Partijdige berichtgeving in Vlaamse pers omtrent Israël’s militaire optreden

idf-womanVrouwelijke Israëlische soldaten in de Negev woestijn, Zuid-Israël [beeldbron]

Op 04/05/2015 stelde Ine Roox in De Standaard dat Israëlische soldaten tijdens de militaire campagne Protective Edge “moesten vuren op al wie opdook” Zij baseerde haar artikel op een rapport van de Israëlische ngo Breaking the Silence. Die verzamelde 60 anonieme getuigenissen van Israëlische soldaten die in Gaza actief waren. Op de redactie van De Morgen moeten ze het gevoel gehad hebben dat dit nog beter kon. De volgende dag werd maar liefst een kwart van deze krant gewijd aan de “hiërarchie van levens volgens Israël”.

Volgens Ron Zaidel, de ceo van Breaking the Silence, opteert het Israëlisch leger sinds 2005 voor een “hiërarchie van levens”. Eerst komen de levens van de Israëlische burgers, dan die van de eigen soldaten, daarna de levens van vijandige burgers en als laatste die van de vijandige soldaten. Met deze beschuldiging vulde De Morgen op 05/05/2015 haar volledige voorpagina. Op de achterkant van de krant mocht Zaidel uitleggen “hoe het Israëlische leger tegenwoordig oorlog voert”. Enkele getuigenissen van Breaking the Silence vulden de dubbele middenpagina van de krant. De grote titel over de dubbele bladspiegel luidde: “Iemand neerschieten in Gaza is cool”.

De anonieme getuigenissen zijn gegroepeerd rond een foto van een Israëlische tank, met als titel “Strijders of burgers, voor Israël is er geen verschil meer.” Een foto van de begrafenis van “de kleine Mohammed Mnasrah, die samen met zijn ouders en broer gedood werd bij een luchtaanval” deed de emotionele lading nog toenemen. Het rapport van Breaking the Silence vulde niet minder dan vier volledige pagina’s en besloeg daarmee een vierde van het aangeboden algemene nieuws. Nergens was er een kritische noot te bespeuren of werden de concrete omstandigheden op het terrein verduidelijkt.

Wie De Morgen op die dag ook maar ergens zag liggen, in het rek van de krantenwinkel of op tafel, kon niet naast de beschuldiging aan het adres van Israël kijken. Wie de krant opensloeg, kreeg de boodschap in het gezicht geworpen. Hier werd een duidelijke mediastrategie gevolgd: de eenzijdige boodschap móest en zou opvallen.

Pas de volgende dag vroeg de krant de mening van een deskundige, Luc De Vos, oud-hoogleraar krijgsgeschiedenis aan de Koninklijke Militaire School. De Vos nuanceerde de beschuldiging: “Dat het eigen leger primeert op vijandige burgers is misschien verkeerd, maar het is wel van alle tijden. Voorbeelden genoeg: de veldslagen in Stalingrad en Berlijn tijdens de tweede wereldoorlog, de Vietnamoorlogen. Zeker conflicten in dichtbevolkt gebied zijn moordend voor een burgerbevolking. Dat lees je ook in de getuigenissen van deze Israëlische soldaten. Door de angst en het constante gevaar wordt er vaak geschoten zonder nadenken.”

Concrete omstandigheden
Uit de getuigenissen blijkt in elk geval dat de Israëlische soldaten in een angstaanjagende en verwarrende omgeving moesten optreden. De getuigenis van een militair uit het zuidelijk legercommando Gaza illustreert dit. Die soldaat vertelt dat twee mensen neergeschoten werden omdat ze leken te komen uit een huis waarvan vast stond dat er schutters waren. Later bleek dat er naast het huis een voetpad was dat moeilijk zichtbaar was door de vegetatie.

Het rapport heeft evenwel geen oog voor deze gevaarlijke context. In Gaza kwamen de Israëlische soldaten ook geregeld oog in oog met vijandelijke milities die op sommige plaatsen hevig weerstand boden. Tegen alle internationale regels in waren die jihadisten vaak niet herkenbaar als strijder, want niet in uniform. Islamitische Jihad lanceerde zijn raketten op Israël bij voorkeur vanuit dichtbevolkte woonwijken. Moskeeën en scholen werden gebruikt als wapenopslagplaatsen. Het hoofdkwartier van de Hamas militie was een kamer in het WAFA hospitaal.

Eén van de doelstellingen van Protective Edge was de vernietiging van de talrijke aanvalstunnels. De toegang tot die tunnels lag vaak in particuliere woningen. Bovenop deze moeilijke omstandigheden was er binnen het IDF de zeer verspreide en reële angst dat opnieuw troepen door jihadisten gekidnapt konden worden, zoals voorheen gebeurde met Gilad Shalit.

Daarnaast gaven de Israëli’s de bewoners van de belaagde gebieden de kans om te vertrekken. Soms werden de burgers per SMS verwittigd van een geplande aanval of werden er vanuit een vliegtuig pamfletten uitgestrooid. Hamasleiders deden er dan van hun kant alles aan om de burgers ter plaatse te houden.

Voor de soldaat in de tank of de infanterist op straat is het niet simpel om een actie ten volle te begrijpen. Het is soms maar een schakel in een groter geheel, waar hij wellicht geen informatie over heeft. Een kritische afweging maken over de zin of onzin van een militair bevel is dan ook niet mogelijk zonder de strategie van de legerleiding mee in ogenschouw te nemen.

Beide kranten merken op dat het aantal burgerslachtoffers in Gaza hoog was. De aangerichte schade was er aanzienlijk. Het bevel om te schieten was laks. Deze vaststellingen krijgen maar zin als ze vergeleken worden met vergelijkbare situaties in andere landen. Professionele journalisten zouden de gegevens van het rapport op die manier moeten duiden. Vergeleken met oorlogen in Irak, Afghanisten, Tsjetsjenië, Vietnam enz. zie je dat Israël het in dit conflict zelfs proportioneel beter doet! Maar nergens staat dit ergens vermeld in het rapport.

Ron Zaidel beweert dat het Israëlische leger in 2005 de gedragscode voor soldaten in Gaza wijzigde. Over Israëls optreden in Gaza is onlangs een wetenschappelijke studie verschenen. Auteurs hiervan zijn Michael Schmitt en John Merriam. Michael Schmitt bekleedt als professor internationaal recht de Charles H. Stockton-stoel in het U.S. War College. John Merriam is advocaat en rechter in het Amerikaanse leger.

Hun onderzoek naar de rules of engagement binnen het IDF (Israëli Defence Force) wees uit dat die vergelijkbaar zijn met de richtlijnen binnen het Amerikaanse leger. Het wettelijk kader dat het IDF voor zijn operaties hanteert, valt binnen de normen die in het Westen gebruikelijk zijn. De auteurs stelden bovendien vast dat het lOF omkaderd is door goed opgeleide juridische raadgevers en dat er een efficiënt toezichtsorgaan actief is.

Mochten de journalisten van De Morgen en De Standaard naar een evenwichtige reportage gestreefd hebben, dan hadden ze ook dat rapport moeten raadplegen.

De ethiek van Breaking the Silence
Breaking the Silence werd in 2004 in het leven geroepen door oudgedienden van de tweede intifada. De organisatie vindt dat het Israëlische leger niet ethisch genoeg is in zijn optreden. Maar hoe ethisch is de ngo zelf in haar handelen? Alle getuigenissen vanBreaking the Silence zijn anoniem. Daardoor zijn ze niet te verifiëren en niet erg waardevol.

In het 273 pagina’s tellende rapport over de oorlog in Gaza wordt met geen woord gerept over de moord op de drie Joodse tieners in Hebron noch over onophoudelijke rakettenregen vanuit Gaza op Zuid-Israël. Objectiviteit staat alvast niet hoog in het vaandel van de organisatie geschreven.

Zelfs Ha’aretz, Israëls internationaal meest gewaardeerde krant, heeft bedenkingen bij de ngo. Hoewel Amos Harel er niet aan twijfelt dat de getuigenissen reëel zijn, vindt hij dat Breaking the Silence niet als een mensenrechtenorganisatie kan beschouwd worden.

Iedere organisatie die er (volgens haar website) naar streeft om “de corruptie bloot te leggen waarvan het militaire systeem doordrongen is” is alles behalve een neutrale observator. Het IDF is zoals alle legers in democratische landen een instelling van de staat. Het is in geen geval het politieke beslissingscentrum. Mocht het doel van Breaking the Silence zich beperken tot controle op de handel en wandel van het leger, dan was er geen enkel probleem. De organisatie verzamelt haar bewijsmateriaal maar weigert deze gegevens voor nader onderzoek door te spelen aan het Military Advocate General Corps. Daardoor verhindert de organisatie dat de onregelmatigheden opgespoord en gecorrigeerd kunnen worden. Dat roept ernstige vragen op over de werkelijke motieven van de ngo.

Breaking the Silence beweert ook dat het haar opdracht is de Israëlische samenleving in te lichten over de activiteiten van haar leger. In werkelijkheid richt de organisatie haar werking bijna uitsluitend op lobbywerk en mediacampagnes in Europa en de VS.

Zo neemt de organisatie begin juni deel aan en evenement dat in Zwitserland georganiseerd wordt door groeperingen die actie voeren voor de boycot van Israël.Breaking the Silence wordt dan ook rijkelijk gesponsord vanuit het buitenland. Liefst 45% van haar budget komt van landen binnen de Europese Unie. Daarnaast kreegBreaking the Silence zelfs € 300.000 van een Arabische organisatie in Ramallah. Maar ook Oxfam, UNICEF en het Belgische Broederlijk Delen kunnen gulle sponsors genoemd worden.

Sommige ngo’s zouden Breaking the Silence zelfs betaald hebben voor het leveren van anti-Israëlische getuigenissen over het conflict in Gaza. In dit geval wordt Oxfam genoemd en ICCO (een Nederlandse protestantse organisatie). Zij zouden € 42.000 op tafel gelegd hebben voor de publicatie. Opmerkelijk is dat ook Broederlijk Delen in het nieuwe rapport uitdrukkelijk bedankt wordt.

Hiërarchie van Palestijnse levens
Het blijft opmerkelijk hoe volhardend de Westerse media zijn in hun inzet voor de Palestijnen, ten minste indien die het slachtoffer van Israël zijn. Khaled Abu Toameh is een internationaal gerenommeerde Israëlisch-Arabische journalist die woont en werkt in Jeruzalem. In een opiniestuk voor het Amerikaanse Gatestone Institute illustreert hij de hiërarchie binnen de Palestijnen aan de hand van twee tragische feiten. Het eerste is het verhaal van Mahmoud Abu Jheisha.

Deze Palestijn werd in Hebron doodgeschoten door een Israëlische soldaat toen hij met een mes op de soldaat kwam afgestormd en hem daarbij zwaar verwondde. Dit wekte de belangstelling van vele Westerse media. Die stuurden journalisten en fotografen naar de stad om hierover te berichten. Op dezelfde dag dat Abu Jheisha begraven werd, stierf een Palestijnse vrouw in Syrië door gebrek aan voedsel en medicijnen. De vrouw werd geïdentificeerd als Amneh Hussein Omari. Ze had in het vluchtelingenkamp Jarmoek in de buurt van Damascus gewoond. Dat kamp wordt inmiddels al 670 dagen lang door het Syrische leger belegerd. Met haar dood stijgt het aantal Palestijnse vluchtelingen dat als gevolg van gebrek aan medicijnen en voedsel sterft naar 176.

Dat lees je noch in De Morgen, noch in De Standaard. Ook voor hen is er een duidelijke hiërarchie in (Palestijnse) levens. Uiteindelijk wordt het antisemitisme bij ons aangewakkerd door dergelijke eenzijdige focus van de media. Je zou voor minder anti-Israël worden als je nieuwsbron enkele van deze kranten zou komen.

door Lieve Schacht


Bron: Joods Actueel Magazine; nr. 100; juni 2015; blz. 36 t/m 38

Advertenties
Tags:

2 reacties to “Partijdige berichtgeving in Vlaamse pers omtrent Israël’s militaire optreden”

  1. Israël-hater Monique Samuel wordt man. Nou, daar zullen de Gazanen blij mee zijn, want wat in Israël wel kan, zullen de heren van Hamas niet slikken:

    http://www.joop.nl/media/detail/artikel/32499_schrijfster_monique_samuel_wordt_schrijver_mounir_samuel/

  2. De VARA roept terwijl op dit moment moslims talloze brandhaarden en moordpartijen in de wereld arrangeren de Joden weer op het matje:

    http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/32502_israel_roept_nederland_op_het_matje_niet_andersom/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: