Archive for ‘ingezonden’

januari 26, 2016

‘Mensenrechten’ organisatie laat Palestijnen executeren

018-Collaborateurs

Een in 1992 gelynchte ‘collaborateur’.

 Persbericht van Likoed Nederland, 24 januari 2016.

Recent is gebleken dat de extreem-linkse Israëlische organisatie B’tselem Palestijnen aangeeft die zaken doen met Joden – en zo hun executie bewerkstelligt.

Op sommige vormen van zaken doen met Joden staat namelijk de doodstraf in autonoom Palestijns gebied – onder de regering van de Palestijnse Autoriteit. Denk hierbij aan het verkopen van grond of huizen aan Joden.

B’tselem gaf jarenlang deze Palestijnen aan terwijl de organisatie wist dat die Palestijnen vervolgens intensief gemarteld en gedood zouden worden.

De betrokken medewerkers hebben dit toegegeven op recent in het geheim opgenomen videobeelden.
Zij bleken daar zelfs trots op te zijn.

De laatste jaren worden die doodstraffen – vanwege internationale kritiek – niet meer officieel voltrokken door de Palestijnse Autoriteit.
Maar Palestijnen die zijn veroordeeld voor het verkopen van bijvoorbeeld grond aan Joden leven nog steeds niet lang meer: zij sterven nu door ‘een hartaanval’ of door ‘een val uit een Palestijns gevangenisraam’.

Dat B’tselem welbewust Palestijnen aangeeft om te laten martelen en vermoorden, geeft duidelijk aan dat B’tselem helemaal niets op heeft met ‘mensenrechten’, maar uitsluitend bezig is met zijn extreem-linkse, anti-Israëlische agenda.

Het is dan ook ongehoord dat dit aanzetten tot moord op onschuldigen overwegend wordt gefinancierd met subsidie van de Europese Unie en daarbovenop nog extra subsidie van Nederland.

In Engeland eisen parlementariërs inmiddels de onmiddellijke stopzetting van dit financieren van medeplichtigheid aan marteling en moord.

Zou dat in Nederland niet ook moeten gebeuren?

 


 

Update:
Naar aanleiding van ons persbericht hebben de Tweede Kamerleden Van Klaveren en Bontes (van de fractie VNL) Kamervragen gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken over de subsidie aan hulporganisatie B’Tselem die Palestijnse doodseskaders faciliteert:

1. Bent u bekend met het bericht ‘Assassin’s aid: British taxpayers’ cash given to group accused of helping Middle East death squads’?

2. Deelt u de afschuw van onze fractie dat de radicale ‘hulporganisatie’ B’Tselem Palestijnse burgers – die handeldrijven met joden – aangeeft bij de geheime politie van de Palestijnse Autoriteit, die deze mensen vervolgens martelt en soms zelfs doodt?

3. Klopt het dat Nederland via de hulporganisatie ‘Human Rights and International Law Secretariat’ en de EU deze organisatie subsidieert? Zo ja, om hoeveel Nederlands belastinggeld gaat het?

4. Bent u bereid de Nederlandse subsidie (ook via de EU) zo spoedig mogelijk stop te zetten en de reeds uitgekeerde bedragen terug te vorderen? Zo neen, waarom niet?

 


 

Uiteraard leest u meer over de het vermoorden van Palestijnen die met Israël willen samenwerken in het recent verschenen boek ‘150 Palestijnse fabels’, in fabel 18: Collaborateurs.150 Palestijnse fabels

Het boek ‘150 Palestijnse fabels’ kreeg allovende recensies.
Het is in Nederland met een kleine korting te bestellen bij Likoed Nederland, inclusief bezorgen:

Maak 19,50 over op NL10INGB0004356789 t.n.v. Likoed Nederland en stuur een mail naar info@likud.nl om het verzendadres door te geven.

 

Advertenties
Tags:
januari 18, 2016

Anja Meulenbelt aan het navelstaren

Anja Meulenbelt, die het woord Darfur nimmer over haar lippen kreeg, aan het navelstaren.

Lees hier de recensie van Keesje Madura over het nieuwe boekwerk van de ongekroonde vorstin van de selectieve verontwaardiging en een van de Drie Musketiers van het verhulde antisemitisme:

 

januari 10, 2016

Feministen strijden voor de rechten van gekleurde aanranders

 

Als er boosheid of zelfs geweld tegen blanke pedoseksuele misdadigers oplaait, dan is links het eerst op de teentjes getrapt. Toch denken linkse mensen dat er alleen boosheid oplaait al gekleurde mannen seksuele misdrijven plegen. Er moet dus iets met het geheugen van linkse mensen mis zijn dat die theorieën verkondingen dat slechts de seksuele misdrijven door de gekleurde medemens kritiek oogsten en hun blanke collega’s gewoon hun gangetje kunnen gaan. Keulen laat zien waar ongeveer de linkse luitjes staan als het om de duiding van slachtoffers en daders gaat. Vooral een categorie blanke feministische vrouwen maakt het wel heel erg bont.

Zoals Keesje Madura ons hier bericht over de muizenissen van een Hamas-vererende feministe in haar nadagen.

Gaan we weer over tot de orde van de dag.

december 18, 2015

Feministen boycotten Israël en buigen diep voor kalief al-Baghdadi van ISIS

boycott-logo_1
Welke betere vijand dan Islamitische Staat (Daesh/ISIS) zou kunnen worden veroordeeld tijdens de grootste conferentie van feministen van Noord-Amerika, dàt ISIS dat vrouwen ontvoert, verhandelt en verkracht onder haar controle, hen kooit onder de boerka en ze gebruikt als kanonnenvlees in zelfmoord operaties?

En indien Abu Bakr al-Baghdadi, de zelfbenoemde kalief voor ISIS/Daesh in Syrië en Irak, het publiek van militante feministen niet genoeg vermag te beïnvloeden, waarom dan niet de misdaden veroordelen jegens vrouwen, die plaatsvinden in de Iraanse theocratie (en in bv. de shariastaat Saoedi-Arabië), die het vrouwen verbiedt om lange nagels te hebben, edelstenen in de tanden, nauw aangesloten jassen, hoofddoeken die lange haren laten loshangen en laarzen met hoge hielen onder broeken?

Natuurlijk niet. De National Women’s Studies Association (NSWA) koos als haar ultieme vijand één die meer voldoening schenkt en veel minder gevaarlijk is: de Staat Israël. Het enige land in het Midden-Oosten waar vrouwen prestigieuze posities bekleden in politiek, cultuur, sociale activiteiten, van Golda Meir tot Nobelprijs laureaten, tot Tzipi Livni. En als u de ‘lijnen van 1967‘ zou oversteken, vraag dan aan de Palestijns Arabische vrouwen waar zij genieten van een beter leven, in Ramallah of in Riyad, welk antwoord zou u dan denkelijk krijgen?

nswaDe feministen van de National Women’s Studies Associationstemden voor een boycot van Israëlische collega’s en de instellingen van de Joodse staat. Zoals professor Simona Sharoni meedeelde aan Inside Higher Ed: “90 procent van de leden van de National Women’s Studies Association stemden voor de resolutie.”

“De stemming is een verraad tegenover de realiteit en tegenover vrouwen, vooral dan die vrouwen die leven onder de Sharia”, zei Phyllis Chesler, al heel lang een feminist en auteur, aan mij en vervolgde aldus:

“De associatie veroordeelt niét al die vreselijke dingen die vrouwen worden aangedaan door Hamas, IS, Boko Haram, Taliban. Niets over de perverse vrouwelijke genitale verminking en kindhuwelijken in de Arabisch-Islamitische wereld. Niets over het verschrikkelijke lot van vrouwen die het wagen om zelf hun echtgenoten te kiezen. Israël is geen feministische hemel, maar vrouwen vechten er voor hun rechten en als onze feministische tegenhangers hetzelfde zouden doen in Mekka, Mogadishu, Teheran, Islamabad en Kaboel, dan zouden zij in de gevangenis worden opgesloten, verkracht, gemarteld, onthoofd of gestenigd worden. Feministen gedragen zich lafhartig en conformistisch in hun trouweloosheid.”

Het was een Joods Canadese ondernemer, Steve Maman, (aka de ‘Joodse Schindler‘ genoemd) die honderden levens van Yezidi meisjes heeft gered van sexuele slavernij onder ISIS. Het is de paradox die door Phyllis Chesler werd benadrukt: “Christenen, geen feministen, hebben deze meisjes gered.”

Het is de paradox van een feminisme dat militeert tegen “obscurantisme” binnen de Katholieke Kerk maar zwijgt over de onderdrukking van moslim vrouwen; een feminisme dat fulmineert over de gender ideologie maar tevens het dragen van de islamitische hoofddoek ondersteunt als een teken van “emancipatie”; een feminisme dat de “bezetting” door Israël boycot maar doofstom en blind blijft over de bezetting van vrouwenlichamen in de Arabisch-Islamitische wereld.

Duizenden Yezidi meisjes, weggerukt uit hun families en vastgebonden aan het bed van de Kalief van ISIS, vragen thans aan de National Women’s Studies Association: waarom boycotten jullie de enige vrije gemeenschap in het Midden-Oosten en zwijgen jullie over onze vervolgers?

door Giulio Meotti

Amerikaanse feministen over hun activisme tav het M-O anno 2015:
“Prioriteit nummero uno: Israël ten val brengen!”
“Spreken over het lot van moslima’s in het M-O en elders is verboden!”

OnlineCampaignsSaudiWomen1In Saoedi-Arabië mogen vrouwen geen wagen besturen. Hierboven een poster van de onlineSaudi Women Drive campagne.


in een vrije vertaling van Brabosh.com van een artikel in Arutz Sheva van 12 december 2015


meotti-boekDe auteur Giulio Meotti, een Italiaanse journalist verbonden aan het dagblad Il Foglio, schrijft een twee-wekelijkse kolom voor Arutz Sheva. Zijn artikels verschijnen om de regelmaat in verscheidene publicaties zoals The Wall Street Journal, Frontpage, Commentary e.a.

Hij is de auteur van het bekende boek “A New Shoah” (2008), waarin een onderzoek werd gedaan naar de persoonlijke verhalen van Israël’s slachtoffers van de terreur, gepubliceerd bij uitgeverij Encounter. Onlangs publiceerde hij een nieuw boek omtrent het Vaticaan en Israël onder de titel “The Vatican Against Israel: J’accuse” (2013) uitgebracht bij Mantua Books. Lees hier een interview met de auteur omtrent zijn laatste boek.

Met dank aan:

http://brabosh.com

december 8, 2015

De Belgische ex-burgemeester van Molenbeek: een Godfather van de Jihad?

Abdelhamid Abaaoud (links), volgens de Franse autoriteiten de vermoedelijke verdachte en het brein achter de terreuraanslagen voor de aanvallen deze maand in Parijs, komt net zoals veel terroristen in Europa uit Molenbeek, België. Philippe Moureaux (rechts) was burgemeester van Molenbeek gedurende 20 jaar, dankzij zijn alliantie met de radicale islamisten.

De wijk Molenbeek in Brussel wordt beschouwd als Europa’s “terroristenfabriek”. Ten minste drie van de daders van de terreuraanslagen in november in Parijs kwamen daar vandaan: Ibrahim Abdeslam, Abdelhamid Abaaoud en de andere voortvluchtige Salah Abdeslam. De lijst is echter nog niet compleet. Het Weense dagblad “Die Presseschrijft:

“Molenbeek haalde de krantenkoppen voor de eerste keer al in 2001: Abdessatar Dahmane, de moordenaar van de Afghaanse oorlogshelden en de horror van de Taliban, Ahmed Schah Massoud, kwam ook regelmatig in het islamitisch centrum aan de Rue du Manchester 18, dat bekend staat om zijn radicale inzichten. Verder ook Hassan El Haski, die vermoedelijk achter de aanslagen in Casablanca zat (41 doden in 2003) en in Madrid (200 slachtoffers in 2004). De wapens die gebruikt werden bij de aanvallen op de Franse satirische krant “Charlie Hebdo” in januari 2015 kwamen ook uit Molenbeek. De Franse jihadist Mehdi Nemouche, die vorig jaar een bloedbad in het Brussels Joods Museum veroorzaakte, woonde ook hier. In augustus 2015 begon Ayoub El Khazzani vanaf daar zijn poging om een trein van Amsterdam naar Parijs te overvallen.”

De twee jihadisten die in januari in Verviers werden gedood door de Belgische politie, kwamen eveneens uit Molenbeek. De terrorist Amedy Coulibaly, die de HyperCacher koosjere supermarkt in Parijs aanviel, bracht ook enige tijd door in Molenbeek.

De meeste terroristen die recent in Europa verschenen, kwamen uit een omgeving van zes vierkante kilometer groot – en in een verbazingwekkende concentratie. België is in verhouding tot de omvang van de bevolking, de grootste exporteur van Europese strijders naar de Islamitische Staat in Irak en Syrië (ISIS). De meesten van hen — ten minste 48 — komen uit Molenbeek. “In plaats van Raqqa te bombarderen,” zegt de Franse journalist Eric Zemmour, “moet Frankrijk Molenbeek bombarderen.”

Meer dan de helft van de bevolking van Molenbeek is moslim; een kwart is afkomstig uit Marokko — zoals ook de Parijse aanvallers. “Weet je, er zijn hier in Molenbeek meer gesluierde vrouwen dan in Casablanca”, zei een inwoner die werd geïnterviewd door onderzoeksjournalist Gilles Gaetner van het Franse nieuwskanaal “Atlantico“. Gaetner achtte dat een zekere ‘overdrijving’, maar geeft nu toe: “Wanneer men door de straten van deze wijk in Brussel loopt, met zijn bijna 96.000 inwoners, krijgt men een bizarre indruk. Niet alleen zou je denken dat je niet meer in het Koninkrijk België bent, maar er heerst hier ook een beklemmende sfeer.”

Buitenlandse verslaggevers ontdekken Molenbeek nu pas. Degenen die daar wonen klagen reeds lange tijd over de omstandigheden. Het volgende fragment komt uit een rapport van het Belgische weekblad Le Vif L’Express in 2011:

Gebouwen staan op instorten, straathoeken verworden voortdurend tot vuilnisstortplaatsen, een geparkeerde auto roest weg op een parkeerplaats. Stedelijke vernieuwing zou hier nuttig zijn. “Dit is een gangsterwijk. Hier wordt je geslagen voor vijf euro”, zegt Karim. De winkelier is niet gelukkig. Hij vertelt over hoe hij onlangs een tiener met een mes in zijn hand achtervolgde, die sigaretten had gestolen. Dit incident vond plaats op slechts een steenworp afstand van het metrostation Ribaucourt. “De Rue Piers is niet veilig op dit uur”, zegt een jonge vrouw, die na zes uur ‘s avonds, er ofwel voor zorgt dat ze wordt begeleid naar huis, of anders een taxi neemt. Ze woont nu drie jaar met vrienden in een appartement in de wijk. Het appartement is groot, en niet al te duur. “Maar ik ben altijd waakzaam,” zegt ze. Vooral als ze een rok draagt. “Beledigingen, spugen, betasten. Dat alles heb ik ervaren.” Andere bewoners verhuizen. “In mijn huis werd twee keer ingebroken binnen een jaar”, zegt een getuige. “Als ik naar de supermarkt om de hoek ga, doe ik de deur dubbel op slot en zet het alarm aan.”

Allemaal getuigenissen van een stad in angst. Een groot deel van de verantwoordelijkheid hiervoor berust kennelijk bij Philippe Moureaux, lid van de Socialistische Partij (Parti Socialiste), die van 1992 tot 2012 burgemeester was van Molenbeek. Geconfronteerd met de klachten van zijn burgers, ontkende hij regelmatig de onhoudbare omstandigheden in zijn stad: “Het maakt me boos wanneer mensen kiezen voor kleine details en daarover liegen,” zei hij in het geciteerde rapport. Molenbeek is “niet de Bronx”, de problemen met de criminaliteit hebben alleen betrekking op een klein aantal straten, zei Moureaux.

Vervolgens liet Moureaux zijn ware gezicht zien: “Molenbeek is een symbool dat bepaalde mensen willen vernietigen. Maar alleen over mijn lijk.” Bepaalde mensen? Geloofde de burgemeester eigenlijk in een complot tegen zijn district van ellende? Men hoeft niet lang te zoeken om te beseffen wie Moureaux was, op wiens initiatief België er in 1981 in geslaagd is een “anti-racisme wet” aan te nemen, hij is een anti-semiet — niet echt iets gemeenschappelijks, ook niet in België. Tegelijkertijd bagatelliseerde en ondersteunde hij het geweld van jonge moslims — ook tegen Joden.

Palestinian sympathizers hold placards aBrussel, 11 januari 2009. Radicale Belgische moslims betogen tegen Israël uit sympathie voor de Palestijnen tijdens het zoveelste gewapende offensief ingezet door de Palestijnse terreurorganisatie Hamas tegen de Joodse staat. Pas wanneer Israël zich verdedigt en hard terugslaat (Operation Cast Lead) trekt het gepeupel luidkeels de straat op. [beeldbron: AFP/Dominique Faget Getty Images]

Islamitisch antisemitisme
Er waren zware rellen in 2009 tijdens de Ramadan in Molenbeek. Moslimjongeren zetten barricades op van brandende autobanden, staken auto’s in brand, gooiden stenen naar de brandweerlieden die de branden kwamen blussen, en die waren uitgerust met stenen en breekijzers om winkels te plunderen. Volgens onbevestigde rapporten kreeg de politie de volgende orders: “Ga ze niet provoceren, ga ze niet opzoeken, ook niet ingrijpen, al zijn er tientallen van hen bij elkaar gekomen, geen waarschuwingen geven die intimiderend zijn, ook niet als ze met stenen naar je gooien.”

Joodse winkeleigenaren werden ook lastig gevallen buiten de Ramadan. In 2008rapporteerde het Vlaamse tijdschrift “Dag Allemaal” over “jongeren” die in de straten van Molenbeek schreeuwden: “De Joden zijn onze ergste vijanden.” Er zijn daar veel winkels aan de Rue du Prado en de Chaussée in Grote Molenbeek, die gerund werden door Joden. Maar in 2008, met uitzondering van een meubelzaak, zijn ze allemaal plotseling verdwenen. En niemand leek er last van te hebben, zeker niet burgemeester Moureaux.

Geen van de Joden wilde spreken met de verslaggever van ‘Dag Allemaal’, uit angst voor represailles. De enige uitzondering was een man die door de krant werd aangeduid als “René”. René had meer dan 30 jaar een kapperszaak aan de Gentsesteenweg. Toen kwam er een reeks van gewelddaden. Het begon met graffiti op de ramen van zijn zaak: “Sale youpin” (“vuile Jood”) en andere antisemitische leuzen. Later stormden zes moslimjongeren zijn winkel binnen, vernielden de meubels en sloegen René op zijn gezicht. Hij belde de politie. Een uur later kwamen de jongeren terug om hem te “straffen”; ze braken de spiegels. Meer dan 35 jaar had René een grote en trouwe klantenkring opgebouwd, maar na deze aanval waren de meeste mensen te bang om zijn zaak te bezoeken. Hij had geen andere keus dan te sluiten.

Hoe heeft Moureaux gereageerd? Door het beschuldigen van de Belgische Joden dat die de moslims hun “recht op diversiteit” willen ontnemen. Dat is wat hij zei in 2008, in het weekblad Le Vif L’Express. Het was een verslag met de titel: “Enquête Moureaux, Sherif de Molenbeek, drogue du pouvoir — Son islamo-municipalisme” (“Het Moureaux Onderzoek: Sherif van Molenbeek, verslaafd aan de macht — zijn Islamo-municipalisme”). Dat hij “verslaafd was aan de macht” (“drogue du pouvoir”) waren zijn eigen woorden. De krant beschreef hem als een “bekend geworden intellectueel, professor aan de universiteit en briljant minister, die in de mooie wijk Ukkel woont.”

Maar terug naar Moureaux’s Joden: Op 20-jarige leeftijd was Moureaux een marxist, zo zei hij, en had nooit het recht van iemand op diversiteit aanvaard; maar hij “ontwikkelde” die: “Wat mijn gedachten deed veranderen waren de gesprekken met de vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap. Het bedroeft mij om vandaag te zien hoe ze de moslims het recht tot diversiteit willen ontkennen.”

Dit “recht op diversiteit” was niet aan de burgers verleend door Moureaux tijdens de Ramadan. In een persbericht met de titel “Ramadan-regels voor iedereen” deed Moureaux in augustus 2011 een beroep op de burgers om te stoppen met het rijden in het centrum van Molenbeek op de middag tijdens de maand Ramadan, omdat de moslims dan daar hun boodschappen doen.

In januari 2015, na het bloedbad op het personeel van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo en de moord op vier Joden in de HyperCacher supermarkt van Parijs, gaf de inmiddels gepensioneerde burgemeester een interview aan Maghreb TV, een kanaal dat uitzendt via het internet, met als doelgroep de Noord-Afrikanen in België. Nadat hij een oproep deed om niet alle moslims verantwoordelijk te houden voor de daden van een paar terroristen, werd hij nijdig:

“Velen hebben er belang bij om ons te verdelen… Helaas, deze mensen kunnen overal worden gevonden. Er is een besmetting van problemen uit het Midden-Oosten, in het Nabije Oosten, het Israelisch-Palestijnse probleem, dat leidt ertoe dat een aantal mensen belangstelling hebben voor het provoceren van de lokale meningsverschillen, als een reflex op wat daar gebeurt. … Het moet worden gezegd dat het van beide kanten komt. Maar het is duidelijk dat ze proberen om haat te creëren tegen de Arabieren hier in het Westen met het oog op het beleid van de staat Israel, een beleid dat voor mij onaanvaardbaar lijkt te zijn.”

Was dit bedoeld om de schuld aan Israel te geven, wanneer de Arabieren in België — en in het bijzonder die van Molenbeek — een slechte reputatie hebben? Dit soort van antisemitische wrok is helaas niet alleen kenmerkend voor Moureaux, maar voor zijn hele partij. In maart 2013 hebben de socialisten van Molenbeek een uitnodiging voor een evenement uitgegeven, met de titel: “Wat als we vrij en rustig spreken over zionisme.” Op de uitnodiging was door de Arabische neo-nazi “Zéon” een antisemitische karikatuur getekend in de stijl van Der Stürmer. Na luid protest hebben de socialisten het evenement geannuleerd — op grond van het feit dat het streefde naar een “kalme” discussie — wat helaas niet meer mogelijk was.

Vele voorbeelden kunnen worden gegeven om te laten zien wat een antisemitische klimaat er heerst in Molenbeek. In het officiële stadstijdschrift, “Molenbeek Info” kan men een tekst vinden waarin de stalinistische Partij van de Arbeid vraagt om een feest ter ere van Dr. Hanne Bosselaers, die net terug was uit Gaza: “Laat iedereen komen.” Molenbeek heeft, zo moet je weten, een ziekenhuis dat gerund wordt door stalinisten onder de naam “Geneeskunde voor het Volk” (“Medécine pour le peuple”), dat in 2013 een “partnerschap” aanging met het Al-Quds ziekenhuis in Gaza. Bijgevolg had Bosselaers veel om over te praten. Bijvoorbeeld: “De Palestijnen willen dat we Israel boycotten.”

En wat ging Dr. Bosselaers zeggen over Hamas?

“Achter de poging van sommige van onze politici om deze Palestijnse verzetsorganisatie in een negatief daglicht te zetten, ligt een politiek doel. Bepaalde kringen blijven wijzen op het “islamitische karakter” van Hamas, in de hoop de bevolking af te houden van het vormen van solidariteit met de Palestijnen. … Het Palestijnse verzet is veel groter dan Hamas, en het is volledig aan de Palestijnen om te beslissen welke vorm van verzet ze kiezen tegen hun onderdrukkers.”

Welkom in Molenbeek. De jurist Etienne Dujardin schreef onlangs op het nieuwssiteLevif.be dat de omstandigheden in de islamitische terreurwijken zoals Molenbeek, Verviers of Saint Denis ook iets te maken hebben met de bewuste inspanningen van sommige politici, die campagnewerkers welkom heten welke te vinden zijn in de radicaal-islamitische kringen:

“Partijen beoefenen allemaal een vorm van vriendjespolitiek gebaseerd op verkiezingen; allemaal gebruiken ze dezelfde radicale moskeeën als spreekbuis voor hun verkiezingscampagnes. Sommigen zien hen als een enorme poel van gemakkelijk beschikbare stemmen.”

En zo lijkt het dat burgemeester Moureaux heeft gemerkt dat hij persoonlijk zou kunnen profiteren van de transformatie van de Molenbeek tot een bastion van jihad. Terwijl hij zelf in een rijke wijk woont, was hij in staat burgers met een grote mate van arrogantie te verwerpen, als ze over de buitensporige criminaliteit klaagden. Hij won de verkiezingen door zich op de radicale islam te richten. En nogmaals, deze regel is bevestigd: Als iemand ageert tegen Israel, is dat altijd een symptoom van een of andere ernstige karakterstoornis in die persoon. Achter de anti-Israel-agitatie van Moureaux zat een corrupte burgemeester, die alleen maar zorgde voor zijn kantoor en zijn inkomen; en die, zoals hij zelf zei, “verslaafd aan de macht was.” Dat zijn stad werd getransformeerd in een hel van criminaliteit, antisemitisme en sharia, dat kon hem niet schelen, of eigenlijk verwelkomde hij het zelfs. Degenen die uit Molenbeek gevlucht zijn, konden daar niet meer aarden; en degenen die erheen verhuisden deden graag wat Moureaux deed, namelijk het stimuleren van de islamisering en het ageren tegen Israel en de Joden. Dit is hoe Molenbeek geworden is tot wat het nu is, tijdens de ambtstermijn van slechts één man.

door Stefan Frank

In een vertaling uit het Engels door Willem Jan Jongman  van een artikel in The Gatestone Insitute van 27 november 2015.

Met dank aan Brabosh.

december 4, 2015

Nu overal te koop, van de redactie van Likoed Nederland:  150 Palestijnse fabels

150 Palestijnse fabels

Feiten voor een beter begrip van het conflict tussen de Arabieren en Israël

 

U kent ze vast wel, een aantal van de vele slogans van de Palestijnse propaganda zoals:
“De Palestijnse terreur is een logisch gevolg van de bezetting”, “Israël is opgericht vanwege het schuldgevoel van het Westen over de Holocaust” en “De nederzettingen maken vrede onmogelijk”.

Hebt u daarbij niet soms gedacht: er klopt iets niet, maar wat?
En waar komt dit conflict vandaan en waarom lijkt er geen oplossing mogelijk?

Dit boek geeft u daar de antwoorden op.

Het blaast de wolk van Palestijnse propaganda weg en geeft de echte, controleerbare feiten.
Elke fabel is bovendien voorzien van een foto die in een oogopslag laat zien waarom de Palestijnse bewering een fabel is.
De paragrafen zijn alfabetisch op trefwoord gesorteerd, zodat het ook als naslagwerk is te gebruiken.

Honderdvijftig onzinnige en toch steeds maar weer terugkerende beschuldigingen tegen Israël. Het laat zien hoe diep de haat zit.

“Het Midden-Oosten is het gebied van sprookjes en fabeltjes. Het is echter opmerkelijk dat sommigen in het rationele Westen ook in die fabels zijn gaan geloven.”
– Prof.dr A. Ellian, hoogleraar Encyclopedie van de rechtswetenschap en tevens Wetenschappelijk Directeur van het Instituut voor Metajuridica van de Universiteit Leiden. Ook heeft prof. Ellian diverse dichtbundels op zijn naam staan en is hij columnist bij weekblad Elsevier.

“Op dit prachtige boek heb ik gewacht, het is zo fantastisch geschreven en dit is nu zo nodig.
Ik ben er diep van overtuigd, dat Israël niet het probleem is, laat staan de oplossing van het probleem.
Golda Meir, de wijze Israëlische premier, die helaas zo actueel is als de dag van vandaag,  schreef in haar dagboek: ‘Simpelweg is de kern van het probleem de Arabische houding  ten opzichte van het bestaan van Israël. Zij willen ons hier niet. Dit is het waar het nog over  gaat! Het is waar dat zij ons niet willen in Nabloes en Jenin. Zij willen ons helemaal nergens’.”

– Prof. dr H. Jansen, auteur van het standaardwerk ‘Christelijke theologie na Auschwitz’ en verbonden aan het Simon Wiesenthal Instituut in Brussel.

 

Uitgeverij Aspekt
377 pagina’s
150 illustraties
€ 19,95
ISBN 9789461538321

 

Ook te bestellen met korting bij Likoed Nederland:
Maak 19,50 over op NL10INGB0004356789 t.n.v. Likoed Nederland en stuur een mail naar info@likud.nl om het verzendadres door te geven.
Terreur oorzaak bezetting

 

De inhoudsopgave met de trefwoorden van de behandelde fabels:

1. Apartheid
2. Arabieren in Israël
3. Arabisch antisemitisme
4. Arabische behandeling van Palestijnen
5. Arafat
6. Archeologie
7. Atoombom
8. Bestaansrecht
9. Bevolkingsgroei
10. Bezetting Gaza
11. Bezetting Golan
12. Bezetting Libanon
13. Bezetting Westbank
14. Bloedsprookje
15. Boycot
16. Burgerslachtoffers
17. Christenen
18. Collaborateurs
19. Complottheorieën
20. Conflict
21. Delingsplan
22. Democratie Israël
23. Democratie Palestijnen
24. Dieren
25. Doodscultus
26. Economie, Israëlisch
27. Economie, Palestijns
28. Emigratie
29. Europese Unie
30. Fatah
31. Filistijnen
32. Gaza blokkade
33. Gaza dichtst bevolkt
34. Gaza honger
35. Gaza openluchtgevangenis
36. Genocide
37. Gevangenen
38. Geweld
39. Grenzen
40. Groot Israël
41. Hamas
42. Hamas oprichting
43. Hebron
44. Heilige plaatsen, respect
45. Heilige plaatsen, toegang
46. Herkomst
47. Herzl
48. Holocaust
49. Holocaustontkenning
50. Islam
51. Islamitische Staat (IS)
52. Jeruzalem historie
53. Jeruzalem hoofdstad
54. Jeruzalem-Oost
55. Jeruzalem verjoodsing
56. Jezus
57. Joden in de Arabische landen
58. Jom Kippoer oorlog
59. Joodse lobby
60. Joodse staat
61. Joodse staat, oprichting
62. Joodse terreur
63. Joodse vluchtelingen
64. Kalifaat
65. Khazaren
66. Kolonialisme
67. Kritiek op Israël
68. Land belofte
69. Land bewoning
70. Land diefstal
71. Land ontwikkeling
72. Land voor vrede
73. Lijden van de Palestijnen
74. Likoed
75. Media
76. Mensenrechtenorganisaties
77. Moederliefde
78. Moord Rabin
79. Moslimfundamentalisme
80. Natuurlijke rijkdommen
81. Nazi’s
82. Nazisme
83. Nederzettingen
84. Nederzettingenbouw
85. Normalisering
86. Olijfbomen
87. Onafhankelijkheidsoorlog 1948
88. Ontwikkelingshulp
89. Oorlogsmisdaden
90. Oorlogsmisdaden Hamas
91. Orgaandiefstal
92. Orthodoxe Joden antizionistisch
93. Orthodox-joodse macht
94. Oslo-akkoorden
95. Palestijnse leiders
96. Palestijnse staat, historie
97. Palestijnse staat, levensvatbaarheid
98. Palestijnse staat ontbreekt
99. Palestijnse staat toekomst
100. Palestijnse staat, wens
101. Palestijns volk
102. Racisme
103. Recht op terugkeer
104. Sabra en Shatila
105. Saoedisch vredesinitiatief
106. Seksuele intimidatie
107. Slachtoffercultuur
108. Talmoed
109. Tempelberg
110. Terreur, oorzaak
111. Terreur, recht
112. Terroristen
113. Thora
114. Toerisme
115. Tweede intifada
116. Tweestatenoplossing
117. Uitverkoren volk
118. Varkens
119. Veiligheidshek, aanleg
120. Veiligheidshek, noodzaak
121. Verdrijving 1948
122. Verdrijving nu
123. Verenigde Naties
124. VN Mensenrechtenraad
125. VN UNRWA
126. VN vredesmacht
127. Verenigde Staten
128. Vergiftiging Arafat
129. Vergiftiging bronnen
130. Vernietiging Israël
131. Verzetstrijders
132. Vluchtelingenaantal
133. Vluchtelingenprobleem
134. Vrede
135. Vrede van rechts
136. Vredesbesprekingen
137. Vredeseducatie
138. Watertekort
139. Water diefstal
140. Wegversperringen
141. Wereldheerschappij
142. Westbank aanspraken
143. Westbank terugtrekking
144. Westbank voorzieningen
145. Witte fosfor
146. Zelfmoordterroristen
147. Zesdaagse oorlog
148. Zionisme historie
149. Zionisme en Jodenhaat
150. Zionisme zelfbeschikking

oktober 18, 2015

Links antisemitisme nu officieel van de mimicry van het antizionisme verlost

 

razzia_j_d_370

De Nederlandse Joden zijn gewelddadig, is het nieuwe motto van het linkse antizionisme dat zich graag in een slachtofferrol hult. Het zou voor antisemieten natuurlijk fijn zijn als Nederlandse Joden anders dan de Israëlische zich weer passief vooroorlogs opstellen en zich gedwee aan een spitsroedenlopen opofferen. Maar dat zit er niet meer in.

Daarom jammerend links bij Keesje in de etalage gezet.

augustus 12, 2015

De bedrieglijke kaarten ‘verlies van Palestijns land’

 

 

Door Shany Mor. Vertaling: Evelien van Dis, Christenen voor Israël, 9 augustus 2015.

lies

Anti Israël activisten gebruiken vaak bedrieglijke kaarten om Israëls vermeende wandaden ten opzichte van het land gedurende de laatste eeuw aan te tonen.
Zulke beweringen worden gedaan door mensen die op z’n best geen kennis van de feiten hebben, en op z’n slechtst geen ethisch kompas.

In deze dagen hoef je niet lang over een campus van een Amerikaanse of Europese universiteit te lopen zonder een bepaalde versie van kaarten tegen te komen van ‘Verlies van Palestijns land’. Deze serie van vier of vijf landkaarten bedoelt aan te geven hoe hebzuchtig Zionisten gestaag Palestijns land zijn binnengedrongen. Er kunnen prentbriefkaarten van gekocht worden om te verspreiden.

Er is een reden waarom degenen die gebruik maken van de kaarten het vermijden om hun herkomst te onderzoeken of hun nauwkeurigheid te bewijzen. De landkaarten zijn verschrikkelijk, bijna kinderlijk, bedrieglijk. Maar ze zijn zo overal bekend geworden dat het de moeite waard is ze te onderzoeken en erachter te komen wat de onwaarheden ervan ons kunnen leren over de Palestijnse zaak en hun supporters.

Of het nu vier of vijf kaarten zijn, de boodschap van de serie is duidelijk: de Joden van Palestina hebben onverdroten meer en meer ‘Palestijns land’ opgeslokt, en hebben zich verspreid als een soort schimmelinfectie die uiteindelijk z’n gastheer verslindt.
Er zitten natuurlijk een paar volstrekte leugens in deze landkaarten. Maar de meest schandelijke onwaarheden overtreffen louter leugens.

Ze komen op uit zowel een algemenere en duidelijk overwogen weigering om onderscheid te maken tussen privégrondbezit en soeverein land, als ook uit een totaal wegwissen van elke politieke context. Dit laatste punt is cruciaal. Het komt neer op de vraag of de Palestijnen feitelijk dit land ‘verloren’, en wat de context is van dat beweerde ‘verlies’.

We zouden bijvoorbeeld gemakkelijk een paneel kunnen maken met kaarten die verlies van Duits grondgebied aangeven in de eerste helft van de 20ste eeuw. Het zou geografisch juist zijn, maar zonder de politieke context zou het een volstrekt misleidend verhaal vertellen dat neerkomt op een pertinente leugen. En dat is nu precies wat deze landkaarten zijn: een leugen.

Als we elke kaart om de beurt onder handen nemen, dan is het gemakkelijk aan te tonen dat de eerste verreweg de meest onware is van het stel. Zo ver ik heb kunnen nagaan is deze gebaseerd op een kaart van landaankopen door het Joods Nationaal Fonds uit ongeveer de jaren twintig van de vorige eeuw. Het JNF was opgericht om land te kopen voor Joodse inwoners en immigranten in wat toen Palestina was. Deels werd het JNF gesteund door opbrengsten van collectesbusjes die vroeger in bijna elke Joodse school en organisatie in het westen aangetroffen werden. Ironisch genoeg werden deze alomtegenwoordige busjes gesierd met deze zelfde landkaart.

De oneerlijkheid om een verouderde landkaart van Joodse landaankopen van voor 1948 te gebruiken, is feitelijk betrekkelijk gering. Maar dat is het weglaten van de politieke context absoluut niet. Na 1939 werd het Joden verboden om verdere landaankopen te doen door de Britse autoriteiten, dit als een verzoeningsgebaar richting Arabisch terrorisme. Zelfs het bedrieglijk gebruik van ‘JNF land’, en alleen JNF-land als een gevolmachtigde voor de hele Palestijnse Joodse aanwezigheid naar voren te schuiven, is een kleinigheid vergeleken met de historische leugen van deze kaart: moedwillig vermengt het privé grondbezit met politiek beheer.

Die zijn helemaal niet hetzelfde. Het simpele feit ligt er dat niets van Palestina van voor 1948 onder politieke autoriteit stond van Arabieren of Joden. Het werd bestuurd door de Britse Mandaat regering die door de Volkenbond nu juist voor het doel was aangesteld om een ‘Joods Nationaal Thuis’ te scheppen. Het was ook de eerste keer dat een afzonderlijke politieke entiteit, Palestina genoemd, in de moderne geschiedenis bestond. (Dit in scherp contrast met wat talrijke pro Palestijnse activisten claimen.) En deze entiteit was opzettelijk in het leven geroepen om een doel te verwezenlijken dat in essentie zionistisch van aard was.

Deze leugen is samengevoegd met een andere die zelfs meer historische reikwijdte heeft: elke strook land dat niet JNF-land was, aanmerken als Arabisch of Palestijns. Dit was eenvoudig gezegd helemaal niet het geval.

We hebben geen volledige informatie over eigenaarschap van land in het moderne Palestina, en zelfs minder m.b.t. Arabisch grondbezit dan Joods grondbezit. Dit komt door de zeer gecompliceerde aard van de wet op grondbezit tijdens het Ottomaanse Rijk. Maar ieders kaart van privé grondbezit in Palestina tijdens de Mandaat periode, zou bijna leeg zijn. Tenslotte is de helft van het land woestijn. Het zou kleine stroken privé Joods land laten zien – zoals deze kaart doet – langs kleine stroken privé Arabisch land, maar deze landkaart doet dat laatste schaamteloos niet.

De tweede kaart heeft als aanduiding: 1947. Dit is onjuist, zoals elke andere datum zou zijn, want de kaart vertegenwoordigt niet de situatie ‘op de grond’ in 1947, of in welke andere tijd dan ook.

In plaats daarvan wordt het Verdelingsplan, dat door de Algemene Vergadering van de VN in 1947 aanvaard was, VN Resolutie 181, voorgesteld. Het riep op tot de vorming van twee onafhankelijke staten, een Joodse en een Arabische, na de beëindiging van het Britse Mandaat.

Onnodig te zeggen dat deze resolutie nooit van kracht werd. Het was verworpen door het Palestijns Arabische leiderschap dat nog maar net twee jaar geleden met nazi Duitsland in bondgenootschap was geweest. De dag nadat de resolutie door de VN was goedgekeurd, begon Arabische oproer tegen Joodse zaken, gevolgd door dodelijke aanslagen op Joodse burgers. De gebeurtenissen escaleerden snel tot een complete oorlog, waarbij Arabieren belegeringen opwierpen tegen belangrijke Joodse bevolkingscentra waarbij alle aanvoerlijnen van voedsel en water werden afgesneden. In sommige plaatsen werkte de belegering, maar voor het grootste gedeelte werd die met succes weerstaan.

Op dit punt aangekomen – de verdeling van het land verworpen door de Arabieren en geen hulp van de internationale gemeenschap, riepen de Joden hun onafhankelijkheid uit, en vormden ze wat het Israëlische leger zou worden: de Israel Defence Forces (IDF).

De Arabische staten begonnen onmiddellijk aan een totale invasie, met bedoelingen die varieerden – al naar gelang welke Arabische leider je zou willen aanhalen – van verdrijving tot algeheel uitmoorden. En de Arabieren verloren.

Aan het eind van de oorlog in 1949 leek de situatie in grote lijnen op de derde landkaart in de serie – de eerste van het stel dat zelfs dichtbij komt bij de beschrijving van de politieke realiteit ‘op de grond’.

Ik zeg ‘dichtbij’, want ook dit is opmerkelijk leugenachtig. Het is alleen vanwege het feit dat iemands standaard van bedrieglijkheid zo ver is uitgerekt door z’n voorgangers dat het bijna waar lijkt. Maar helaas is dat niet zo. De kaart is gedateerd op 1967. Wat getoond wordt zijn de zogenaamde ‘bestandslijnen’, d.w.z. de grenzen waar de Israëlische troepen en de Arabische legers in 1949 ophielden met vechten. Deze bestandslijnen bleven min of meer in stand tot 1967. Wat betreft de Israëlische grenzen, geeft de kaart dan accuraat de situatie gedurende deze 19 jaar weer.

Maar wat aan de andere zijde van de bestandslijn ligt, in de gebieden die vandaag de Westoever en Gaza genoemd worden, dat is wederom voorgesteld op een radicaal oneerlijke manier. Deze gebieden waren niet – niet vóór, tijdens of na 1967 – ‘Palestijns’ in de betekenis van: onder beheer staan van een Palestijnse politieke entiteit.

Beide gebieden waren bezet door binnenvallende Arabische legers toen in 1949 het bestand werd uitgeroepen, de Gazastrook door Egypte, en de Westoever door Jordanië. Het laatste gebied werd spoedig geannexeerd, terwijl het eerste onder Egyptisch administratief beheer bleef. Deze status quo duurde tot 1967 toen beide door Israël veroverd werden.

Tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 – die in Arabische retoriek als meer moorddadig aangemerkt werd als de oorlog van 1948 – nam Israël ook de Golan Hoogten van Syrië af en het Sinaï Schiereiland van Egypte.

Israël, dat zich meer dan bezwaard wist door de hoeveelheid land onder haar beheer, heeft zich sindsdien uit meer dan 90% van het land dat het bezette, teruggetrokken. Het grootste deel was bij de terugtrekking uit de Sinaï wat tot vrede met Egypte leidde. Het zal geen verrassing zijn dat er geen emotioneel gevoelige ‘Verlies van Israëlisch land’ kaarten zijn die dit laten zien.

Dus de eerste drie kaarten verwarren ethische en nationale categorieën (Joods en Israëlisch, Arabisch en Palestijns), grondbezit en soevereiniteit, en de Palestijnse nationale beweging met Arabische staten die  een generatie lang over bezet gebied heersten.

Als we naar de vierde kaart gaan dan is schaamteloze misleiding het enige wat gelijk blijft. De kaart wordt gewoonlijk voorzien van het jaar 2005, of vermeldt de aanduiding: ‘huidig’. De strekking van de kaart is te laten zien hoe het politieke beheer verdeeld is sinds het Oslo proces en de Israëlische terugtrekking uit Gaza. De stroken Palestijns land op de Westoever zijn in de jaren negentig van de vorige eeuw overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit. Dat vond grotendeels plaats onder de Oslo II overeenkomst in 1995.

N.a.v. het soort vastgestelde autonomie na eerdere overeenkomsten tijdens het Oslo proces sinds 1993, creëerde deze overeenkomst een ingewikkelde lappendeken van administratieve- en veiligheidszones. Hierbij werd de Westoever gesplitst in gebieden onder uitsluitend Palestijns beheer, gezamenlijk beheer, en Israëlisch beheer. Het was bedoeld als een vijfjarige overgangsregeling, waarna men over een uiteindelijke statusovereenkomst zou onderhandelen.

Uiteindelijke ‘status’ besprekingen vonden inderdaad plaats. Maar er werd geen overeenkomst bereikt. Net zoals in 1947 was de hoofdreden de Palestijnse verwerping (van de onderhandelingen). Deze keer verwierp het Palestijnse leiderschap een staat op 90% van de Westoever en 100 % van de Gazastrook.

Vervolgens verbraken zij hun plechtige belofte niet terug te keren tot de ‘gewapende strijd’ en begonnen ze met een campagne van zelfmoordaanslagen en andere terroristische gruwelijkheden die niet alleen moreel niet te verdedigen waren, maar waarmee ze ook de verantwoordelijkheden van soevereiniteit kwijtraakten die ze in de afgelopen tien jaar hadden verkregen.

Na het ergste geweld ingeperkt te hebben besloot Israël zich uit de gebieden (nederzettingen) in Gaza terug te trekken die ze tien jaar geleden nog niet hadden ontruimd.
De terugtrekking vond plaats in 2005. Twee jaar later nam de radicaal islamitische groep Hamas in een gewelddadige ‘staatsgreep’ de Gazastrook over. Sinds die tijd zijn er twee Palestijnse regeringen, het Hamas regiem in Gaza en het door de Fatah geleide regiem op de Westoever.

Beide regiems zijn op deze vierde kaart met dezelfde kleur aangegeven, waarmee de splitsing tussen beide op foutieve manier is weggelaten. Het is in zekere zin wel de eerste kaart in de serie waarop al het gebied onder Palestijns beheer correct is aangegeven.

Niettemin maakt het ook geen onderscheid tussen het soevereine gebied van de staat Israël – of in het geval van Oost Jeruzalem, gebied dat Israël als soeverein claimt zonder internationale erkenning – en gebieden op de Westoever die volgens overeenkomsten bevestigd door beide kanten, onder Israëlisch bestuur zijn tot er een uiteindelijke oplossing is.

Alles bij elkaar genomen hebben we hier niet te maken met vier kaarten in een chronologische volgorde, maar met de presentatie van vier verschillende categorieën van territoriaal beheer, elk variërend in gradatie van onduidelijkheid.

Deze categorieën zijn: 1) privé grondbezit ‘1946’; 2) politiek beheer ‘1967’; 3) ‘2005’; 4) internationale verdelingsplannen ‘1947’.
Ze worden voorgesteld in een vormgeving die of tendentieus onjuist is (‘2005’), essentieel bedrieglijk (‘1947’ en ‘1967’), of absoluut onwaar (‘1946’).

Een eerlijke benadering zou er heel anders uitzien. Het zou elk van deze categorieën nemen en beschrijven hoe ze in de loop van de tijd ontwikkelden.
Als we ons bij voorbeeld baseren op de meest uitgesproken bedrieglijke kaart, ‘1946’, dan zouden we de chronologische ontwikkeling willen laten zien van de verdeling van privé grondbezit. Maar we zouden eerst de oorspronkelijke ‘1946’ kaart moeten aanpassen door alleen Arabisch grondbezit als Arabisch aan te geven, en niet simpelweg het hele land met dezelfde gewenste kleur in te vullen.

Er zou heel veel informatie verzameld moeten worden, en vervolgens zouden we dat weer moeten doen voor andere jaren wat aansluit bij de discussie van dat moment: misschien 1950, nadat Israël en Jordanië beide wetten uitvaardigden voor grondbezit dat niet ‘bewoond’ werd (Absentee Property Laws); dan 1993, vlak voordat Palestijns zelfbestuur begon; of 2005, direct na de ontmanteling van Gaza en een paar dorpen in het noorden van de Westoever.

De kaarten zouden consistent moeten zijn, en zowel Arabisch grondbezit binnen Israël aangeven als Israëlisch grondbezit op de Westoever en in Gaza. Ik weet niet of iemand zich de moeite getroost heeft al deze informatie te verzamelen, en ik weet niet wat het in elk geval apart zou opleveren. Welk argument zou het bevorderen? Dat het Joden en Arabieren verboden zou moeten worden land van elkaar te kopen?

Aan de andere kant zijn de categorieën van ‘politiek beheer’ en ‘internationale verdelingsplannen’ gedurende een bepaalde tijd niet moeilijk in kaart te brengen.
Aangezien het belang van degenen die bovenstaande kaarten uitbrengen, Palestijns beheer van land is, kunnen we dit illustreren met een serie meer eerlijke kaarten die gebieden onder politiek beheer laten zien, waarbij we de zelfde jaren gebruiken als het origineel – terwijl we er een voor de duidelijkheid aan toevoegen.

 

Political_Control_Map

 

Zoals we hierboven zien, heeft ‘1946’ geen enkel stukje land onder Palestijns Arabisch beheer (of bestuur) – niet autonoom, niet soeverein, niets van dat alles – omdat het alles onder Brits gezag stond. We kunnen verder terug in de tijd gaan, naar het Ottomaanse tijdperk bijvoorbeeld, en de kaart zou helemaal niets veranderen. ‘1947’ heeft ook geen wijzigingen in de kaart, want Palestina was nog steeds onder Brits beheer.

Voor de oorlog in juni 1967 is het beheer verdeeld tussen drie staten, en geen ervan is Palestijns. De ‘2005’ kaart zou er precies hetzelfde uitzien als die in de oorspronkelijke serie waarop de allereerste stukken land die ooit beheerd werden door Palestijnse Arabieren als zijnde Palestijnse Arabieren , te zien zijn.

Om dit iets meer te verduidelijken, heb ik een kaart van 1995 toegevoegd, die de terugtrekkingen weergeeft die tijdens de eerste twee jaren van het Oslo proces plaatsvonden, precies tot aan het Hebron Protocol van 1997 (hoewel dat er net niet bij gerekend is ).

Als we een beetje verder inzoomen zouden we in feite zien hoe het vredesproces van de negentiger jaren resulteerde in een eerste Palestijns Arabisch regiem dat over een stuk land regeerde. Dit gebeurde in 1994 met de vestiging van de Palestijnse Autoriteit in Gaza en Jericho. Dit beheer breidde gestaag uit over meer en meer gebied tijdens de jaren die leidden naar de mislukte onderhandelingen over een uiteindelijke overeenkomst.

Het meeste ervan was verloren gegaan tijdens de tweede intifada, maar uiteindelijk weer herkregen toen het geweld minderde. De ontruiming van Gaza breidde het beheer zelfs een beetje uit. Alle Palestijnse landaanwinsten vonden plaats in de laatste 20 jaar en elke vierkante meter kwam niet van Turkije of Engeland of Jordanië of Egypte, maar alleen van Israël, en bijna alles via vredesonderhandelingen.

Het is waar dat dit een kleiner gebied is dan wat door Israël wordt beheerd – dat gemeten aan globale maatstaven niettegenstaande zelf een bijzonder klein land is.
Belangrijker is echter dat het klein is vergeleken bij wat door een Palestijnse staat had kúnnen beheerd worden als de Palestijnen verdeling van land en vrede in 1947 niet verworpen hadden, en in 2000 opnieuw verwierpen. Met andere woorden, als de Palestijnen gemotiveerd waren geweest door de belangen van hun eigen volk in plaats van de wens een ander volk te vernietigen.

Men zou heel gemakkelijk een theoretische set kaarten kunnen maken die in 1947 zou beginnen en de verdeling van politiek beheer laat zien, niet zoals het bestaat, maar zoals het had kunnen bestaan. In tegenstelling tot de eerdere serie die politiek beheer over de jaren in kaart brengt, zou deze de internationale voorstellen ter verdeling van het land zichtbaar maken.

Het zou beginnen met het verdelingsplan van de Commissie Peel in 1937, en dan lopen via de verdelingsresolutie van de Speciale Commissie voor Palestina van de VN (UNSCOP), en eindigen met de Clinton Parameters van 2000 – die heel dicht bij de afgewezen aanbiedingen kwam, gedaan door de Israëlische premiers Ehud Barak eerder datzelfde jaar bij Camp David, en acht jaar later door Ehud Olmert.
Maar deze internationale pogingen tot verdeling van het land zouden niet compleet zijn zonder een paar woorden te wijden aan de reactie van beide kanten op het voorstel.

Intl_Proposals_Map
Ook hier speelt een voortdurende trend van verliezen voor de Palestijnse kant. Geen verlies van land, maar verlies van potentieel. Elke volgende afwijzing liet de Palestijnen met minder achter en met minder om mee te onderhandelen. Er is zeker een les uit te leren. Maar het lijkt erop dat, als de Palestijnen het ooit leren, dat niet zal gaan zonder de hulp van hun Westerse supporters.

We zouden ook een serie kaarten kunnen maken die een verhaal van ‘Verlies van Joods land’ zou presenteren. Dat zou beginnen met de eerste herhaling van het Britse Mandaat, voordat Trans Jordanië afgesplitst was en Joodse landaankopen en immigratie verboden was. We worden er voor altijd bij bepaald dat de Palestijnen reeds vermoedelijk 77% van hun historische claims hebben opgegeven, waarbij ze onuitgesproken zeggen dat heel Israël eigenlijk hun toebehoort. Maar zij die aan Israëlische kant het meest maximale grondgebied willen, doen niet verkeerd als zij dezelfde standaard hanteren en claimen dat Israël 73% van wat hun beloofd was, opgegeven heeft, waaronder ook Trans Jordanië.

 

‘Verliezen’ elders

Het is de bezigheid van pro-Palestijnse activisten om een van deze claims te bevoorrechten boven de andere, maar in feite zijn ze op dezelfde manier verkeerd. Het idee dat de Israëlische ‘concessie’ van Trans Jordanië Israël het recht geeft op 100% van de Westoever is net zo absurd als de claim van de Palestijnen dat hun ‘concessie’ van Haifa hun het recht op hetzelfde geeft.

Een serie van feitelijke Israëlische terugtrekkingen zou echter een behoorlijk lange reeks kaarten kunnen vullen. Het zou de terugtrekking uit de Sinaï van 1957 laten zien, de overeenkomsten om strijdkrachten te ontmantelen in 1974 en 1975, de terugtrekking in etappes die het gevolg waren van het Israëlische -Egyptische vredesverdrag in 1979 en 1982, de terugtrekking uit bijna heel Libanon in 1985, de terugtrekking in etappes uitgevoerd volgens de Oslo Akkoorden van 1994 tot 1997, de unilaterale terugtrekking uit zuid Libanon in 2000, en de algehele terugtrekking uit Gaza in 2005. Deze kaarten hebben het voordeel van nauwkeurigheid, en dat hebben de kaarten die de pro – Palestijnse activisten gebruiken, niet. Maar ik ben er niet zeker van dat de zaak van ‘Verlies van Israëlisch land’ iemand anders zou overtuigen dan de meest partijdige en onwetende van Israëls supporters.

Wellicht de beste manier om het bankroet van de mythe van ‘Verlies van Palestijns land’ te illustreren, is het te vergelijken met een soortgelijke situatie ergens anders.

Een evenzeer absurde set kaarten zou gemaakt kunnen worden van het Indische subcontinent voor en na het einde van de Britse overheersing. Het zou kunnen beginnen met een kaart uit 1946 waar het hele subcontinent op staat, en waar bij elk privé grondbezit van hindoes ‘Indiaas’ geschreven wordt, en de rest als ‘Pakistaans’ wordt aangegeven.

Tenslotte vormen hindoes vandaag 80 % van de bevolking van India, net zoals Joden 80% van de Israëli’s uitmaken. Het is absurd om iets dat niet tot privé grondbezit van hindoes behoorde ten tijde van de Britse overheersing, als ‘Pakistaans’ te beschouwen, wanneer de staat Pakistan nog niet bestond; dat is ongeveer hetzelfde als iets wat geen privé grondbezit van Joden was onder het Mandaat, ‘Palestijns’ te noemen.

We zouden vervolgens een verdelingskaart van 1947 ernaast kunnen zetten, met west en oost Pakistan grenzend aan een veel groter India; evenzo een kaart van ‘na de verdeling’ – zeg maar van 1955 – die de land verliezen langs de Radcliffe Line aangeven. Tenslotte zouden we een kaart kunnen maken van 1971, met oost Pakistan afgesneden en bij Bangladesh getrokken. Een fervent oneerlijk persoon mag zo’n serie “Verlies van Pakistaans land’ noemen, maar het is zo’n overduidelijke fictie dat mogelijk niemand dat serieus zou nemen.

En geen weldenkend mens kan ‘Verlies van Palestijns land’ serieus nemen. Het is net zo absurd als het een fictie is. Maar het is eveneens, op z’n eigen manier, buitengewoon destructief. Omdat deze kaarten en de leugens die zij propageren alleen Palestijns afwijzen en geweld aanmoedigen; en zoals hierboven geïllustreerd, hebben afwijzen en geweld de Palestijnen altijd met minder dan ze hadden, achtergelaten.

 

loss of jewish homeland

Tags:
juli 27, 2015

Anti-Zionisten: De trotse ‘anti-racist’ racisten [Daniel Robert Krygier]

anti-zionistBritse pro-Gaza manifestatie tegen Israël, Londen, juli 2014. Tienduizenden stapten op om hun solidariteit te betuigen met Hamas toen deze Palestijnse terreurgroep Israël bestookte met duizenden raketten en mortiergranaten. Onder de manifestanten ook een handvol zelf-hatende Joodse anti-Zionisten van het International Jewish Anti-Zionist Network [IJAN]. Echter, Israël verweerde zich en joeg Hamas en Co terug diep in de riolen van de Gazastrook. [beeldbron: Jews for Justice for Palestinians/JFJFP]

Anti-zionisten hebben de neiging om met verontwaardiging te reageren op elke zweem van beschuldigingen van antisemitisme. Dit is begrijpelijk, omdat anti-zionisten zichzelf bekijken als speerpunten tegen racisme en onrecht. Hoe kunnen ze antisemieten zijn wanneer sommige van hun ‘beste vrienden’ Joden zijn? Laten we negeren dat deze ‘Joodse vrienden’ een kleine minderheid vertegenwoordigen van het wereldjodendom en hun zogenaamd ‘Joodse identiteit’ zich vooral manifesteert door hun verzet tegen om het even wat Joods is, vooral dan dat flinterdunne reepje grond aan de oevers van de oostelijke Middellandse Zee bekend als Israël.

Anti-zionisten huilen wanneer ze naar de film Schindler’s List kijken en de Holocaust herdenken, terwijl ze waarschuwen dat Israël bezig is met het plegen van ‘volkerenmoord’ tegen Gaza en de mensheid bedreigt. Niettegenstaande dat in tegenstelling tot de Joden van Europa, de bevolking van Gaza is verviervoudigd — voor een groot deel te danken aan de voortdurende infusie van wrede zionistische humanitaire hulp, voedsel en gezondheidszorg. Wiskunde was op school nooit het sterkste vak van anti-Zionisten.

Noch was geschiedenis dat. Dat reepje land waarnaar anti-Zionisten verwijzen als de ‘buitenlandse Zionistische entiteit’, is verzadigd met 3000 jaar opeenvolgende Joodse geschiedenis en is nooit het vaderland van om het even welke andere natie geweest behalve dan van de Joden. Anti-Zionisten weten beter en lamenteren over de ‘bezetting’ van de ‘inheemse Palestijnse natie’ van wie de fiere en zogenaamd antieke geschiedenis nog steeds moet worden ontdekt door archeologen. De Romeinse keizer Hadrianus, die de term ‘Palestina’ bedacht als een afwijzing van de koppige entiteit Judea, verwachtte waarschijnlijk nooit dat zijn intellectuele verwijzing de begeerde naam zou worden van een gevarieerde groep van 19de en 20ste eeuwse Arabisch-sprekende immigranten die op een of andere manier van de ene dag op de andere ‘inheems’ werden en dat sinds ‘onheuglijke tijden’.

Saeb ErekatSaeb Erekat, fantast en aartsleugenaar numero uno van een imaginair volk in een land dat nog moet uitgevonden worden

Velen wachten nog steeds op Saeb Erekat, bekend verhaler van de Arabische sprookjes van Duizend-en-een-nacht, wanneer hij in Jericho de grot zal aanwijzen waar volgens hem zijn voorouders zowat 10.000 jaar geleden leefden.

Gemakshalve wordt het feit vergeten dat de familie Erekat pas op het einde van de vorige eeuw aankwam in het Land van Israël, net zoals de meeste Arabische immigranten, aangetrokken door de economische heropleving die wed teweeggebracht door die ‘doortrapte’ Zionistische Joden. Echter, honderd jaar of tienduizend jaar, wat maken nou enkele nullen het verschil uit onder vrienden? De wereld omhelst Erekat’s zogenaamd vredelievende baas Abbas, die zich specialiseerde op het gebied van ontkenning van de Holocaust en gefingeerde gematigdheid. Abbas spreekt tegenover miljoenen buitenlandse Arabieren over de noodzaak om de zionistische ‘kanker’ door te spoelen en dat met een dusdanige goedaardige welsprekendheid dat het hem een baantje zou kunnen opleveren in de een of andere TV-commercial van een bekend Amerikaans wasproduct.

Aardrijkskunde is een ander onderwerp dat anti-Zionisten op school hebben overgeslagen. Als het Midden-Oosten en Noord-Afrika een voetbalstadion waren, dan zou het veronderstelde reusachtige Zionistische rijk zich uitstrekken op de lijn tussen de twee doelpalen terwijl de Arabische en moslimwereld zou samengeperst worden in een claustrofobisch gebied dat de rest van het stadion zou vullen.

Het is enkel wanneer we spreken over de Zionistische ‘bezetting’ en ‘agressie’ dat de anti-Zionisten voelen dat ze in hun thuisbasis spelen. In tegenstelling tot de historisch gepacificeerde Joden in de Europese en Midden-Oosten getto’s die daar hun ‘juiste plaats kenden’, hadden die onaangename Zionisten het lef om gelijkheid en nationale onafhankelijkheid te eisen. Als fervente sportfans spannen anti-Zionisten zich extra hard in om uit te leggen dat het afvuren van Qassam-raketten vanuit hun scholen naar Zionistische kleuterscholen en dat het rennen van marathons doorheen tunnels gewapend met explosieven, kapmessen en machinegeweren in Israël, zo natuurlijk is in Gaza als voetbal dat is in Italië. Deze trotse Gazaanse sportieve traditie ontkennen zou natuurlijk discriminerend zijn en het enige ding dat anti-Zionisten nog meer dan iets anders verafschuwen is racisme.

De Egyptische aartsterrorist en vader van vliegtuigkapingen, Yasser Arafat, was een visionaire man die de noodzaak zag om zijn ‘bevrijding’ organisatie in 1964 op te richten, drie jaar vooraleer er sprake was van ‘bezetting’ van zijn gedroomde staat. Als enkel de Zionisten een einde zouden maken aan de ‘bezetting’ en zich terugtrekken op een tijdelijk verdiep in de Azrieli Toren in Tel Aviv, dan zou het in het Midden-Oosten even aangenaam leven zijn als in Canada. Hoe is het toch mogelijk dat die doofstomme Zionisten al die vredevolle hymnen gemist hebben die afkomstig zijn van de PLO, Hamas, Hezbollah, ISIS en Iran?

Anti-Zionisten voelen zich vaak verkeerd begrepen en hun hobby belasterd. Hun ideologische voorouder, de Duitse journalist Wilhelm Marr, ervaarde dat op eenzelfde wijze. Zoals de hedendaagse anti-Zionisten, ontkende Marr dat hij een Jodenhater was, een term die hij als weinig gesofisticeerd en nogal ruig beschouwde. In plaats daarvan, herdoopte hij zijn hobby in 1879 tot ‘antisemitisme’, die het een aura gaf van vermeende wetenschap en fatsoen.

De Holocaust, van wie Obama’s naar-genocide-hunkerende Iraanse partners ontkennen dat die ooit heeft plaatsgevonden, hebben deze gepassioneerde en dodelijke hobby opgedrongen via een zoveelste naamsveranderingscampagne, ditmaal als anti-Zionisme. De antisemieten van gisteren die een Joden-vrije wereld wilden, waren natuurlijk geen Jodenhaters maar handelden uit bekommernis voor raciale hygiëne en welzijn van de mensheid. Een Oostenrijkse korporaal en mislukte kunstenaar documenteerde dit in zijn werk Mein Kampf, die tegenwoordig een bestseller is in het Midden-Oosten en verplichte lectuur voor iedereen die de goddeloosheid van de Joden, sorry, Zionisten, in twijfel te trekken.

Hedendaagse anti-Zionisten die zoeken naar een wereld bevrijd van de Joodse staat, zien zichzelf uiteraard ook niet als gedreven door Jodenhaat. Als zelfbenoemde anti-racisten bij uitstek beschouwen de anti-Zionisten zichzelf als eigenaars van de sleutels tot eeuwige vrede, harmonie en rechtvaardigheid voor de mensheid. Als enkel maar die Zionistische slang zou worden verdreven worden uit die anti-Zionistische Tuin van Eden, aka het Aards Paradijs, dan zou vermoedelijk alles weer prima zijn.

protocolsHet probleem met de anti-Zionistische versie van de Tuin van Eden is dat het sterk doet denken aan de Hel met de anti-Zionisten als de helpers van de duivel. Als er nog steeds appels over zijn die hangen aan de mishandelde Boom der Kennis, is de les voor de mensheid dat Jodenhaat in eender welke vorm een dodelijk en giftig onkruid is, dat wanneer het niet tijdig gewied wordt, dit het welzijn van zowel Joden als van niet-Joden bedreigt. Onverdraagzaamheid en vooroordelen kennen geen grenzen en zoals de geschiedenis bij herhaling heeft aangetoond is dat wat begint als een ‘Joods probleem’ snel verwordt tot een wereldprobleem.

door Daniel Robert Krygier


In een vertaling door Brabosh.com van een artikel in The Times of Israël van 14 juli 2015. Met dank aan Judith Bergman voor de hint.

juli 25, 2015

Mijn zoon vermoordde 67 mensen – wat ben ik trots

Uitzending van Ma’an, het Palestijnse persagentschap op 22 juni 2015.

Wij hebben al vaker hier uitzendingen laten zien van moeders die o zo trots waren dat hun zonen Israëlische onschuldige burgers hadden vermoord.

Voor de vaders blijkt hetzelfde te gelden.

Dat is de boodschap van de Palestijnse maatschappij: de moordenaars van onschuldige mannen, vrouwen en kinderen zijn fantastische voorbeelden die navolging verdienen.

Denkt u dat er echte vrede mogelijk is met zo een maatschappij?

 

father-of-Abdallah-Barghouti

De vertaling van de uitzending:

Presentator:

“Wij zijn momenteel in het huis van de heldhaftige gevangene Abdallah Barghouti, in de maand van de gezegende Ramadan.”

De vader van bommaker Abdallah Barghouti:

“Abdallah Barghouti, ik ben trots op hem, omdat iedereen van Abdallah Barghouti weet en wat hij deed voor Palestina.

Ik ben trots op hem en ik zeg: Loof Allah die mij deze held gaf, een nobele vechter voor Palestina en de zaak.

Abdallah vocht voor Palestina en verliet zijn familie.
Alles heeft hij opgeofferd voor de Palestijnse zaak.

Ik vraag elke nobele Palestijn om te volgen in de voetsporen van Abdallah Barghouti – voor Palestina en Jeruzalem.”

Toelichting: Abdallah Barghouti is veroordeeld tot 67 keer levenslange gevangenisstraf voor het klaar maken van de explosieven voor terroristische aanslagen, waarbij in totaal 67 mensen werden vermoord:

  • Sbarro restaurant (15 doden, waaronder de Nederlandse familie Schijveschuurder, 9 augustus 2001),
  • Sheffield Club (15 doden, 7 mei 2002),
  • Moment Café (11 doden, 9 maart 2002),
  • drievoudige aanslag op het Ben Yehuda voetgangersgebied (11 doden, 1 december 2001),
  • Hebreeuwse Universiteit (9 doden, 31 juli 2002),
  • bus 4 in Tel Aviv ( 6 doden, 19 september 2002).

Bron: Likoed Nederland