Haegsche kronieken 9

Blote reetjesOnder het welluidende motto Voor de vergroening van ’s-Gravenhaege belde Jos Aars mij op wegens een gifgroen luchtballonnetje van zijn gade Annabel, die voornemens was met haar wufte damesfiliaal van de Rotaryclub een natuurtocht in Meijendel te houden en daarbij een notoire natuurgids nodig had. En omdat ik mijn faam als kenner van de natuur hoog te houden had, stemde ik er meteen mee in de schare perkamentrollen door het mulle zand van de Haegsche duinen te sleuren. Een heisa was het wel, dat met jarretels, step-ins en steunkousen bijeengebonden crème de la crème van het Haegje, opgetrommeld uit de wijken Duttendel, Veugelwijk, Staetenkwartier en het Beneurdenhout, door het doornrijke struweel van de duinen te voeren. Zeg maar, een soort trage versie van de Dakar-rally, met dien verstande dat de vehikels niet met jerrycans benzine maar met zakflacons jenever bij moesten tanken.

Voorafgaande aan de natuurtocht werd een thé complet met de pink omhoog in de theeschenkerij van Meijendel geserveerd, waarbij Annabel een korte speech van vijf kwartier hield, die ik succesvol wist te bekorten door een der dames een kruisspin in d’r directoire te stoppen zodat het beest de tocht der tochten maakte in haar ondoordringbaar geachte jungle.

De luide gil van juffrouw Hanneke Stampij, bij de insiders misschien beter bekend als de penningmeesteres van de Haegsche Stichting tot Bescherming van Veugels, deed het damesgezelschap van schrik en nadat alle lorgnetten, monocles en pince-nez’ uit de thee gevist waren, van de stoelzittingen verrijzen zodat de natuurtocht eindelijk van start kon gaan.

En het was binnen de eerste vijf minuten meteen al raak, want Helena Bagger van Drecken zag hoog aan de hemel een bijzondere veugel overgaan. Met haar kijker richtend zag ze tot haar geluk dat de naam van de veugel op de romp van de veugel geschreven stond.

“Het is een transavia,” riep ze verrukt uit, “Waarschijnlijk familie van de zilvermeeuw.”

En omdat ik dames van de betere stand niet graag tegenspreek omdat het resultaat daarvan ongeveer te vergelijken valt met een lam dat door een meute hyena’s omringd wordt, besloot ik in te stemmen met de transaviaveugel.

Nadat de dames met de grootst mogelijke inspanning een duintopje beklommen hadden, waarvan ze overigens door de nauwe samenwerking van de droogte en het mulle duinzand, weer even snel omlaag gleden, werd ons gezelschap getroffen door de aanblik van iets dat het midden hield tussen een grote veugel en een kleine tapir.

Maar omdat in de determinatiegids van de fauna van de duinen de tapir niet voorkwam, en het dier te groot was voor een veugel, begonnen de dames achter de oren en op andere plaatsen te krabbelen. En pas nadat alle verrekijkers uit de foedralen getrokken waren en het dier op ware merite beoordeeld kon worden, werd duidelijk dat daar geen veugel, en zeker geen tapir stond, maar een boswachter die een daad verrichtte die Haegsche dames doorgaans liever niet willen aanschouwen, maar zodra het zich voordoet, ook niet uit de weg gaan.

Omdat schunnig woordgebruik door de hoofdredacteur mij ten strengste verboden is, wil ik het daarom maar omschrijven als een boer die zaait, maar in onderhavig geval geen boer maar een boswachter bleek te zijn. En omdat de boswachter dat geheel in zijn eentje deed, stond het zeker vast dat er weliswaar wel gezaaid werd, maar dat er nimmer geoogst zou worden.

Dat het optische glaswerk van de verrekijkers zodanig beslagen raakte dat de dames met kanten zakdoekjes ze droog moesten wrijven om het slot van het schouwspel niet te hoeven missen, doet misschien geen recht aan het algemeen geaccepteerde beeld van de kuisheid der Haegsche dames, maar helaas kan ik hier geen andere mening schrijven dan waartoe mijn observatie mij noopt.

Nadat de dames met eau de cologne, vlugzout, een teug van de zakflacon jenever en een flinke trap onder de perkamenten kont, weer bij zinnen gekomen waren, konden we de natuurtocht voortzetten.

Weldra bereikten we de schuilhut, vanwaar we de avifauna zonder verstoring en onzichtbaar voor de veugels konden observeren. En om de veugelactiviteit ietwat aan te moedigen, stelde ik voor ze in hun eigen taal toe te spreken. Dus sloegen we onze veugelgidsen open waarin zowel zang als roep van onze gevleugelde veugelvrienden beschreven staan. We begonnen met de boomleeuwerik en ik stelde jonkvrouwe Helma Vanveuren tot Achteren voor de tekst hardop te declameren en te herhalen.

“Lulululululul, Lulululululul, Lulululululul,” stiette ze met een hoog veugelstemmetje uit. En ja hoor, weldra volgde er een reactie. Helaas niet van de boomleeuwerik zelf, maar van een paar fietsers en wandelaars die naar hun voorhoofd wezen, of met obscene gebaren of gebalde vuisten de jonkvrouwe de stuipen op het lijf joegen.

Nu was het dan ook meteen gedaan met de veugelpret en dus werd mij met bedeesde doch typisch van een door een gestoven eigenheimer op de huig voorziene stemklank gevraagd of er in de duinen ook reetjes te zien zijn. Nou, zeker zijn die te zien, dus gidste ik de sliert perkamentrollen over een zanderig pad richting kustwering.

Met de verrekijkers tegen de mascara gedrukt werd de horizon afgetuurd. En jazeker, daar werden de eerste reetjes reeds zichtbaar. Een kringetje blote reetjes stak als blonde duinen tijdens een yogaoefening in de lucht, want van naturisten is immers bekend dat ze altijd alles op alles zetten alle genitale infrastructuur volop zichtbaar aan de nieuwsgierige en minder nieuwsgierige medemens zichtbaar te maken. En voor mochten er nog twijfels gerezen zijn of alles wat gezien diende te worden ook daadwerkelijk gezien werd, ging de kudde blote reetjes ook nog een uitzinnige gymnasiade houden.

Voor de bijziende Dra, Antoinette Wrongel leidde het echter tot een hinderlijk misverstand, want zij vroeg me of ze daar wellicht de veugelnesten van aalscholvers zag, gezien de enorme takkenbossen die zo aan de rand van het blanke duin in de zilte wind aan het stinken waren.

Dat was dan ook meteen het aangewezen moment om de veugelexpeditie even te laten voor wat die niet was en de Filippijnse draagsters van de picknickmanden te gelasten de proviand op de lakens met smaakvol ruitjesdessin uit te stallen. Maar niet nadat het voltallige damesgezelschap zich even afgezonderd had voor een sanitaire stop tussen de duindoornstruiken.

Nu zegt het woord “duindoorn” al genoeg, en daar de dames nimmer als fakir getraind waren en dus ook geen weet hadden van het genoegen van een spijkerbed, raakte het voltallige gezelschap zo in paniek, dat ik ruimschoots de tijd kreeg me aan de mand met Laurent Perrier Rose te vergrijpen en me met twee flessen (76 euro per stuk) uit de voeten te maken om verslag te doen van deze mooie veugeldag. Waarvan akte.

Eerdere edities van de Haegsche kronieken zijn indien nog voorradig alhier te verkrijgen:

 

http://filantropius.wordpress.com/2013/09/15/haegsche-kronieken/

https://filantropius.wordpress.com/2013/09/29/haegsche-kronieken-2/

https://filantropius.wordpress.com/2013/10/05/haegsche-kronieken-3/

https://filantropius.wordpress.com/2013/10/20/haegsche-kronieken-4/

https://filantropius.wordpress.com/2013/12/10/haegsche-kronieken-5/

https://filantropius.wordpress.com/2014/01/02/haegsche-kronieken-6/

https://filantropius.wordpress.com/2014/02/27/haegsche-kronieken-7/

https://filantropius.wordpress.com/2014/03/16/haegsche-kronieken-8/

 

 

 

 

 

Advertenties

One Comment to “Haegsche kronieken 9”

  1. heerlijke satire….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: