kans gezien deze wadjans mee naar Holland te nemen. Ze kwamen in een hutkoffer met wat andere spullen op de boot aan. Mijn moeder heeft toen pas leren koken, maar veel Indisch eten was er niet bij. “Te veel soesah zonder een kokkie”, zei ze dan. Die wadjans stonden vergeten ergens onder in een keukenkastje.

Totdat ik ze ontdekte. “Juist wat ik nodig heb, mam, mag ik die meenemen?” Ma was al lang blij van die “ondingen” af te zijn. Ik heb ze in het vliegtuig meegenomen naar Australië. Ze staan nu in mijn keukenkast en worden geregeld gebruikt, vooral de kleinste. Precies de goede maat om kleine kroepoekjes in olie in te bakken. Een beetje hannesen met het gewankel op het gastoestel, maar het gaat best. Een keer heb ik er een laten vallen. Een stuk bij de rand brak af. Manlief heeft het er weer aangelast, een beetje bijgevijld, en na invetten kon het weer gebruikt worden.

Die lieve zware gietijzeren zwarte wadjannetjes. Wat hebben die al veel meegemaakt. Geschiedenis of niet? Ik zal ze koesteren tot aan mijn dood.

Wat je al niet over doodgewone wadjannetjes kunt vertellen. Mijn herinnering aan de keuken in Indië.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

2 reacties to “Indische schetsen (2)”

  1. Lady A.
    De kleinere wadjans gebruikten mijn broer en ik wel eens als helm als wij “soldaatje” gingen spelen. Die tjopètten we dan achter de rug van kokkie uit de dapoer.

    Onlosmakelijk met de wadjan zijn verbonden de oelekan (stamper) en de tjobek.
    Viel het ontvreemden van de wadjans in het zicht van kokkie dan kwam in je vlucht (uit de dapoer) de oelekan achter je aan. Maar we verdachten kokkie er van ons met opzet niet te willen raken. Wij waren “per slot” – al hoewel vaak nakal – ook een beetje haar “anaks”. Regelmatig djongkokten we in de keuken en aten er met onze vingers (rode rijst) samen met de bedienden [de baboe tjoetji en de djongos] uit het zicht van “moeders”.

    Toen wij naar Holland gingen/moesten kregen zij van onze ouders een “gouden handdruk”, dat ging samen met aan hun en onze kant (moeders, broer en zuster)werkende traanklieren.
    Onze zoektocht naar hen na zovele jaren weer “diroemah” leverde helaas niets op.
    De kokkie en baboe tjoetji (pembantus nú) waren toen al op leeftijd. Soedah mati (meninggal/dood) De djongos is mogelijk aan “transmigrasi” onderworpen.

    Wat wij nu samen koesteren is het potje van mijn moeder waar je koffie extract in maakte (koffie zetten/grof gemalen/gestampt/met tussenpauze heet water toevoegen/drinken met opgeklopte soesoeh).
    In de wadjan wordt (door “mijn Ibu”) de nasi goreng (met trassi) gemaakt,
    Kortom: de wadjan is multifunctioneel. (Sambal gorengs o.a. tempeh basah of kering en kentang)

    Salam Manis.

  2. De wadjan heb ik heel oneerbiedig ooit verruild voor een wok. En dat omdat je een wadjan altijd bij de oren moet grijpen en een wok slechts in de arm hoeft te knijpen. De wok til je op en schud je, de wadjan blijft vaak stil staan op het vuurr. Toch heb ik zowel in de wadjan als in de wok de geurige papjes gemaakt die bij de sambal goreng telor hoort. Kroepoek bakte ik er nooit in vanwege de oedang. Voor mij dus de emping. Ook lekker over de gado gado. Wel bak ik de tahoe en tempeh in de wok. De laatste tot die heel knapperig is en goudbruin en voldoende pedis, zodat het je ziel verwarmt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: