Archive for ‘P.A. Stiche’

juli 9, 2014

Johannes Vermeer voorloper van Han van Meegeren?

two_praxedisDe schilder Han van Meegeren staat historisch te boek als een meester-vervalser van Johannes Vermeer (31 oktober 1632 -15 december 1675). En het waren gezaghebbende experts die zich door Van Meegeren hebben laten bedotten en de eeuwigheid ingaan als stuntelende kunstexperts. Nu het aan Vermeer toegeschreven schilderij Sint Praxedis in Londen als een echte Vermeer voor 7,8 miljoen euro geveild is, zullen sommige kunstexperts die vonden dat deze Vermeer er geen was, zich misschien achter de oren krabben en zich de flaters met Van Meegeren herinneren. Maar onderzoekers van het Rijksmuseum en de Vrije Universiteit hebben het sein groen afgegeven en dus is het nu een onechte echte Vermeer.

Maar de twijfels blijven. En niet geheel onterecht, want het werk ademt zelf een vervalsersmentaliteit. Het is in een barokperiode doch in een laatrenaissancistische typologie geschilderd naar het gelijknamige werk van de Italiaanse schilder Felice Ficherelli (30 Augustus 1605 – 5 Maart 1660). Het werk moet dus door Vermeer zittende voor het origineel geschilderd of eerst tot in de details voorgetekend zijn, zodat het in zijn atelier behoorlijk precies uitgewerkt kon worden.

Een hele klus gezien de lastige reismogelijkheden van die tijd. Bovendien is de schilder nimmer in Italië geweest maar was hij beïnvloed door het Caravaggisme, een stroming die haar naam dankt aan de Italiaanse schilder Michelangelo Merisi da Caravaggio (29 september 1571 – 18 juli 1610).

Beïnvloeding uit bewondering voor vroegere meesters was in die dagen ongeveer net zo vanzelfsprekend, als het Nederlandse napapagaaien van de Amerikaanse hits in de jaren zestig van de vorige eeuw, toen de The Everly Brothers nog eens dunnetjes overgedaan werden door de Blue Diamonds. Tijdens de hoogconjunctuur van de schilderkunst, zeg maar de periode van de gotiek, renaissance en barok, was het schering en inslag (om er nog eens een oude ambacht bij te halen), thema’s van andere schilders nog eens over te doen.

In de opleiding tot kunstenaar was het ook heel gewoon dat er gezeten voor een werk van een vroegere meester een werk gekopieerd werd om het vak goed onder de duim te krijgen. Op zich is het maken van een kopie van een vroeger werk dus geen novum, maar je moet het wel in levende lijve gezien hebben om het te kunnen kopiëren.

Tenzij de versie van Ficherelli zelf op reis ging, wat in die dagen geen algemeen gebruik was van schilderijen, blijft het raadselachtig hoe het kon dat Vermeer een zo precies, zij het een meer clair-obscur getoonzette versie van het werk wist te maken. Het toeschrijven aan Vermeer wordt dan ook meer gevoed door de technische aspecten van het werk dan door de logische. Mocht het werk toch geen Vermeer zijn, dan is het weliswaar een mooi werk, maar veel te duur en is de koper in de veiling genomen. Is het een echte Vermeer, dan valt de schilder ironisch genoeg min of meer te zien als een voorloper van Van Meegeren.

Nu maar op weg naar dat andere mysterie met het oeuvre van Vermeer. Maakte hij nu wel of geen gebruik van de camera obscura. Een primitieve voorloper van de fotocamera, maar dan niet met lichtgevoelig materiaal achter de lens, maar een mens met schildermaterialen. In het laatste geval is de schilder dan niet alleen een vervalser, maar ook nog een obscure oplichter.

Het is maar goed dat in de dagen van Vermeer geen Radar, Consumentenbond en VARA’s Kassa waren. Die hadden er meteen werk van gemaakt en de schilder aan de schandpaal genageld.

Van onze kunstrecensent P.A. Stiche.

 

 

 

 

 

mei 29, 2014

Lex Oomkes heeft last van de Pediculus humanus wilderianus

lex-oomkesVoor wie zich rot krabbelt aan de Pediculus humanus wilderianus is het een prettige gedachte dat op een dag die lastige rakkers de aftocht blazen. Door al het gekrabbel raakt het kapsel maar in de war en dreigt een verhoogd risico op hoofdwonden. Lex Oomkes van Trouw zal dus nog wel een tijdje in zijn krant jeuk moeten accepteren, want de Pediculus humanus wilderianus lijkt nog niet voornemens het veld te ruimen, ook al hoopt Lex daar vurig op. En daar de wens is de vader van de gedachte is zal Lex nog heel wat inkt op kostbaar geboomte moeten aanbrengen om van de Pediculus humanus wilderianus op zijn hoofd en in de nationale pels verlost te zijn.

Eerlijk gezegd zou het zo kunnen zijn dat naarmate de islam en de EU meer babbels krijgen en de geestverwanten van Lex honing aan de poorten van Europa blijven smeren, de plaag op het hoofd van Lex alleen maar zal toenemen. Er moet nog maar eens aan herinnerd worden dat om het bestrijden van de Pediculus humanus fortuynus te bevorderen de krant van Lex ook al allerlei huismiddeltjes inzette om van de plaag verlost te zijn:

Jij vuile, kale nepprofessor, jij hebt de intelligentie van Adolf Hitler en de  charme van Heinrich Himmler. Jij leeft van haat en daarom hoop ik dat je in die darkroom van je zo gauw mogelijk aids krijgt.

Journalist Matty Verkamman, 22 december 2001 in Trouw

En

Fortuyn heeft al zijn stokpaardjes nog eens aangelengd tot een onwelriekende cocktail. Daarmee maakt hij in één klap duidelijk dat we met een wildplasser van doen hebben, iemand wiens blaas in de loop der jaren zo zwaar onder druk is komen te staan met de residuen van zijn troebele geest dat alleen wild om zich heen plassen verlichting kon bieden.

Willem Breedveld, 14 februari 2002 in Trouw

Het mag toen gelukt zijn met huismiddeltjes, inmiddels is de Pediculus humanus fortuynus gemuteerd in de Pediculus humanus wilderianus en heeft die tegen de huismiddeltjes van Lex resistentie opgebouwd. Lex zal hoogstwaarschijnlijk zodra de Pediculus humanus wilderianus toch gedwongen zou zijn de aftocht te blazen doormuteren, want na het succesvol bestrijden van de Pediculus humanus fortuynus bleef het immers ook niet rustig op het hoofd van Lex. Integendeel zelfs, hij komt nu handen tekort om zich tegen alle jeuk te verweren. Het is dan ook de vraag of Lex het wel zo lang weet vol te houden met de jeuk zijn hoofd.

Of die jeuk bij hem de hoofdreden is dat hij zijn kapsel gazonkort maait, is bij uw verslaggever te velde niet bekend, maar hardop hopen van de Pediculus humanus wilderianus verlost te worden, zal het beestje er zeker niet van overtuigen zijn hoofd te verlaten.

En het is voor Lex te hopen dat niet ook de Pthirus pubis in karavaan zijn lijf zal bereiken. Een broodschrijver die niet alleen jeuk aan zijn hoofd maar ook over de onderzijde van zijn corpus te klagen heeft, zal hoogstwaarschijnlijk twee handen nodig hebben om te krabbelen. En je moet toch een groot virtuoos zijn om zowel je boven- als je onderkant te bekrabbelen en tegelijk ook het toetsenbord te beroeren.

Nou Lex, succes met de luizenhark, zullen we dan maar zeggen.

 

 

 

april 29, 2014

Haegsche kronieken 10

Erica TerpetijnOnder het geestverrijkende motto ‘s-Graevenhaege ook een museum voor Schone Kunsten van internationaal niveau, en dat nadat de president van de Benedenscheetse eilanden Bami Happie het hoofdstedelijk Museum voor Schone Kunsten bezocht had, belde de burgemeester van ‘s-Graevenhaege Jos Aars mij met opgewonden stem op met het dringende verzoek mijn faam als geroemd algemeen connaisseur aan te wenden, zodat ook de Hofstad een gerenommeerde status in de moderne kunst zou verwerven.

En omdat dat een lieve duit zou kosten, stuurde Jos meteen een verzoek tot subsidiëring aan Jos. Die zich bij de ontvangst daarvan het apenzuur schrok vanwege het enorme prijskaartje dat eraan bleek te hangen. Dus ging Jos subiet met Jos in overleg over de manier van financiering van het grootste Haegsche kunstplan aller tijden. Dat Jos daarbij een paar keer om Jos van de noodzaak van de totstandkoming van het project te overtuigen met de vuist op tafel sloeg, deed Jos dan ook beven van ontzetting. Toen Jos dan eindelijk een gemeentelijk schrijven van de hand van Jos kreeg, waarin stond te lezen dat Jos het verzoek tot subsidiëring van Jos toch zou honoreren, deed dit Jos dan ook achteroverslaan van verbazing. Waarbij zowel Jos als Jos een flink bult op het achterhoofd opliepen.

Dus toog ik maar weer naar het Haegje om mijn diensten aan te bieden, waarbij ik onderweg tot mijn grote verwondering Erica Terpetijn, die in haar Mini ook op weg was naar het Haegje, zodanig schepte, dat voorbijgangers meenden dat Jos het wederom gedaan gekregen had een avant-gardistisch sculptuur aan de openbare weg toe te voegen. Enkele Japanse toeristen stonden het object dan ook meteen te fotograferen.

Mochten de lezers een kobaltblauwe Mini op de weg tegenkomen met uit beide portierraampjes gezette ellebogen en op de hoedenplank een vogelnest naar het ontwerp van couturier Hans Werner Drollenberg, weet dan dat Erica de chauffeuse van het vehikel is en dat gepaste actie gerechtvaardigd is.

Mijn komst in het Haegje bleek zeer gewenst, want Jos stond te popelen mij eerbiedig door de eerste Haegsche Biënnale, dat het opstapje moest zijn voor het Museum voor Schone Kunsten, te loodsen.

Nou, dat “schone” viel hier en daar tegen, want de befaamde Duitse kunstenares Hildegard Ströntchen toonde een meesterwerk waarbij een wasknijper op de neus geen overbodige luxe bleek te zijn. In een fraai in aardverfkleuren vervaardigde uiting van conceptuele kunst, lag daar haar beddenlaken na een al te overmatig gebruik van een laxeermiddel artistiek gedrapeerd.

Annabel Aars, die zelf ook zeer kunstzinnig is en al dertien jaar aan een geborduurde versie op ware grootte van de Nachtwacht naait, voegde zelf ook een kunstwerk aan het kunstwerk van Hildegard Ströntchen toe door haar die middag geconsumeerde canapeetjes Beluga over het laken uit te kotsen.

Het werk van de aanstormende Nederlandse kunstenaar Lodewijk Pareldrek mocht er ook zijn. Een tien meter lange zwarte streep op een wit fond. Maar zo exact neergezet, dat de toeschouwers vol verbijstering het werk bekeken. Dat de sjouwers het werk zonder te verbuigen binnen gekregen hadden, moet een enorme opgave geweest zijn.

De kunstenaar gaf zelf explicatie over zijn inmiddels zeer geroemde werk, en vertelde de nieuwsgierige kunstliefhebbers dat hij er maar liefst zeven jaar aan gewerkt heeft. Alleen al het ontwerp heeft een jaar in beslag genomen. En hij kon zijn fans dan ook verblijden met de mededeling dat hij bezig is met een cirkel, waaraan hij naar schatting nog vijf jaar moet werken. Mits zijn subsidieaanvraag gefiatteerd wordt voor de halfjaar durende studiereis naar de Polynesische atol Rondikondi, waar de mens voor het eerst het verschijnsel cirkel ontdekte.

Het volgende werk op de catalogus stond onder de dynamische titel Lacune vermeld. En ik moet de lezers dan ook bekennen dat er niets van te bekennen viel. En dat was dan ook exact wat de Deense kunstenaar Nöke Löteflöt ermee bedoelde. Het uitbeelden van de ultieme leegheid waar de moderne mens onder gebukt gaat. Het werk bestaande uit een omkaderd niets, maar geheel naar eigen conceptueel ontwerp, ademde een waardige leegte. Voordeel van deze kunststijl is dat het ook niet te vernielen valt.

En dat was met het volgende kunstwerk echter wel het geval, want Annabel vloog er bij de eerste aanblik meteen op af om zich een glas wodka met ijs en een schijfje citroen klaar te maken. Want Annabel mag dan geheelonthouder zijn, maar van alles dat ze weet te onthouden, was ze dat nu juist vergeten.

Maar de clou van het kunstwerk was dat het geen bar maar een kunstwerk van de veelgeroemde Oezbeekse kunstenaar Delirium Tremenski was. Waarmee hij de geestelijke neergang van het verdorven Westen wilde uitbeelden. Dat Annabel met het zich vergrijpen aan het kunstwerk een schadepost van twee ton veroorzaakt had, zou Jos er weer toe verplichten bij Jos aan de bel te trekken voor een subsidieverhoging.

Omdat Annabel en Jos inmiddels over hedendaagse kunst zo op het verkeerde gezet waren, beslopen ze met uiterste voorzichtigheid het gebeuren dat Jos meende te herkennen als een echte Cappuccino. Zo levensecht naar het leven gemodelleerd, dat je er ook echt mensen aan de koffie zag. En Jos vroeg me dan ook meteen een uitvoerige explicatie te geven over dit kunstwerk. En omdat het geen kunstwerk betrof maar gewoon een koffiebar zoals je die in ieder museum aantreft, besloot ik maar de waan overeind te houden en met diepzinnig gefronste wenkbrauwen uiteen te zetten dat de kunstenaar Cappuccino er de Westelijke uitbuiting in de koffiebranche mee bedoelde te verbeelden.

Toen Jos uiterst voorzichtig naderbij sloop om de boezem van de dame achter de koffiebar nader te bekijken, sloeg het mens hem naast de bult die hij al bij de subsidieaanvraag opgelopen had nóg een bult op zijn hoofd, zodat Jos op dat moment de enige burgemeester in het land was met een kameelvormig hoofd.

Ook de in ons land inmiddels bekende kunstenares Slettebel, die haar faam verworven had doordat ze haar marmot levend door een wringer gehaald had om die vervolgens als een gouache te exposeren, was met een bijzondere stellage op de Biënnale vertegenwoordigd.

Tot overmaat van ramp had Erica inmiddels de Biënnale weten te bereiken, zij het strompelend en op het laatste moment neerzijgend op de artistieke stellage van Slettebel. En dat bracht de kunstenares op het lumineuze idee de driedimensionale Erica door de wringer te halen en haar als eendimensionale nieuwe interpretatie van Het Melkmeisje van Vermeer aan de biënnale toe te voegen.

Dat Erica, die net terug was van weggeweest van haar laatste reisje in het kader van de goed bekeken reisserie Erica op de bezem van de Oudjesomroep, toch weer de honneurs kon waarnemen, was op zich al een groot wonder.

Op bezoek in de Volksrepubliek Oetiepoetipoeti, bekeek ze de aanpak van de bejaardenproblematiek in dat land. En die mag er zijn, want de oudjes stellen zich – zodra de leeftijd van 65 bereikt is –  vrijwillig ter beschikking aan de voedselindustrie, zodat het mes er aan twee zijden snijdt. Er is geen bejaardenoverschot, en voedsel is altijd in voldoende mate voorhanden.

Maar het had weinig gescheeld of Erica was zelf ook ten offer gevallen aan deze niet geheel onsympathieke aanpak van het bejaardenprobleem. Bij haar bezoek aan een worstfabriek hadden employees haar bij de keel gegrepen om worst van haar te bereiden, maar eenmaal ontkleed waren die zich doodgeschrokken over welk vlees ze in werkelijkheid in de kuip hadden en was Erica met de schrik vrijgekomen.

Had Erica zich kunnen ontworstelen aan de worstmakerij, inmiddels had ze zich ook kunnen verlossen van de wringer van Slettebel en was ze op handen voeten naar het meest recente kunstwerk van Tinus W. Bootsman gekropen, de inmiddels in alle dagbladen beschreven Appelmoesvloer. Daar wist ze het drie ton kostende kunstwerk zodanig met een borstcrawl te vernielen dat de Biënnale in grote commotie ontlaadde.

Van dat moment maakte ik handig gebruik om bij het koude buffet van gelouterde cateraar Maison Henri Snott een greep in de koeler met Krug Clos Du Mesnil 1995 (562,50 euro de fles) te doen en met onder elke bezwete oksel een koele fles geklemd richting huis te snellen om verlag toe doen van deze belangrijke Kunstbiënnale. Waarvan akte.

Indien nog op voorraad zijn eerdere edities van de Haegsche kronieken op onderstaande adressen te verkijgen:

https://filantropius.wordpress.com/2013/09/15/haegsche-kronieken/

https://filantropius.wordpress.com/2013/09/29/haegsche-kronieken-2/

https://filantropius.wordpress.com/2013/10/05/haegsche-kronieken-3/

https://filantropius.wordpress.com/2013/10/20/haegsche-kronieken-4/

https://filantropius.wordpress.com/2013/12/10/haegsche-kronieken-5/

https://filantropius.wordpress.com/2014/01/02/haegsche-kronieken-6/

https://filantropius.wordpress.com/2014/02/27/haegsche-kronieken-7/

https://filantropius.wordpress.com/2014/03/16/haegsche-kronieken-8/

https://filantropius.wordpress.com/2014/04/06/haegsche-kronieken-9/

 

april 17, 2014

Historische filmmomenten (1)

 

PlaspaardDe monumentale seconden waarin een der allergrootste diva’s van het filmdoek, staande boven een ventilatierooster, met beide handen vocht tegen de in die dagen als zeer onkies geachte opgewaaide jurk, zullen vele filmliefhebbers zich nog herinneren.

Puberknapen, door ontluikende hormonen aangespoord, doorkliefden de roemruchte foto van dit ophitsende moment met punaises, teneinde die ter verafgoding in het gelatexte zachtboard van de schuinaflopende wand van de pas gebouwde Bogaerswoning te priemen. Nederig op de knieën neergestort, verklaarden de knapen hun liefde voor de verleidelijke diva van het filmdoek.

Opgegroeid met dit filmmoment hebben deze jongemannen een glorieuze carrière gemaakt. Waarmee maar weer gezegd, dat het filmdoek naast de vele banaliteiten ook grote opvoedkundige kwaliteiten bezat.

 

april 6, 2014

Haegsche kronieken 9

Blote reetjesOnder het welluidende motto Voor de vergroening van ’s-Gravenhaege belde Jos Aars mij op wegens een gifgroen luchtballonnetje van zijn gade Annabel, die voornemens was met haar wufte damesfiliaal van de Rotaryclub een natuurtocht in Meijendel te houden en daarbij een notoire natuurgids nodig had. En omdat ik mijn faam als kenner van de natuur hoog te houden had, stemde ik er meteen mee in de schare perkamentrollen door het mulle zand van de Haegsche duinen te sleuren. Een heisa was het wel, dat met jarretels, step-ins en steunkousen bijeengebonden crème de la crème van het Haegje, opgetrommeld uit de wijken Duttendel, Veugelwijk, Staetenkwartier en het Beneurdenhout, door het doornrijke struweel van de duinen te voeren. Zeg maar, een soort trage versie van de Dakar-rally, met dien verstande dat de vehikels niet met jerrycans benzine maar met zakflacons jenever bij moesten tanken.

Voorafgaande aan de natuurtocht werd een thé complet met de pink omhoog in de theeschenkerij van Meijendel geserveerd, waarbij Annabel een korte speech van vijf kwartier hield, die ik succesvol wist te bekorten door een der dames een kruisspin in d’r directoire te stoppen zodat het beest de tocht der tochten maakte in haar ondoordringbaar geachte jungle.

De luide gil van juffrouw Hanneke Stampij, bij de insiders misschien beter bekend als de penningmeesteres van de Haegsche Stichting tot Bescherming van Veugels, deed het damesgezelschap van schrik en nadat alle lorgnetten, monocles en pince-nez’ uit de thee gevist waren, van de stoelzittingen verrijzen zodat de natuurtocht eindelijk van start kon gaan.

En het was binnen de eerste vijf minuten meteen al raak, want Helena Bagger van Drecken zag hoog aan de hemel een bijzondere veugel overgaan. Met haar kijker richtend zag ze tot haar geluk dat de naam van de veugel op de romp van de veugel geschreven stond.

“Het is een transavia,” riep ze verrukt uit, “Waarschijnlijk familie van de zilvermeeuw.”

En omdat ik dames van de betere stand niet graag tegenspreek omdat het resultaat daarvan ongeveer te vergelijken valt met een lam dat door een meute hyena’s omringd wordt, besloot ik in te stemmen met de transaviaveugel.

Nadat de dames met de grootst mogelijke inspanning een duintopje beklommen hadden, waarvan ze overigens door de nauwe samenwerking van de droogte en het mulle duinzand, weer even snel omlaag gleden, werd ons gezelschap getroffen door de aanblik van iets dat het midden hield tussen een grote veugel en een kleine tapir.

Maar omdat in de determinatiegids van de fauna van de duinen de tapir niet voorkwam, en het dier te groot was voor een veugel, begonnen de dames achter de oren en op andere plaatsen te krabbelen. En pas nadat alle verrekijkers uit de foedralen getrokken waren en het dier op ware merite beoordeeld kon worden, werd duidelijk dat daar geen veugel, en zeker geen tapir stond, maar een boswachter die een daad verrichtte die Haegsche dames doorgaans liever niet willen aanschouwen, maar zodra het zich voordoet, ook niet uit de weg gaan.

Omdat schunnig woordgebruik door de hoofdredacteur mij ten strengste verboden is, wil ik het daarom maar omschrijven als een boer die zaait, maar in onderhavig geval geen boer maar een boswachter bleek te zijn. En omdat de boswachter dat geheel in zijn eentje deed, stond het zeker vast dat er weliswaar wel gezaaid werd, maar dat er nimmer geoogst zou worden.

Dat het optische glaswerk van de verrekijkers zodanig beslagen raakte dat de dames met kanten zakdoekjes ze droog moesten wrijven om het slot van het schouwspel niet te hoeven missen, doet misschien geen recht aan het algemeen geaccepteerde beeld van de kuisheid der Haegsche dames, maar helaas kan ik hier geen andere mening schrijven dan waartoe mijn observatie mij noopt.

Nadat de dames met eau de cologne, vlugzout, een teug van de zakflacon jenever en een flinke trap onder de perkamenten kont, weer bij zinnen gekomen waren, konden we de natuurtocht voortzetten.

Weldra bereikten we de schuilhut, vanwaar we de avifauna zonder verstoring en onzichtbaar voor de veugels konden observeren. En om de veugelactiviteit ietwat aan te moedigen, stelde ik voor ze in hun eigen taal toe te spreken. Dus sloegen we onze veugelgidsen open waarin zowel zang als roep van onze gevleugelde veugelvrienden beschreven staan. We begonnen met de boomleeuwerik en ik stelde jonkvrouwe Helma Vanveuren tot Achteren voor de tekst hardop te declameren en te herhalen.

“Lulululululul, Lulululululul, Lulululululul,” stiette ze met een hoog veugelstemmetje uit. En ja hoor, weldra volgde er een reactie. Helaas niet van de boomleeuwerik zelf, maar van een paar fietsers en wandelaars die naar hun voorhoofd wezen, of met obscene gebaren of gebalde vuisten de jonkvrouwe de stuipen op het lijf joegen.

Nu was het dan ook meteen gedaan met de veugelpret en dus werd mij met bedeesde doch typisch van een door een gestoven eigenheimer op de huig voorziene stemklank gevraagd of er in de duinen ook reetjes te zien zijn. Nou, zeker zijn die te zien, dus gidste ik de sliert perkamentrollen over een zanderig pad richting kustwering.

Met de verrekijkers tegen de mascara gedrukt werd de horizon afgetuurd. En jazeker, daar werden de eerste reetjes reeds zichtbaar. Een kringetje blote reetjes stak als blonde duinen tijdens een yogaoefening in de lucht, want van naturisten is immers bekend dat ze altijd alles op alles zetten alle genitale infrastructuur volop zichtbaar aan de nieuwsgierige en minder nieuwsgierige medemens zichtbaar te maken. En voor mochten er nog twijfels gerezen zijn of alles wat gezien diende te worden ook daadwerkelijk gezien werd, ging de kudde blote reetjes ook nog een uitzinnige gymnasiade houden.

Voor de bijziende Dra, Antoinette Wrongel leidde het echter tot een hinderlijk misverstand, want zij vroeg me of ze daar wellicht de veugelnesten van aalscholvers zag, gezien de enorme takkenbossen die zo aan de rand van het blanke duin in de zilte wind aan het stinken waren.

Dat was dan ook meteen het aangewezen moment om de veugelexpeditie even te laten voor wat die niet was en de Filippijnse draagsters van de picknickmanden te gelasten de proviand op de lakens met smaakvol ruitjesdessin uit te stallen. Maar niet nadat het voltallige damesgezelschap zich even afgezonderd had voor een sanitaire stop tussen de duindoornstruiken.

Nu zegt het woord “duindoorn” al genoeg, en daar de dames nimmer als fakir getraind waren en dus ook geen weet hadden van het genoegen van een spijkerbed, raakte het voltallige gezelschap zo in paniek, dat ik ruimschoots de tijd kreeg me aan de mand met Laurent Perrier Rose te vergrijpen en me met twee flessen (76 euro per stuk) uit de voeten te maken om verslag te doen van deze mooie veugeldag. Waarvan akte.

Eerdere edities van de Haegsche kronieken zijn indien nog voorradig alhier te verkrijgen:

 

http://filantropius.wordpress.com/2013/09/15/haegsche-kronieken/

https://filantropius.wordpress.com/2013/09/29/haegsche-kronieken-2/

https://filantropius.wordpress.com/2013/10/05/haegsche-kronieken-3/

https://filantropius.wordpress.com/2013/10/20/haegsche-kronieken-4/

https://filantropius.wordpress.com/2013/12/10/haegsche-kronieken-5/

https://filantropius.wordpress.com/2014/01/02/haegsche-kronieken-6/

https://filantropius.wordpress.com/2014/02/27/haegsche-kronieken-7/

https://filantropius.wordpress.com/2014/03/16/haegsche-kronieken-8/

 

 

 

 

 

maart 31, 2014

Een mooi moment

Mea culpaHet was een mooi moment, al die instemmende reacties onder de oproep van prominente Marokkanen, die in een gezamenlijk geschreven opiniestuk in de landelijke dagbladen hun mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa uitspraken over de vele jaren van schande die hun volksgenoten over zichzelf uitgeroepen hebben. Zo was er een volmondig excuus voor de vele keren dat hun puberende kroost jonge meisjes lastiggevallen had in zwembaden. Een excuus voor het hoerroepen naar meisjes en vrouwen. Voor het met stenen bekogelen van de godvruchtige kerkbezoekers van Gouda. Voor het bedreigen en verjagen van de reportageteams van de omroepen. Voor het bedreigen van politici en opiniemakers. Voor de herhaalde groepsverkrachtingen van een zwakbegaafd Amsterdam meisje. Voor de vele roofovervallen op argeloze burgers. Voor de mishandelingen en moorden van degenen die toevallig in de weg stonden. Voor de Hitlergroeten naar Joden. Voor het voetballen met de herdenkingskransen voor de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog. Voor het intimideren en verjagen van buurtgenoten. Voor de pooierboy’s. Voor de bijdrage aan de jihad in Syrië. Voor de percentuele oververtegenwoordiging in de misdaad. Voor het misbruiken van de genoten gastvrijheid. En ja, zelfs voor de moord op Theo van Gogh.

Eindelijk dan de tekenen van empathie en compassie van de prominente Marokkanen, die plechtig beloofden de hand in eigen boezem te steken en niet langer de PVV van munitie te voorzien. Er werden zelfs spontaan demonstraties in Eindhoven en Deurne georganiseerd met spandoeken waarop met imponerende letters spijt betuigd werd voor het feit dat een hardwerkend juweliersechtpaar in het ongeluk gestort werd.

Maar opeens klonk wreed het slaan van een deur, kwamen voetstappen naderbij en galmde een schrille stemklank “Wakker worden Stiche, het uur van de waarheid is aangebroken!”

En overrompeld door zo veel bruutheid en in het nijdige schootsveld van mijn driftig gesticulerende eega, zette ik mijn verkeerde been uit bed om bij een dampende kop arabica dit geniepige stukje tekst uit mijn toetsenbord te wurgen.

Straks bij Action maar weer een nieuwe kopen.

 

maart 28, 2014

Mark Rutte spreekt bij omroep Max de bejaarden toe

Zet-hem-op-RutteTot grote verrassing van velen maar vooral van de achter gebarricadeerde deuren in angst verkerende bejaarden, heeft minister-president Mark Rutte vandaag geheel op eigen initiatief zendtijd opgeëist bij Omroep Max en zich vastgrijpend aan de microfoon de bange bejaarden toegesproken.

Zichtbaar ontroerd sprak hij: Dat we in dit land niet langer zullen accepteren dat machteloze bejaarden in elkaar gebeukt worden, door straatrovers uit hun rolstoel of scootmobiel gerukt worden, of aan huis voor een gewelddadige beroving bezocht worden.

Dat laten we niet meer toe, zei Rutte op de vraag of de bejaarden nog langer aan geweldpleging blootgesteld zullen worden. Die angst hoeven de oudjes niet meer te hebben. Nooit!

Opa Vlemmix, de 89jarige man die recentelijk zwaar toegetakeld werd, kreeg van de minister-president een resoluut Van oudere mensen blijf je af, te horen.

Opa Vlemmix

Wat de partij E66 (Euthanasie66) ook beweren mag, bejaarden hebben recht op een veilige oude dag. Zij immers hebben het land na de grote crisis en de Tweede Wereldoorlog opgebouwd en verdienen een veilige oude dag, zei de minister-president met tranen in de ogen.  

maart 26, 2014

De Roze Khmer geeft zich over

KaalscherenOmringd door een joelende, tierende en met gebalde vuisten zwaaiende menigte heeft het partijkader van de Roze Khmer zich in een plechtig defilé aan het wettig gezag overgegeven. In een proclamatie waaruit oprecht berouw spreekt, heeft het partijkader kond gedaan van deze moedige doch onafwendbare stap: Dames. Heren ook. De voltallige redactie van GeenStijl heeft hedenmiddag op een hoofdstedelijk bureau een van te voren door de politie ingevulde aangifte tegen onszelf ondertekend en ingediend. We vinden onszelf namelijk verachtelijk. In de afgelopen jaren heeft GeenStijl keer op keer verzuimd om stelling te nemen tegen Geert Wilders en zijn PVV. Teneinde niet buiten de boot te vallen op de Ark van het Naoorlogse Verzet, hebben wij derhalve besloten onszelf aan te geven, en daar bij dezen met gepaste stemmigheid over te berichten.

De feestelijkheden betreffende deze overgave konden meteen van start gaan. Onder toeziend oog van het standbeeld van de altoos zwijgende Willem de Zwijger en de zich hevig vermakende Haagse burgervader Jos Aars, werden de trawanten van de Roze Khmer ten publieke gevoerd zodat de menigte getuige kon zijn van de gemene fysionomie van deze landverraders. Bij een nabijgelegen kapsalon werden spontaan tondeuses ingezameld om het laaghartige gespuis na al die jaren van geleden ellende eindelijk mores te leren.

De wandelende baard van de profeet Vadzak Jneid mocht het voortouw nemen en de baard van de Max Blokzijl van de Roze Khmer Jans Hansen hoogstpersoonlijk komen afscheren. En omdat dit meteen de aanmoediging om meer, meer, meer bleek te zijn, drongen twee vastberaden doch minstens zo moedige verzetsstrijders, die zich inmiddels ook van een paar tondeuses meester hadden gemaakt, naar voren.

Twee met de meedogenloze schurken collaborerende sloeries werden aan de haren tot aan de schoenzolen van Willem de Zwijger gesleurd. Het zich plaatselijk suf copulerende en schijtende duivenvolk stoof van schrik op terwijl de zelfraciste Brute Umar een flinke kappersbeurt van de moedige doch zelf geheel onbehaarde Dick Zwamsoms kreeg. Geruchten dat hij het harige residu zou aanwenden om zichzelf een smaakvol toupet te verschaffen, konden helaas niet bevestigd worden. Maar gezien de gretigheid waarmee hij de tondeuse over het hoofd van de sloerie tractorde, leek het gerucht allerminst uit de lucht gegrepen te zijn.

Na het moedige vertoon van Dick bood Hans Spekzool zijn diensten aan de tondeuse manmoedig te hanteren. De onder de duivelse bezetting veelvuldig in delirium aangetroffen Lellebela Etteringa stond op de nominatie wegens haar hoererende activiteiten met de vijand, in het onaangenaam geurende stof van de slobbertrui van Hans te bijten. En het was de vraag wat erger was, het verliezen van haar weelderige coiffure, of de emissie die uit de uitmonstering van de dappere Hans uitsteeg. Er zijn er zelfs die beweren dat ieder ten tonele verschijnen van Hans ongeveer gelijkstaat aan een gifgasaanval, en dat dan weer de oorzaak zou zijn van het enorme minder, minder, minder van zijn partij.

Terwijl de menigte om teer, teer, teer riep, sjokte de poedelnaakte dakbedekker Petrus Smalbeeld, in de ene hand een emmer teer meetorsend, met de andere hand zijn door wespen belaagde scrotum beschermend, Het Plein op om eigenhandig de beide sloeries van de Roze Khmer van een nieuwe dakbedekking te voorzien. En omdat zijn oproep tot het neermaaien van landverraders er nog niet toe geleid heeft dat het plaatselijke mortuarium wegens de overstelpende drukte de deuren moet sluiten, zal het bericht dat graaf Volkert van Groeningen ook weer aan het politieke proces mee kan doen velen verheugen. Hij kan dan ook meteen aan de slag.

Tot zover dit bericht van onze man in Den Haag.

 

 

 

maart 16, 2014

Haegsche kronieken 8

dwergkameelDat de befaamde Haegsche burgemeester Jos Aars wegens mijn grote internationale kennis aan de telefoon hing te hijgen om mij wederom naar het Haegsche te lokken, prikkelde mijn ego heviger dan de bewonderende woorden van mijn maîtresse. Dus besloot ik groothartig op zijn smeekbede in te gaan en hem van advies te dienen inzake de aanstaande Nucleaire Top in de stad van de verzopen ooievaar. Jos heeft namelijk problemen met de te bieden gastvrijheid aan een paar staatshoofden van wie hij de plaatselijke voorkeuren niet kent.

Dat Jos overvoerd werd door onbeantwoorde vragen, bijvoorbeeld over wat hij ze zou moeten voorschotelen, maakte dat hij zich in een desperate aanval tot mij wendde. Bijvoorbeeld met de vraag, wat wil president Broukizakki Kalelumpia van de Volksrepubliek Poutiepoutie graag op zijn bord geserveerd zien.

Gezien het feit dat ik het verzin waar hij en u bijstaan, kon ik daar meteen al een antwoord op geven. Bij het laatste Koninklijke bezoek van onze ex-majesteit aan dat land, was opeens een van haar hofdames verdwenen. In een harem voor blanke slavinnen kon ze niet wezen, want op het moment van haar verdwijning zou ze zelfs

niet misstaan hebben in een terrarium met reptilia. En dat dan weer wegens het nuchtere feit dat haar huid in de loop der jaren zodanig aan het afzakken gegaan was dat het zich samengepropt had in haar steunkousen. Hetgeen bij sommigen het vermoeden deed rijzen dat ze dag en dacht moonboots droeg, dan wel familiebanden onderhield met de als zeer gevaarlijk bekend staande varanen.

Haar naar een harem toe slepen om zich met haar appetijtelijkheid te vermaken, leek dus weinig plausibel. En gezien haar reptielachtige voorkomen had de Haegsche Dierenambulance haar al eens in Maison de Bonneterie weggevangen tijdens het passen van een lingeriesetje. Omstanders meenden hoofdschuddend gezien te hebben dat het stevig gebouwde ambulancepersoneel een zich hevig verzettende krokodil in string tussen zich voortsleepte.

In werkelijkheid vond men freule Hendrina van Stickhoven ondersteboven terug in een van de kookpotten van de keuken van het presidentiële paleis van president Broukizakki Kalelumpia. In zijn land is het eten van mensenvlees namelijk geen taboe, en wordt het zelfs tot in de hoogste kringen van het land zeer graag gebezigd.

Het schijnt dat het eten van mensenvlees in Poutiepoutie aan bepaalde voorwaarden dient te voldoen. De belegenheid van het vlees wordt er net zoals dat in het Westen het geval is bij exquise wijnen, zeer op prijs gesteld vanwege het met het toenemen van de jaren aangename bouquet. Zo kent men in Poutiepoutie zoals wij in het Westen goede wijnjaren kennen, goede vleesjaren. De freule bleek volgens de culinaire specialisten van Poutiepoutie geboren te zijn in een der beste vleesjaren, een ook nog eens zeer deskundig opgelegd te zijn. Veel met haar teckel door de Wassenaerse duinen wandelen schijnt haar een nobel aroma geschonken te hebben. De smaaknotitie vond ik in een der laden van het ministerie van Voedselvoorziening van Poutiepoutie terug. Die luidde als volgt: een lichte zweem van zeemleder, een indringende toon van oud hout, en een milde ziltige smaak.

Dat laatste was zeer aannemelijk omdat de freule veel van haar tijd doorgebracht heeft in de dependance van Sociëteit De Witte, het aan de Scheveningse boulevard gesitueerde Paviljoen Von Wied.

Toen de adjudant van de majesteit de eeltige voeten van de freule uit de kookpot zag steken, wist hij dan ook meteen welk vleesch hij in de kuip had. Nog die avond werd ze geserveerd met een potpourri van nasi, bamboescheuten en een fris bosje taugé.

Dus besloot ik Jos te adviseren Erica Terpetijn in de gangen van het Kurhaus-hotel aan de Nordic Walking te zetten, zodat we eindelijk van dit stuk vreten verlost zouden zijn. Daar zouden de waakhonden van de president het mens met blaaspijpen opwachten, want in Poutiepoutie houden ze weldegelijk van weidelijke jacht. Daarom ook mijn advies wat flinke palmen in de gang van de presidentiële suite te situeren, zodat er toch nog een geringe kans was dat ze aan haar lot ontsnappen kon.

Met de president van de Democratische Republiek Veneristan zouden zich echter weer geheel andere problemen voordoen. Daar prijkt traditioneel de hond bovenaan de menukaart. En president Herpes Gonorroe van Veneristan, kun je zijn favoriete maaltijd niet onthouden zonder dat hij weer een paar duizend landgenoten laat neermaaien. Nu vernam ik onlangs dat Annabel Aars’ Jack Russell de laatste tijd nogal blafferig is en dat de buurtjes het daarvan op de zenuwen krijgen. De befaamde oud-hockeyer Eric Jan Zwabber schijnt er zelfs een zenuwtrek aan overgehouden te hebben en het beest met een hockeystick twee bulten geslagen te hebben. Buurtgenoten meenden al een dwergkameel aan de Groot Haesebroekseweg gezien te hebben.

Dus snuffelde ik via Google even naar de meest favoriete recepten van president Herpes Gonorroe. En laat zijn grote favoriet met pilavrijst en pruimen gevulde Jack Russell op een bedje van stoofsla te zijn. Nu weet ik dat Jack Russells, net zoals alle andere merken hond, veelal van nature gevuld zijn. Dus om het dier eerst leeg te halen en er vervolgens pilavrijst met pruimen in te proppen, vond ik echt te veel van het goede. Dus stelde ik voor het arme dier als laatste avondmaaltijd een bordje pilavrijst met pruimen te serveren alvorens het dier geroosterd en al aan president Herpes Gonorroe aan te bieden.

Een schijnbaar onoverkomelijk probleem doemde op Jos af met de Sultan van het sultanaat Capotjestan. Die stelt namelijk zeer specifieke eisen aan zijn buitenlands verblijf. Ook verzot op mensenvlees, maar dan niet oraal maar via het andere in- en uitgaande verkeer, reist hij slechts onder strikte voorwaarden naar andere oorden. En Jos had hem toegezegd, wellicht enigszins voorbarig, hem daarin volledig tegemoet te zullen komen.

Nu was het zo dat Erica helaas aan de moordende blaaspijpen op het nippertje had weten te ontsnappen. Een pijl had haar panty geschampt, maar ze had zich tijdig via de lift aan een definitiever lot weten te onttrekken. Nu wist ik uit betrouwbare bron dat ze iedere avond klokslag 20.30 uur met een badlaken om haar heupen geknoopt graag de sauna bezoekt.

Voor medebezoekers van de sauna moet het de schrik van hun leven zijn haar gestalte geheel ontbloot in mystieke slierten nevel te ontwaren. En er was zelfs iemand geweest die meende na met haar in de sauna gezeten te hebben, dat hij naar de filmversie van de The Hound of Baskerville had zitten kijken, die zich zoals de lezers zich nog wel zullen herinneren, in het mistige en zeer moerassige landschap van Dartmoor afspeelt, waar een weerwolf-achtig monster de plaatselijke bewoners naar het leven staat.

Dus besloot ik Jos voor te stellen de sultan naar de sauna te sturen en daar Erica te verrassen met iets waar ze waarschijnlijk al een eeuw op wacht. In de hoop dat de dichte nevel en zijn slechte gezichtsvermogen er garant voor zouden staan dat de sultan Erica’s nijpende gebrek aan sexappeal waarschijnlijk niet bemerken zou, besloot Jos op mijn voorstel in te gaan.

Had ik het maar niet voorgesteld, want terwijl de Russische afvaardiging aan de borsjt zat te lepelen begon het Kurhaus zodanige Groningse bevingen te vertonen dat de gerant van het restaurant meteen de NAM belde met de vraag of er misschien iets te zuidelijk naar aardgas geboord was. Helemaal onredelijk was die gedachte overigens niet. Alleen was het niet de NAM die te zuidelijk aan het boren geslagen was, maar de Sultan, die in zijn verblindheid gedacht moet hebben dat hij in Erica een olieveld aangeboord had en gezien het grote tekort in de begroting van Capotjestan dan ook meteen resultaat wilde zien.

Terwijl de bevingen in hevigheid toenamen, en de Russen uit pure boosheid de borden met borsjt omkieperden om vervolgens de wodkafles aan de lippen te zetten, maakte ik van de ontstane consternatie gebruik door uit de megakoeler van de Kurhausbar twee flessen kostelijke Moët & Chandon Grand Vintage 1993, à raison een duizendje de fles, te grissen en die onder mijn oksels klemmend me op weg huiswaarts te begeven, om een verslag van deze ontreddering voor te bereiden. Waarvan akte.

Eerdere afleveringen van de Haegsche kronieken zijn mits nog niet uitverkocht hieronder te bevragen:

https://filantropius.wordpress.com/2013/09/15/haegsche-kronieken/

https://filantropius.wordpress.com/2013/09/29/haegsche-kronieken-2/

https://filantropius.wordpress.com/2013/10/05/haegsche-kronieken-3/

https://filantropius.wordpress.com/2013/10/20/haegsche-kronieken-4/

https://filantropius.wordpress.com/2013/12/10/haegsche-kronieken-5/

https://filantropius.wordpress.com/2014/01/02/haegsche-kronieken-6/

https://filantropius.wordpress.com/2014/02/27/haegsche-kronieken-7/

februari 27, 2014

Haegsche kronieken 7

PlaspaardBijna smekend hing de Haegsche burgervader Jos Aars aan de telefoon. Of ik wegens mijn grote kennis op het gebied van de ornithologie langs wilde komen om hem en zijn liberale vrienden een beetje ter wille te zijn tijdens de Nationale Tuinvogeltelling. In de onstuitbare hunkering van de liberalen dat die zich vanwege de komende gemeenteraadsverkiezingen ook wat duurzaamheid willen toe-eigenen, kwam zo’n tuinvogeltelling goed uit. Dus een prima reden me weer eens richting ’s-Graevenhaege te begeven.

En bij aankomst bleek Jos niets aan het toeval overgelaten te hebben om de dag tot een groot succes te maken. Een lopend buffet met heel toepasselijk veel duurzaam ontvederde spijzen zoals gekookte kwarteleitjes, patrijsborstjes, canapeetje met gerookte fazant en eendenmousse, en ja zelfs een rechaud waarop een grote pan coq au vin stond te pruttelen. Zo vers zelfs, dat Jos de kip met zijn golfstick in de pan terug moest slaan, want het arme beest was geheelonthouder.

Tot mijn grote vreugde was ook weer gezelligheidsdier Erica Terpetijn van de partij. Die schijnt via Google alle feestjes en partijen bij te houden om er geen te hoeven missen.

Erica was trouwens net terug van een reisje naar Vulvaboeroe, dat ze voor de oudjesomroep maakt in de inmiddels zeer vermaarde serie Erica op de bezemsteel. Voor wie niet weet waar precies Vulvaboeroe precies ligt, kan ik zeggen dat het eiland gelegen is tussen het schiereiland Hadilulli en de golf van Kuttikutti. Waar die precies liggen kost mij ook geen moeite dat even fijntjes aan de lezers uiteen te zetten. Het schiereiland Hadilulli en de golf van Kuttikutti zijn gelegen nabij het sultanaat van Kontjaradja, dat begrensd wordt door de bergketens van Tietotietja. Mocht u er nog niet uitkomen, probeer dan niet in een atlas te zoeken, maar leg gerust het Anatomisch Handboek ter raadpleging op de schoot, want dan vindt u het ook wel.

Dat Erica heelhuids teruggekeerd is, mag een wonder heten. De plaatselijke bevolking van Vulvaboeroe zag haar namelijk voor de eens in de vijfhonderd jaar verschijnende godheid Poupiedarm aan. Hetgeen er onverwijld toe leidde dat ze na eerst met bananenbladeren ingewreven te zijn tussen de krokodillen in het water gesmeten werd om deze tot collectieve suïcide te bewegen. Poupiedarm wordt namelijk gezien als de godheid tegen het kwaad. Toen de beesten Erica zagen schrokken ze zich kapot en vluchtten ijlings richting de golf van Kuttikutti, alwaar ze collectief verdronken.

Dat Erica de eerste was die op de voederplank een vogel zag, mocht ondanks de fles gesubsidieerde sherry die ze inmiddels achterover geslagen had toch ernstig verwonderen. Want met Erica wijdbeens voor de schuifbui posterend, kun je je geen betere vogelverschrikker wensen.

Dat bracht een ondernemer op het lumineuze idee van haar een replica te laten vervaardigen om de agrarische sector in de strijd tegen wildschade van dienst te zijn. Ze zijn in opblaasbare staat en in de versies soft en hardcore aan te schaffen. Er zijn al boeren gesignaleerd die er hun akkers tegen schadelijk gevogelte mee beschermen. Maar wellicht dat de Boer zoekt vrouw er ook zijn voordeel uit kan halen voor mocht het hem niet lukken zich een vrouw te verwerven.

Het vogeltje dat zich als eerste in de tuin waagde was trouwens een blauwe reiger. Zichtbaar ontroerd bij het bespieden door een toneelkijkertje, was ook de inmiddels aangeschoven liberale coryfee Ed Knijper. In krijtstreeppak en met gele stropdas gewapend kwam hij zijn duurzame imago even opvijzelen door de blauwe reiger voor een pimpelmees aan te zien. En toegegeven, het verschil tussen de beide vogelsoorten is slechts met de grootst mogelijke moeite vast te stellen als je je toneelkijkertje omgekeerd gebruikt.

Ed gaat zich de komende tijd inspannen zijn partij rijp te maken voor windenergie. Daarom liet hij er een paar, ten gevolge waarvan de kamerpalm van de Aarsjes ten offer viel aan bewusteloosheid. Erica, die even weggedommeld was vanwege de sherry, riep verrukt uit “Ha, eindelijk een frisse wind door de partij!”

Dat opeens Frits Kortnek Kwal ten tonele verscheen, van wie ik steeds gedacht had dat hij al niet meer onder ons was, bleek de grote verrassing van de tuinvogeltelling. En om er zeker van te zijn dat hij nog steeds onder ons was, kneep ik even in zijn adamsappel, wat slechts een diep pompend geluid opleverde, zodat het gezelschap de aanwezigheid van een roerdomp kon melden. Met de kijker omgekeerd moet Frits er ook als een roerdomp uitgezien hebben.

Minister Jeanine Schennis-Plaspaard was intussen ook in huize Aars aangekomen. Er gaan geruchten dat ze iedere ochtend met haar lippen aan de fietspomp gaat, maar deze keer geen maat had weten te houden. Ze klaagde er zelfs over dat ze bij een stoplicht wachtend, belaagd werd door een tweetal in witte jassen gehulde broeders die uit een dikke lippenbusje gesprongen waren om haar in een dwangbuis te rijgen. Maar door plankgas te geven had ze opsluiting weten te voorkomen.

Het viel me overigens op dat ze als enige de wulp kende. Niet dat die in de tuin te zien was, maar toen een onbekende voorbijganger in hoge nood tegen een buxus van Jos een plasje pleegde, meende ze er toch een gezien te hebben.

Hoogtepunt van de middag was een gans. Niet in de tuin, maar geserveerd door cateraar Wurgvogel & Zoon. Een smaakvolle foie gras waar we niet van terughadden en dus een compliment aan Jos waard.

Ware het niet dat de gezellige duurzame middag toch nog door een klein dissonant verstoord werd. Erica, die in de aanloop van haar bezoek aan Snotsi, waar ze als vrijwilliger in Holland House de bitterballen zal frituren, was in haar enthousiasme na haar derde fles sherry in de rustiek ontworpen vijver gesprongen om er een pirouette te zwemmen. Want er gaan sterke doch onbevestigde geruchten dat ze de laatste tijd vaak contact heeft met Elsje Heimer, tengevolge waarvan zij bij vlagen denkt dat ze Sjoukje Dijkstra is.

Dat het liberale gezelschap in plaats van een vogel een nijpaard langs de wuivende rietkraag van de vijver voorbij zag zwemmen, leidde dan ook tot het moment suprême tien flessen Charles Heidsieck Rosé Millesimé 1999 uit de kelder te halen.

Precies ook het geschikte moment me uit de voeten te maken en met zo’n frisse fles tussen de knieën geklemd huiswaarts te toeren om een verslag van deze onvergetelijke dag te maken. Waarvan akte.

Eerdere afleveringen van de Haegsche kronieken zijn mits nog niet uitverkocht hieronder te bevragen:

https://filantropius.wordpress.com/2013/09/15/haegsche-kronieken/

https://filantropius.wordpress.com/2013/09/29/haegsche-kronieken-2/

https://filantropius.wordpress.com/2013/10/05/haegsche-kronieken-3/

https://filantropius.wordpress.com/2013/10/20/haegsche-kronieken-4/

https://filantropius.wordpress.com/2013/12/10/haegsche-kronieken-5/

https://filantropius.wordpress.com/2014/01/02/haegsche-kronieken-6/