Waarom mag Israël niet bestaan in het Midden-Oosten? De religieuze oorlog [Yvonne Caluwaerts]

arab-world

Op zondag 1 maart 2015 woonde ik de presentatie bij van het nieuwste boek van dr. Hans Jansen. Het boek draagt als titel: “Waarom mag Israël niet bestaan in het Midden-Oosten?” De presentatie werd uitstekend ingeleid door Benno Barnard en Yvonne Caluwaerts. Hieronder volgt de woordelijke inleiding van Yvonne Caluwaerts, morgen volgt deze van Benno Barnard.

Waarom mag Israël niet bestaan in het Midden-Oosten?

Beste Toehoorders,

Ik begin mijn betoog met een waarschuwing, omdat wat volgt voor velen onder U nieuw, maar ook onaangenaam kan overkomen. Al wat in het boek geschreven wordt, is geschiedkundig onderzocht. Alle verklaringen zijn authentiek en de auteurs van de uitspraken worden zelf aan het woord gelaten. De talrijke voetnoten in het boek getuigen van de wetenschappelijke aanpak van de auteur.

waarom1Dat het Joods Nationaal Tehuis (1917-1947) en de staat Israël (1948-heden) géén bestaansrecht hebben, is wijd verspreid in het hele Midden-Oosten.

Bernard Lewis (nestor van de wetenschap van het Midden-Oosten) zei enkele jaren geleden: “Geen enkele Moslim zal ooit definitief afstand doen van grondgebied dat ooit werd toegevoegd aan het Rijk van de Islam”.

Waarom?

De kern van het Israëlisch Palestijns conflict is dat het een religieus conflict is. Een politiek conflict kan opgelost worden door onderhandelingen op diplomatiek vlak (geven en nemen, en waar compromissen kunnen afgesloten worden), wat bij een religieus conflict niet mogelijk is. Een religieus conflict is in deze absoluut, alles of niets. Over religie kan niet onderhandeld worden.

Vanuit het oogpunt van de Arabische leiders komt een twee-staten oplossing neer op verraad tegenover Allah, de Koran, de Islamitische traditie, en de Hadith (d.i. de overlevering, de uitspraken van de Profeet).

Vermits het een religieus conflict is, is Israël niet het probleem en ook niet de oplossing, omdat een compromis onmogelijk is. Om dit goed te begrijpen is een historische terugblik op zijn plaats.

In 638 sloot Mohamed het eerste verdrag (dhimma genoemd) met de Joden van Khaymar in Medina. Mohamed zou bij de verovering van de stad hebben gezegd: “Het land behoort aan Allah en aan zijn gezondenen!” Na de dood van Mohamed werden op drie continenten (Azië, Afrika en Europa) veroveringsoorlogen gevoerd en werden gigantische gebieden geannexeerd, gearabiseerd, geïslamiseerd, ja, gekoloniseerd. De Islam was de grootste koloniale mogendheid uit de geschiedenis van de mensheid: We onderscheiden twee golven van kolonisaties door de Arabieren: een eerste golf van 640-750: alle landen rondom de Middellandse zee worden gekoloniseerd (Palestina in 638), een tweede golf van 1021-1689: de kolonisatie door de Turken.

Het is een politiek en Juridisch dogma, geworteld in de Islamitische traditie, dat het geannexeerde land mag worden onteigend, en dat de overwonnenen dhimmi’s worden van de overwinnaars. Het zijn immers rechten die Allah zelf aan de Moslims heeft geschonken. Talrijk zijn de juridische teksten die deze stelling adstrueren: Om een voorbeeld te geven: “Palestina wordt fay (oorlogsbuit) genoemd, omdat Allah dit land in 638 van de ongelovige Joden heeft afgenomen en aan de Moslims heeft gerestitueerd. In principe heeft Allah dit land geschapen, opdat de gelovigen Hem ermee zouden dienen. Welnu, de ongelovigen (de Joden), dienen Allah niet in Palestina, en daarom gaf hij het aan de gelovige Moslims (de Joden hebben eeuwenlang ten onrechte in Palestina gewoond !!)

Alle vier grote juridische scholen ( die van Hanafieten, de Mali-kieten, de Chafaieten en de Hanbalieten) werkten de bovenge-noemde uitlating van Mohamed (“het land behoort aan Allah en zijn gezondene“) uitvoerig verder uit. Zij ontwikkelden allemaal de these (het is bijna een dogma geworden!) van de onfeilbare umma, de wereldwijde moslimgemeenschap. Zij gaan daarbij uit van Koran 3,106 : “Gij zijt geworden de beste gemeente, die voortgebracht werd ten bate van de mensen, doordat gij aan¬spoort tot het behoorlijke en afweert van het verwerpelijke, en gij aan God gelooft”. Welnu, het is een communis opinio in moslimkringen in het Midden-Oosten geworden, dat de umma bijna als dogma heeft aangenomen, dat Palestina sinds 638 het onvervreemdbare eigendom is geworden van de wereldwijde moslimgemeenschap.

In dit verband citeert Andrew Bostom in zijn boek The mufti’s Islamic Jew Hatred naar een belangrijke fatwa, die regelmatig wordt geciteerd om duidelijk te maken dat Israël geen bestaans¬recht heeft en daarom van de kaart moet worden geveegd. De Groot mufti van Egypte, Sheikh Hassan Ma’moun, schreef op 5 januari 1956 in zijn fatwa onder meer: “Moslims kunnen op geen enkele manier vrede sluiten met die Joden die het gebied van Palestina onrechtmatig hebben ingepalmd en zijn bevolking en hun eigendommen hebben aangevallen, wat de Joden toelaat een staat op te richten in dat heilig Moslim territorium. Als de Joden een deel van Palestina hebben ingenomen en er hun niet Islamitische regering hebben geïnstalleerd en tevens uit dat landsdeel de meeste Moslim inwoners hebben geëvacueerd, dan is het voeren van de Jihad de plicht van elke moslim om het land terug te schenken aan hun volk. En als alle Islami¬ti¬sche landen de verblijfplaats uitmaken van iedere Moslim dan is de jihad een bevel voor zowel de Moslims die verblijven in het aangevallen territorium, als voor de moslims overal elders.

Andrew G. Bostom verwijst ook nog naar een fatwa, die enkele dagen later werd gepubliceerd, nl. op 9 januari 1956. Hij schrijft hierover het volgende: “De fatwa van 9 januari wordt onderte-kend door de leidinggevende leden van het Fatwa comité van de Al Azhar Universiteit (het soennitisch Vaticaan van de Islam) en de belangrijkste vertegenwoordigers van al de 4 soennitische scholen van de jurisprudentie. De rechterlijke uitspraken wijden uit over het volgende sleutelbeginsel: nl. dat het volledige Palestina – modern Jordanië, Israël en de betwiste gebieden van Judea en Samaria, alsook Gaza – door de Jihad veroverd, permanent bezit blijft van de globale umma (gemeenschap) -, “fay territory” — buit of opbrengst — en voor eeuwig door de islamitische wet historisch dient bestuurd te worden”.

Als het voeren van de jihad volgens de heilige teksten de ver-vulling op aarde is van de heilige wil van Allah, dan is zij de start van een onomkeerbaar proces van Arabisering en islami-sering van landen die door de islam werden gekoloniseerd, in concreto het land Palestina. Dit heeft tot gevolg dat elke om-keer¬baarheid van de jihad, zoals gebeurde in 1948 toen de staat Israël werd gesticht, het plegen van heiligschennis is, een vergrijp aan de heiligheid van Allah, en een krenking van de heilige wil van Allah. De verovering van Palestina, het thuisland van het Joodse volk, dat in 638 door de jihad een Arabische kolonie werd, veroordeelde het Joodse volk om voor altijd een natie zonder land te zijn. De nationale identiteit van het joodse volk werd radicaal uitgeroeid. Van het Joodse volk bleef slechts een getolereerde religie over.

Daarom zei Bernard Lewis (deskundige van de islam): “Geen enkele moslim zal ooit definitief afstand doen van grondgebied, dat ooit werd toegevoegd aan het rijk van de islam”.

Dhimmitude
Hoe leefden de Joden en ook de Christenen in de periode van 638 tot begin 20ste eeuw onder het moslimregime? Joden en Christenen leefden (religies van het Boek) als dhimmi’s.

Volgens de Islam is de wereld verdeeld in “het huis van de Islam” (dar al-Islam) en “het huis van de oorlog” (dar al-Harb). Daarnaast wordt een derde gebied vernoemd, een gebied van bestand.

Welnu, wat was de eeuwen door in het” huis van de Islam” de positie van de Joden? In principe hebben de Joden geen enkel recht. Zij leven en zijn eigenaar van goederen enkel en alleen bij de gratie van de moslims die in het gebied aan de macht zijn. De Joden verkrijgen alleen maar rechten, als ze zich vreedzaam onderwerpen aan de moslimse autoriteit in het land. Dan genieten zij de bescherming van de moslims. Joden zelf worden dhimmi’s genoemd. Verdragen regelen de openbare en privérechten van Joden. Het eerste recht dat de Joden ontvangen is het recht op leven. Voorwaarde is wel dat zij aan de moslimse autoriteit het hoofdgeld (jizya) betalen en zich aan haar gezag onderwerpen. Het betalen van het hoofdgeld is verplicht op straffe van arrestatie, gevangenisstraf, bekering, roof van kinderen of de dood. Het recht op leven is geen natuurlijk recht, maar een recht dat de Jood moet kopen door jaarlijks aan de moslimgemeenschap (de umma) belasting te betalen. De mos¬limautoriteit biedt van haar kant de Joden bescherming tegen aanvallen van buiten. Behalve het hoofdgeld dienen zij ook grondbelasting te betalen. In “het huis van de Islam” is het de Joden geoorloofd de godsdienst vrij te bepalen. In het boek zijn vele voorbeelden van discriminerende clausules opgenomen.

Wij kunnen zeggen dat de Joden in het algemeen werden getolereerd, maar het waren in feite tweederangsburgers in die zin dat hun rechten beperkt en bepaald werden door de meerderheid van de moslims. De Islam hield vast aan de bevoorrechte superioriteit van de ware gelovige.

Bovenstaand beeld van de machteloze Jood verandert sinds het opkomen van de zionistische beweging, de oprichting van Het Joods Nationaal Tehuis (1917) en vooral sinds het ontstaan van staat Israël.

De verschijning van de zionistische Jood in het Midden-Oosten, eind 19de, begin 20ste eeuw die als lid van het Joodse volk een staat wilde oprichten, en die geïnspireerd door een nationalistische ideologie die staat in 1948 ook uitriep, die vervolgens in de onafhankelijkheidsoorlog van 1947-48 een militaire overwinning behaalde op zijn eeuwenoude beschermheren en tolerante meesters (in ieder geval tolerant in vergelijking met de status van de Joden in het christelijk Europa!), deze gebeurtenissen konden bij de moslims in het Midden-Oosten alleen maar diepe gevoelens van wrok oproepen.

De Israëlische historicus Robert Wistrich schrijft: de moslims in het Midden-Oosten hebben het als een niet te verdragen krenking van hun trots ervaren, dat een volk van dhimmi’s, dat eeuwenlang aan de Islamitische autoriteit was onderworpen, er in slaagde in het hart van de Arabische wereld een soevereine staat op te richten. Daarom voerden de Arabische landen in 1948 de eerste heilige oorlog om de oprichting van de staat Israël te verhinderen. De krenking van hun gevoelens van trots werd nog versterkt omdat zij niet alleen deze oorlog verloren en vervolgens nog vier keer tegen de Israëli’s ten strijde trokken, maar ook omdat als gevolg van deze oorlogen de staat Israël nog meer gebieden van Palestina kon annexeren.

De onverwachte metamorfose van de verachtelijke, machteloze, vernederde en onderworpen Jood in een zionist die militaire overwinningen behaalt en daarom als een bedreiging voor de samenleving van de moslims wordt ervaren, heeft een theologische, sociologische, economische en politieke breuk in de eeuwenoude traditie van de Islam veroorzaakt die niet kan worden getolereerd. Door het plotseling binnendringen van de zionistische Jood wordt de hiërarchie van betrekkingen tussen moslims en Joden in het Midden-Oosten omver geworpen. Omdat de onderworpen status van de Joden is verdwenen, worden de zionisten ervan beschuldigd dat zij de door God zelf gewilde orde hebben geschonden.

Namelijk dat het land behoort aan Allah en zijn gezondenen (uitspraak van Mohamed in 638!) we zijn dan in de 20ste eeuw! Er is daarom maar één oplossing die acceptabel is: de Joden moeten hun oude en traditionele dhimmi status ( van bescher-ming en vernedering ) weer opnemen.

Hoe reageerden de Islamitische machthebbers en geleerden op de opkomst van de zionistische beweging, de oprichting van het Joods Nationaal Tehuis in 1917 en de stichting van de staat Israël in 1948?

Toen Ahmadinejad in 2005 en de daaropvolgende jaren tot 2012 , propageerde dat Israël geen bestaansrecht heeft en daarom van de kaart moet worden geveegd, was deze visie van de Iraanse president in het hele Midden-Oosten al sinds 1937 wijd verspreid. Ook al bestond Israël toen nog niet, toch werd in Palestina in 1917 door de Balfour Declaration het Joods Nationaal Tehuis opgericht, dat in bepaalde kringen in Londen en vooral in landen van het Midden-Oosten al als een kleine staat werd gezien. In verscheidene Arabische landen werd openlijk uitgesproken dat het Joods Nationaal Tehuis in ieder geval het begin was van een Joodse staat in een overwegend Arabisch land. Vooraanstaande politici in Palestina, Egypte, Syrië en Libanon waren er diep van overtuigd, dat het Joods Nationaal Tehuis beslist geen recht kon claimen om te bestaan en daar¬om onvoorwaardelijk moest worden vernietigd.

Hajj Amin Al-Husseini, een uitgesproken joden hater en groot Mufti van Jerusalem, was een felle tegenstander van het besluit van de Peel commissie (1937) van de Britse regering in Londen om Palestina te delen in twee staten: een kleine staat voor de Joden en een grote staat voor de Palestijnen. boek stop.

In 1937 slaagde Al-Husseini er in om zo een groot aantal lan-den uit de Arabische wereld samen te roepen op een congres om de deling grondig aan de orde te stellen. Het besluit werd genomen om in het Grand Hotel te Bludan in Syrië een Pan-Arabisch congres te houden op 8, 9 en 10 september 1937 voor maar liefst 500 afgevaardigden.

In het memorandum (evaluatie van het congres) werden door alle aanwezige politici in hotel Bludan op 10 september 1937 unaniem de volgende resoluties aangenomen:

1. Het delen van Palestina in twee staten is in strijd met de rechten van de Arabieren, omdat zij eigenaar zijn van het hele land.
2. Palestina is een deel van het Arabisch Islamitisch territorium.
3. Palestina is een heilig deel van het hele Islamitisch territorium.
4. Palestina is één volledige entiteit waaraan niets ontbreekt en waarvan de Arabieren eigenaar zijn.
5. Elk deel van Palestina is het eigendom van de grote Arabi-sche Natie.
6. Palestina is het onvervreemdbare eigendom van het Grote Arabische Nationale Tehuis
7. Het Palestijnse probleem in het land gaat de hele Islamiti-sche Natie aan. Het is de plicht van alle Arabieren en moslims om overal in de wereld te strijden als één man voor de vrijheid en de eenheid van Palestina, om te voorkomen dat er een Joodse staat komt die het hele Midden-Oosten verovert en overal Arabieren zal uitbuiten.
8. De hele Arabische Natie wordt dringend verzocht om tegen het Joods Nationaal Tehuis de heilige oorlog (Jihad) te voeren.

Deze visie is nog zo actueel als de dag van vandaag omdat ze van de ene generatie op de andere is overgegaan.

Vanaf de oprichting van de staat Israël is het zoeken naar vrede een permanent onderdeel van de politiek van ieder Israëlisch kabinet. De politiek van de Arabische staten was lijnrecht tegen¬overgesteld aan die van Israël: zij verzoenden zich niet met het bestaan van Israël en weigerden Israël te erkennen; zij gaven hun doel van Israël te vernietigen niet op (zie eerste, (de onaf¬han¬kelijks oorlog in 1948), tweede (de zesdaagse oorlog in 1967) en derde (de Yom Kipour oorlog in 1973) vernietigings¬oorlog van de Arabische landen tegen Israël ) zelfs al gaven ze bij gelegenheid toe, dat het niet in hun macht lag dit te realiseren; zij volgden op militair vlak een politiek van versterking van het militaire potentieel om hun streven naar de vernietiging van Israël te kunnen uitvoeren; zij probeerden op politiek vlak Israël binnen de familie der volkeren in een isolement te manoeuvreren en op economisch vlak volgden zij een politiek van boycot tegen Israël; op propagandistisch vlak volgden ze een systematische politiek van het kweken van haat en vijandschap tegen Israël, het verdraaien van Israëls’ imago door middel van antisemitische stereotiepen (en hier zijn ze spijtig genoeg wonderwel in geslaagd!) en door de jonge generatie op te voeden tot een strijd waarvan het doel is Israël te vernietigen. Aan de grenzen volgden zij een politiek van uitputting door middel van terroristische daden met de bedoeling het normale leven in Israël te ontwrichten.

Tussen 1957 en 1967 verslapte niet één ogenblik het proces van Arabische vijandigheid en haat. Geen wonder dat op de topconferentie van de Arabische leiders, die in augustus 1967 in Khartoem werd gehouden, uit de mond van alle Arabische politici de berucht geworden vier neens klonken die bijna als dogma’s in de notulen van de topconferentie werden vastgelegd:

Geen vrede met Israël

Geen onderhandelingen met Israël

Geen erkenning van de staat Israël

Hameren op de rechten van het Palestijnse volk op hun eigen land, nl. heel Palestina.

Ook het Handvest van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), dat dateert uit 1968, zegt tot op heden luce clarius, dat Israël geen bestaansrecht heeft en daarom moet worden ver-nietigd. De historicus Benny Morris heeft ondubbelzinnig en helder bewezen dat deze grondwet van de PLO nooit is ingetrokken of geamendeerd. “De PLO heeft aan haar politieke programma geen jota veranderd. De PLO gaat in fasen tewerk. Als Allah het wil zullen wij hen uit heel Palestina verdrijven”. De PA/PLO-leiders volharden in hun weigering om het Joodse karakter van Israël te aanvaarden.

In het BOEK kunt U de belangrijkste resoluties van het Handvest lezen, waarop Mammoud Abbas met een verwijzing naar de PA zich voortdurend beroept, als hij Arabisch spreekt. Laten we niet vergeten dat Abbas door het Westen beschouwd wordt als een gematigde, voor rede vatbare politicus; onlangs werd hij nog met alle egards door onze koning Filip ontvangen.

Het loont de moeite al deze artikelen eens grondig te lezen; hier komt als in een refrein telkens de bewering terug dat Israël geen bestaansrecht heeft en dient te worden vernietigd. Ikzelf werd bijzonder getroffen door artikel 29, dat ik toch niet kan na-laten voor u te citeren:

Artikel 29: Het Palestijnse volk bezit het fundamentele en onvervalste wettelijk recht zijn geboorteland te bevrijden en weer in bezit te nemen.

Ook voor de Islamitische wetenschappers die in 1968 bijna een maand aan de universiteit te Caïro de vierde conferentie van de Academy of Islamitic Research hielden, is vrede met de staat Israël, of een compromis in één of andere vorm, ondenkbaar. In ieder geval zouden zij zonder uitzondering iedere concessie alleen maar kunnen interpreteren als een stap in de richting van de uiteindelijke oplossing: de ontbinding van de staat Israël, de teruggave van Palestina aan zijn rechtmatige eigenaars, de Palestijnse moslims, en het vertrek van de indringers, de Joden. De driedelige notulen van deze vierde conferentie laten hierover nergens misverstanden bestaan.

Tijdens deze conferentie waren geen leden van Hamas, Hezbollah, de Islamitische Jihad, de Al Aqsa martelaren brigades van Al-Fatah aan het woord, maar “la fine fleur” van de wetenschappers en geestelijke leiders van alle Arabische landen. Twintig jaar later zijn de honderden opvattingen van de Islamitische wetenschappers (filosofen en theologen) met betrekking tot de staat Israël, niet veranderd. Op 21 september 2001 voorspelde Mohamed Ibrahim al-Madhi in een preek in een moskee, dat “de oorlog in het Midden-Oosten tussen moslims en Joden op het punt staat te escaleren: wij zullen Jeruzalem als veroveraars binnentrekken en de Joden verbannen….. we zullen een Islamitisch kalifaat oprichten met Jeruzalem als hoofdstad.”

Wat het vredesproces ook helemaal niet vooruit helpt zijn de schoolboeken van de PA, waarin helder en nadrukkelijk geformuleerd wordt: Israël en de Joden zijn de aartsvijanden van de Palestijnen, van alle Arabieren, van de Islam en daarom van de hele mensheid. Jihad betekent volgens de uitleg die overal in de onderzochte schoolboeken van de PA, ook in die van Egypte, Syrië, Libanon, Jordanië, Iran en Saoedi-Arabië, wordt gegeven, dat elke moslim bereid moet zijn om te doden en gedood te worden, lijf en leden alsook zijn eigen bezittingen te offeren voor de zaak van Allah, in het diepe bewustzijn dat iedereen die in deze strijd voor de Islam sneuvelt, in het Paradijs zal worden beloond.

In het hele onderwijsmateriaal van de PA is nog altijd geen kaart te vinden, waarop Israël als natie is aangegeven. Ook na 2010 leren miljoenen Palestijnse kinderen en jongeren op school dat zij leven in een wereld zonder Israël. Maar ook alle kaarten die hangen aan de muren van Palestijnse kantoren en bureaus, alle officiële websites van de PA en alle TV programma’s laten ook Palestina zien zonder Israël, ondanks de mooie beloften die Mammoud Abbas een jaar eerder op 9 mei 2009 gemaakt had tegenover de Amerikaanse onderhandelaar George Mitchell om een eind te maken aan de haatcampagne tegenover Israël.

De religieuze oorlog

Volgens Itamar Marcus en Barbara Crook die een rapport opstelden getiteld “PA still inciting hatred” blijft de PA maar zeggen en schrijven dat het bestaan van Israël niet wettig is, dat er geen sprake is van een territoriaal conflict, maar dat de Palestijnen een RELIGIEUZE oorlog voeren voor Allah om Israël te vernietigen en, dat de PA op alle mogelijke manieren haat promoot door demonisatie, laster en smadelijke aantij-gingen en dat zij terreur en geweld verheerlijkt. Het rapport dat ook aan de Amerikaanse regering en het congres werd aange-boden bewijst ook, dat Palestijnse TV programma’s blijven zeggen, dat Israëlische steden zoals Jaffa en Haïfa, Palestijnse steden zijn en dat het territorium waarop de staat Israël is gesticht, het thuisland van de Palestijnen is, dat in 1948 werd bezet. Politieke en geestelijke leiders interpreteren het conflict tussen beide volkeren als een ribat, dwz. als een godsdienstoorlog.

Moslims zijn diep geschokt in hun religieuze overtuiging. Ze raken gefrustreerd en getraumatiseerd. Hier ligt ook de diep¬ste verklaring voor het feit dat, in Egypte en Jordanië na het vredesverdrag met Israël de haatcampagne tegen de staat Israël niet afnam maar escaleerde, dat de Palestijnen nooit met een vredesinitiatief zijn gekomen, dat alle initiatieven van Israël, de Verenigde Staten, de Verenigde Naties en de Europese Unie en Rusland (de Oslo akkoorden, de Road Map en het Genève akkoord) om een vredesproces in gang te zetten, op niets zijn uitgelopen, dat in de afgelopen maanden oktober en november 2014 álle ministers van de Hamas regering voor de zoveelste keer sinds maart 2006 in hun toespraken als een refrein lieten horen dat hun regering Israël nooit zal erkennen en dat tenslotte president Mahmoed Abbas van de ministers van het te formeren eenheidskabinet van technocraten niet zal vragen dat ze de staat Israël erkennen.

Ook de Imams dragen niet echt bij tot een vreedzame oplossing.

De Israëlische journaliste Amira Hass, die vele jaren het dagelijkse leven van de Palestijnen heeft gedeeld, schrijft over de immense invloed die de Imams met hun wekelijkse preken op de bevolking uitoefenen. Als de inhoud van de preken en ar-tikelen vergeleken worden met de eerder genoemde notulen van de Islamconferentie van 1968 te Cairo, dan lezen we op-nieuw dat de staat Israël geen bestaansrecht heeft en daarom onvoorwaardelijk van de aardbodem moet verdwijnen. Ook komt Esti Vebman, expert geschiedenis van het antisemitisme in het Midden-Oosten aan de Universiteit van Tel-Aviv tot de conclusie dat het buitengewoon verontrustend is, dat zo een ongelofelijk wijde kring van wetenschappers in heel het Midden-Oosten de diepste overtuiging koestert dat Israël geen bestaansrecht heeft: elk spoor van zijn existentie zal onherroepelijk moeten worden uitgewist. Zij komt tot de conclusie dat er na de Oslo akkoorden bij de moslims in het Midden-Oosten geen enkele verandering in de beeldvorming van de Joden is opgetreden.

En om te besluiten: De huidige Palestijnse Groot Mufti van Jeruzalem, Mohamed Hussein, deed op 12 januari 2012 , in de moskee een oproep om alle Joden waar ze zich ook maar bevinden te vermoorden. Hij citeert letterlijk een centraal motief uit de moslim escatologie – zoals beschreven in de Hadith – nl. dat de vernietiging van de Joden noodzakelijk is om het begin van de messiaanse tijden te laten aanbreken. Over deze recente toespraak van de Groot Mufti, de belangrijkste Palestijnse moslimgeestelijke, zei de huidige Israëlische eerste Minister op 27 januari 2012: “in plaats van te pleiten voor vrede en verzoening roept de Mufti op om de Joden, waar ze ook zijn in Israël of elders, te vermoorden.

Toch hoor ik geen enkele veroordeling van moslims in landen van het Midden-Oosten of van Europa, over de weerzinwekkende uitspraak van de Mufti om alle Joden te vernietigen. De Mufti wil genocide plegen maar overal wordt door westerse politici en de media hierover hartverscheurend gezwegen. En dan komt de vraag op: hebben we in de afgelopen jaren de lessen van de Holocaust wel geleerd? Nemen we deze uitlatingen van de beroemde geestelijke leider in Jeruzalem over de vernietiging van de Joden wel serieus? Of willen we, net zoals veel eerdere generaties, de omvang van het gevaar dat op ons afkomt gewoon niet zien?

Mogen we uiteindelijk de vraag stellen?

Is er in de toekomst nog hoop op een vredevolle oplossing?

In september 2007 zei de Franse filosoof Bernard-Henry Levy, dè grote pleitbezorger in onze wereld van vrijheid en menselijke waardigheid, in Amsterdam :

“de Islamitische wereld heeft een aggiornamento nodig, een omwenteling en het is waar dat die omwenteling er alleen komt als de Islamitische teksten werkelijk kritisch worden gelezen, als dogma’s ter discussie worden gesteld. Dit is de kern van het probleem: of de Koran blijft onaantastbaar en we koersen af op een catastrofe; of we accepteren het idee dat een tekst alleen leeft bij de gratie van het commentaar, door constante herziening. Pas dan zal een nieuwe tijd voor de Islam aanbreken. Zo is het ook gegaan met de Joodse Wet en het Evangelie.

In dit verband kunnen we de uitspraak van de moslimgeleerde Salim Mansour vermelden die hij deed op 24 juni 2014. Hij zei het volgende:

In de moslimwereld is er een verbijsterende af-wezigheid van wat het betekent “een volk van het boek” te zijn, van een cultuur die vooruitgang boekt door kritiek en zelfonder-zoek. De Koran werd door de Moslims aanbeden in plaats van gelezen te worden, onderzocht te worden, overdacht, in zijn context geplaatst en openlijk besproken te worden, met begrip voor de wetenschap dat Gods woord oneindig in betekenis is. We moeten de teksten altijd in de context plaatsen en in het openbaar een debat voeren in de diepste overtuiging dat Gods Woord oneindig is.

Verder volgens Mansour:

In de Koran 31:27 staat: “En al ware het dat al het geboomte op aarde uit schrijfrieten bestond en dat de zee met 7 zeeën van inkt werd verrijkt, dan zouden de woorden Gods nog niet zijn uitgeput. God is geweldig en wijs”. Dit vers betekent dat geen enkele moslim kan claimen dat hij het monopolie heeft over het lezen van de Koran, want dan zou hij de majesteit van God reduceren tot de kleinheid van de mens. Voor een aanzienlijk aantal moslims is de Koran helaas een wapen geworden om mensen te doden, te verminken, te vernietigen en in slavernij te brengen. Op deze wijze maken zij “de cultuur van het Boek” onmogelijk en verdwijnt de cultuur van de Verlichting. Dergelijke moslims hebben Gods Woord verandert in een cultus van de dood.

Ik dank U voor uw aandacht.

door Yvonne Caluwaerts

 

Met dank aan Brabosh.

Advertenties
Tags: ,

2 reacties to “Waarom mag Israël niet bestaan in het Midden-Oosten? De religieuze oorlog [Yvonne Caluwaerts]”

  1. Om een lang verhaal kort te maken, de Joden zouden deze z.g. Palestijnen net zo goed eens een koekje van eigen deeg kunnen geven. Immers, juist zij zijn het die dit gebied eeuwenlang bevolkt hebben. Na vele veldslagen en een zeer heldhaftige strijd tegen de Romeinen moesten zij uiteindelijk het onderspit delven (diaspora). http://nl.wikipedia.org/wiki/Joodse_Oorlog Enne.., wat eens Joods gebied was moet Joods gebied blijven, toch? Dus: “afschieten die dolle honden”. Dat je deze houding in Israël niet overheersend aantreft, heeft enerzijds te maken met beschaving, maar anderzijds ook met de opstelling van de VS. De VS hanteert een zeer bedenkelijke verdeel en heerspolitiek met vele slachtoffers tot gevolg. Onder andere in Irak, Syrië of Libië en het geworstel met de nucleaire ambities van Iran of de bemoeienis met de interne zaken van Rusland etc., etc… Dus ja, erg blij wordt ik niet van dit verhaal. Het geeft uiteindelijk slechts aan waar de loyaliteit ligt, en dat is bijna wereldwijd bij de Moslims.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: